Valse profeten in de kerk.

 Een vervolg op het vorige artikel Blessing the Church?

Uit: Profetie in context, p. 90-94

Om deze beschuldigingen beter te begrijpen, zullen we eerst moeten bestuderen welke ideeën Hill heeft over profetie en de rol van de profeet. Volgens Hill stuurde God in de geschiedenis van Israël alleen profeten in tijden van crisis. Profeten waren nooit bedoeld om zegen te verkondigen. Dat deden alleen de valse profeten. In tijden van naderend onheil riep God echte profeten om te waarschuwen, om het volk op te roepen tot bekering en terug te laten keren tot God.240 De zegen van God was altijd afhankelijk van de trouw en de keuzes van het volk Israël. Jeremia 28 geeft een intrigerende kijk op een valse profeet die een positieve boodschap profeteert die het volk graag wil horen. Hill beschouwt valse profetie als ernstig, omdat het de mensen misleid en valse hoop geeft. Ook weerhoud het de mensen ervan om het echte woord van God te kunnen verstaan en zich weer tot God te bekeren en op die manier Zijn zegen te ontvangen. Het zijn deze negatieve effecten waar de aversie van Hill tegen valse profetie op is gebaseerd.

Zo komt Hill tot een tweedeling in type profetie. Enerzijds de profetieën die waarschuwen tegen moeilijke dagen. En tegengesteld daaraan, de profetieën met beloften van opwekking en herstel, die goede tijden en voorspoed voorspellen. Hill noemt een aantal profetieën van beide categorieën van de laatste tientallen jaren en beschrijft welke invloed ze hebben gehad. Hill merkt ook op dat er de neiging is onder de profeten die opwekking profeteren, dat ze elkaars profetieën bevestigen en zelfs aanvullen, ook met nieuwe leerstellingen. Hill concludeert dat de profetieën die het invloedrijkst zijn geweest in de laatste 25 jaar, niet de waarschuwende profetieën zijn geweest, maar degenen die ‘revival’ en andere grote geestelijke kracht hebben beloofd.

      “The most popular belief to have come from this source is the expectation of a great spiritual revival and the emergence of a glorious, victorious, supernaturally empowered church.”241

Hill ziet hier geen Bijbelse basis voor en traceert deze manier van denken en profeteren naar de leringen en praktijken van de Latter Rain beweging. Hij ziet dit als een ernstige misleiding die de charismatische beweging is binnengedrongen, doordat mensen door onvoldoende Bijbelkennis ook niet in staat zijn om dogma’s te toetsen en dwaalleringen te herkennen. Het grootste bezwaar wat Hill ziet tegen valse profetie en valse leringen is dat het blindheid veroorzaakt naar het echte Woord van God waardoor mensen het doel van God voor zijn volk in een bepaalde tijd kunnen missen.

Hill ziet het optreden van de Kansas City prophets in Engeland in 1990 als een keerpunt in de charismatische beweging.242 Het gaat Hill aan het hart wat de gevolgen zijn voor profetie.

      “When the Kansas City prophets came, with their popular message of imminent revival, they also brought a teaching about prophecy which was contrary to Scripture and highly dangerous. This teaching focused upon signs and wonders thus hyping the supernatural and sensationalizing the prophetic ministry in a way that is totally foreign to the Bible.”243

De kritiek van Hill geldt ook voor het boek van David Pytches Some Said it Thundered, die het verhaal beschrijft van zijn ontmoetingen met de Kansas City prophets. Hij verwijt Pytches vooral dat hij alle verhalen van paranormale ervaringen kritiekloos accepteert als het werk van de Heilige Geest. Hij beschouwt het als een grote fout van een kerkleider om nieuwe geestelijke ervaringen niet te toetsen aan Bijbelse principes. Hij houdt daarom Pytches medeverantwoordelijk voor de misleiding die de kerk is binnengekomen. Ook heeft hij kritiek op John Wimber voor het feit dat hij Bob Jones langere tijd de hand boven het hoofd heeft gehouden en hem door heeft laten gaan met zijn profetische bediening hoewel er voldoende aanwijzingen waren voor demonische activiteit in het leven van Jones.244 In 1991 werd Jones tenslotte ontslagen vanwege een lange lijst van moreel falen,245 waarbij sommige betrekking hadden op de wijze waarbij hij profetie misbruikte voor zijn eigen persoonlijke verlangens.246

Een ander punt van kritiek van Hill is dat deze (en andere) profeten gedurende conferenties die Wimber hield, profeteerden dat die gemeente onderdeel van de Vineyard beweging zou worden.247 Dit leidde tot een spoor van verdeeldheid en vele gemeenten splitsten hierdoor. Ook het feit dat vele van de profetieën niet uitkwamen, pleit volgens Hill niet voor deze profeten en beweging. Ook de Toronto Blessing, waarvan de beloofde opwekking niet kwam, is voor Hill een doodlopende weg, die de kerk verder weg heeft gebracht van het doel van God met de kerk.

Hill is kritisch, zelfs pessimistisch over de toekomst van de charismatische beweging. Hij ziet vele gemeenteleden afhaken, omdat ze ziek zijn door het gedrag van hun leiders. Vooral door de verwachting dat er een grote opwekking zal komen, gepaard met en veroorzaakt door allerlei wonderen en tekenen, in plaats van de Bijbelse leer dat de tekenen en wonderen de prediking van het Woord zullen volgen. Daardoor verschuift de focus weg van de centraliteit van het Woord van God en de verheerlijking van Jezus Christus.

Uiteindelijk ziet Hill de charismatische beweging desintegreren en fragmenteren in allerlei kleinere groeperingen met hun eigen geloofsopvattingen en nadrukken. Zolang de obsessie met ervaringen najagen door blijft gaan, is er het gevaar dat de beweging richting New Age gaat of een ‘cult’ gaat worden. Zijn oproep om weer op de goede weg te komen, is dat alle predikers zich weer bezig gaan houden met ‘systematic expository preaching’ van het Woord van God en dat alle gelovigen zich weer gaan keren naar de Bijbel en het Woord weer gaan bestuderen.248

 
Voetnoten:

237 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.61
238 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.62-102
239 David Pytches, Some said it Thundered (London: Hodder and Stoughton, 1990).
240 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.105
241 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.139
242 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.188, 198, 215
243 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.192
244 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.197; en dit wordt bevestigd door John Wimber volgens Clifford and Monica Hill, And They Shall Prophecy!, p.110
245 Dit wordt bevestigd in het boek wat gezien kan worden als de officieuze geschiedschrijving van de Vineyard beweging: Bill Jackson, The Quest for the Radical Middle
(Capetown: Vineyard International Publishing, 2006). p.233
246 “He had been misusing his so-called ‘prophetic powers’ to solicit sexual favours from women.” volgens Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.197 (er worden nog meer zonden specifiek genoemd, zoals ‘using the gifts to manipulate people for his personal desires, rebelling against pastoral authority, slandering leaders and the promotion of bitterness in the Body of Christ’. This was just part of a lengthy list of Jones’ moral failures which Wimber and Bickle sent to a number of church leaders and Christian media around the world.)
247 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.203
248 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.227

Advertisements

Blessing the Church?

Uit hoofdstuk 2.2.5 van Profetie in Context, door Mark Peter van der Bijl (2013)

 

In het boek Blessing the Church?229 gaat Hill samen met een aantal andere auteurs in op de geschiedenis en de richting van de charismatische beweging en met name op de (toen) recente ontwikkelingen van de Toronto Blessing en de impact van de Kansas City prophets op de daaraan verbonden bewegingen. Vanaf het begin spreekt Hill zijn zorgen uit over het steeds verder afdwalen van de charismatische beweging van de Bijbelse principes. Hij ziet ruimte voor verschil in interpretatie, maar is minder mild voor wat direct ingaat tegen wat de Bijbel leert. Hij ziet dat de charismatische beweging voor miljoenen mensen tot grote zegen is geweest vanwege de nadruk op de persoonlijke ervaring met God. De mogelijkheid tot steeds nieuwere en diepere ervaringen, maken deze beweging dan ook erg aantrekkelijk. Er is echter ook een keerzijde:

 “Yet when experience parts company with sound biblical teaching there is grave danger for the believer.”230

 Hill en zijn medeauteurs hopen met dit boek de gelovigen te informeren, te waarschuwen en te beschermen en, ondanks het polemische gehalte van het boek, bij te dragen aan ‘the ongoing theological debate’ binnen de charismatische beweging. Alle vier de auteurs zijn (naar eigen zeggen231) evangelische predikers met een ruime ervaring binnen de charismatische beweging en staan open voor de aanwezigheid, de kracht en de activiteit van de Heilige Geest in de kerk van vandaag. De Toronto Blessing bracht volgens Hill232 voor het eerst een grote verdeeldheid onder charismatische gelovigen. Hij vindt dat een groot contrast met wat op de eerste Pinksterdag gebeurde, waar de Heilige Geest eenheid, liefde en onderlinge zorg bewerkte onder de gelovigen. In wezen gaat het Hill ook niet om de Toronto Blessing op zich, maar probeert hij de grotere context te zien waar het een deel van uitmaakt, namelijk waar het ook uit voort is gekomen.

 “All the writers see Toronto as merely the latest step in a continuing process of an overemphasis upon experience and a neglect of sound biblical teaching.”233

Hill is kritisch over het begin van de charismatische beweging, in tegenstelling tot de eerste Pinksterdag en de opwekking in Azusa Street in 1906, die hij wel als een werk van God ziet. Hij denkt dat de charismatische beweging ontstaan is tegen de achtergrond van een geïnstitutionaliseerde kerk, die gefrustreerd was met de status quo van die tijd. De charismatische beweging heeft daarom heel veel sociale karakteristieken van de westerse maatschappij overgenomen, zoals een nieuwe vorm van spiritualiteit die aansloeg bij de groeiende middenklasse bevolking. De groei van de nieuwere kerken trok dan ook voornamelijk mensen aan die ontevreden waren met hun traditionele kerken. Veel van de ‘founding fathers’234 van de charismatische beweging (in Engeland) waren mannen die toegewijd waren aan het Woord van God en het verspreiden van Nieuwtestamentisch christendom. Hill is kritisch over de latere generaties leiders die naar voren kwamen, omdat het niet de denkers waren, maar de ‘charismatische’ persoonlijkheden, de populaire sprekers en de geboren leiders. Velen hadden geen training in leiderschap gehad en de meesten hadden ook geen theologische opleiding genoten. Deze twee zaken ziet Hill als een van de grootste gevaren voor de charismatische beweging, omdat er een toenemende nadruk is op ervaringen en steeds minder nadruk op ‘biblical scholarship’.

 Ook het individualisme dat hij in een eerder boek noemde, moet het ontgelden:

 “Much of the preoccupation of charismatics with the exercise of spiritual gifts have been me-centred – me and my health, my wealth, my family and my personal relationship with God. The exercise of spiritual gifts thereby tends to meet the personal needs within the fellowship. The servant nature of discipleship – saved to serve – tends to become lost.”235

Gebrek aan autoriteit en verantwoording afleggen ziet Hill ook als een dubbel probleem.236 In de traditionele Pinksterkerken vindt hij dit goed geregeld, doordat zij duidelijke organisatorische structuren hebben incl. een duidelijke manier van verantwoording afleggen,maar dit mist Hill in de charismatische beweging. Omdat deze beweging geboren is in een tijd van sociale anarchie, waarbij tradities werden aangevochten, heeft dit ook z’n weerslag gehad op het leiderschap. Leiders eisten vaak een grote mate van gehoorzaamheid van hun volgelingen en ook werden leiders op een voetstuk geplaatst door deze volgelingen, waardoor de gewone gelovigen niet meer in staat waren om zelf te onderscheiden en ze te gemakkelijk de leiders gingen volgen in hun leringen en praktijken. Dit opende de poort voor potentiele misleidingen.

Toen John Wimber in de tachtiger jaren naar Engeland kwam met een nieuwe boodschap dat de kracht van de Heilige Geest voor iedereen beschikbaar was, sloeg dat enorm aan. In een verzwakte kerk was er een sterke behoefte aan de belofte van kracht. Kracht om te genezen, demonen uit te drijven en kracht om te evangeliseren. ‘Power-evangelism’ was de populaire boodschap die de charismatische mensen volgens Hill wilden horen. Direct beschikbare ‘signs and wonders’ en de belofte dat God zijn koninkrijk nu wilde vestigen sprak de mensen aan die waren grootgebracht in een instant tijdperk. Binnen deze theologie paste ook de (valse) profetie dat er een grote eindtijd opwekking zou komen, zoals voorspeld door Paul Cain. Toen dit niet uitkwam en de kerk weer was weggezakt, kwam het nieuws uit Toronto van een nieuwe opwekking, waarbij de kracht eenvoudig overdraagbaar was door mensen en zo doorgegeven kon worden. Op deze manier verspreidde dit zich in korte tijd door heel Engeland en bood dit nieuwe hoop voor voorgangers die met moeite hun gemeente draaiend hielden. Wat Hill opmerkt, is dat slechts weinigen de moeite namen om in overeenstemming met het Bijbelse gebod te toetsen uit welke geest deze kracht kwam. Het pragmatisme overheerste, als het werkt is het goed. Vanuit deze analyse bekijkt Hill de ontwikkelingen wat specifieker.

De voorstanders van de Toronto Blessing beweren dat God moet kunnen werken zoals Hij wil. Hill is het daar in principe mee eens, maar tekent wel aan dat God ons ook een verantwoordelijkheid heeft gegeven om alle dingen te toetsen. Ook heeft God ons de Schriften gegeven die Zijn karakter en wegen beschrijven, zodat we de mogelijkheid hebben om te kunnen toetsen wat van Hem afkomstig is.237 Medeauteur David Forbes238 beschrijft de theologische ontwikkelingen vanaf de Latter Rain beweging en William Branham tot aan de opkomst van de Kansas City prophets en de Toronto Blessing. Een aantal bezwaren lagen op het terrein van een te grote nadruk op het doorgeven van geestelijke gaven en vooral profetie en tevens de nadruk dat de kerk van vandaag geleid moet worden door apostelen en profeten. Ook was er een sterke neiging om mensen en gemeenten te beïnvloeden door ‘directive prophecy’. Door de vele misstanden en de veroordeling door de Assemblies of God verdween deze beweging redelijk snel van het toneel, maar veel van deze leringen gingen ondergronds verder en werden volgens Forbes geïnfiltreerd (in de zin van doorsijpelen) in de charismatische beweging. Met name de Kansas City prophets (en de daarbij behorende kerk Kansas City Fellowship geleid door Mike Bickle) waren aanhangers van deze leer en zij brachten dit over op John Wimber via een nauwe samenwerking. David Pytches publiceerde een boek239 over deze groep profeten en nodigde hen uit in Engeland, wat tot tegenstand leidde van o.a. Clifford Hill. De bezwaren van Hill en zijn medestanders zijn zowel inhoudelijk theologisch van aard, als wel dat zij deze groep van valse profetie beschuldigt, voortkomend uit een verkeerde bron.

Voetnoten:

229 Clifford Hill, (e.a.), Blessing the Church? (Guilford: Eagle, 1995).

230 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.2

231 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.3-4

232 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.3

233 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.7

234 Hill noemt o.a. Michael Harper en Tom Smail in: Hill, (e.a.), Blessing the Church?,

p.24

235 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.29

236 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.34 en p.110

 

Voor een andere recensie:

http://www.ciao.co.uk/Blessing_the_Church_Clifford_Hill__Review_5423484

 

 

Wij zijn ook katholiek

Ondanks de verrassende titel gaat dit boek over wat protestantse katholiciteit inhoudt. Katholiek is namelijk te vaak uitgelegd als niet-protestant. In dit boek wordt uitgebreid en m.i. overtuigend beschreven dat protestanten óók katholiek zijn. Maar liefst 25 auteurs van PKN huize beschrijven wat protestantse katholiciteit voor hen betekent voor kerk-zijn, geloven en leven.

Het woord katholiek wordt voor het eerst gebruikt door de kerkvader Ignatius (114 n. Chr.) en komt uiteindelijk terecht in de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel (381). Ook komt zij terug in lid 1 van artikel 1 van de kerkorde van de PKN, waar staat “De Protestantse Kerk in Nederland is overeenkomstig haar belijden gestalte van de ene heilige apostolische en katholieke of algemene christelijke kerk…” Elke kerk die zich verbonden weet met de wereldwijde kerk van alle eeuwen mag zich dus katholiek noemen volgens de auteurs.

Het gemeenschappelijke woord
Het boek bevat een twaalftal artikelen waarin door diverse theologen de aspecten van katholiciteit worden behandeld en vijftien portretten van protestants-katholieke theologen door de eeuwen heen. In één van de twaalf artikelen pleit Wim Reedijk voor een katholieke manier van Bijbellezen.

Dit houdt voor hem in dat het gemeenschappelijke beleefde Woord het primaat krijgt boven het individuele, dus dat de plaats van de Bijbel in de liturgie belangrijker is dan de bijbel thuis lezen en wat dat voor het individuele heil betekent. De verbondenheid met de traditie is ook belangrijk. Hiermee wordt voorkomen dat slechts één kerkinrichting, theologie of zegsman te dominant wordt. Een derde punt over het bijbellezen: de bijbel wordt geestelijk verstaan met Christus in het middelpunt. Dit kan gevolgen hebben voor de exegese.

Maarten Wisse beschrijft de katholiciteit vanuit de Nadere Reformatie en waarschuwt tegen de neiging van het protestantisme (vooral de conservatieve vleugel) om zich terug te trekken in hun eigen protestantse bolwerk. Voor Wisse is de uitdaging van het katholieke gelegen in de openheid naar God en de mensen toe, die er voor zorgen dat gesloten structuren, instituties en geloofsopvattingen worden opengebroken vanuit een nieuwe ontmoeting met de Heer, ingebed in de traditie. Katholiek zijn betekent een levende kerk van Jezus Christus te zijn.

Voor Bram van de Beek is katholiciteit een eigenschap van de kerk. De kerk is katholiek. Van de Beek betrekt dit op de relatie tussen de kerk en de cultuur. Een oude definitie (430) zegt: Katholiek is ‘wat overal, wat altijd en wat door allen geleerd is.’ Katholiciteit heeft dus oude wortels en overstijgt de reformatie. De waarheid van de kerk is voor Van de Beek niet exclusief, maar wel normatief. Er mag wel ruimte zijn voor contextualisatie, maar een terugkeer naar de katholiciteit zal de cultuur moeten overstijgen.

Portretten
Naast nog diverse andere interessante artikelen over katholiciteit, schetst het boek vijftien korte portretten van protestants-katholieke theologen, beginnend bij Luther, via Melanchton, Calvijn, Voetius, Bavinck, van Ruler tot Berkhof. Hierin wordt gekeken hoe in hun leven en geschriften vorm werd gegeven aan de katholiciteit binnen het protestantisme. Deze combinatie van afwisselende artikelen en de portretten maken dit tot een boeiend en leerzaam boek, in de eerst plaats voor protestanten, die te weinig beseffen dat ze ook katholiek zijn.

Evangelisch is ook katholiek
Het kan leerzaam zijn voor rooms-katholieken om te kijken of hun exclusieve waarheidsclaim op de kerk wellicht een belemmering voor eenheid kan zijn. Ten slotte kan het ook evangelischen helpen om beter na te denken wat kerk-zijn inhoud en wat hun bijdragen aan eenheid kan zijn en welke rol traditie daarin kan spelen.

Dit thema inspireerde ook drs. Jan Martijn Abrahamse, zelf van evangelische huize, om in zijn afstudeerscriptie (pdf) te onderzoeken of katholiciteit nog breder getrokken kan worden dan de PKN en kan gelden voor elke kerk, incl. de evangelische kerken. Voor Abrahamse wordt katholiciteit in de eerste plaats zichtbaar in de plaatselijke gemeente en vormt zij de basis naar openheid naar andere ‘katholieke’ kerken. (p.88) Voor Abrahamse is katholiciteit niet alleen actueel, maar ook urgent voor alle hedendaagse kerken. Deze scriptie vormt een goede aanvulling op dit boek. Ook dr. Henk Bakker komt tot een kritische, maar waardevolle aanvulling vanuit het standpunt van een baptist.

Wij zijn ook katholiek
Over protestantse katholiciteit
Dr. J. Kronenburg, dr. R. de Reuver (red.)
Uitgeverij Protestantse Pers – Heerenveen 2007, 311 blz.

 

Wij Zijn Ook Katholiek

Verfrissende kerk

Vernieuwing in de kerk kunnen we nooit alleen, zegt Mark Peter van der Bijl. Hij recenseerde het boek Mission Shaped Church, als vervolg op zijn vorige artikel over innovatie in de kerk. Volgens Mark Peter biedt het boek goede handvatten voor innovatie en voorspelt het ook waar vernieuwing toe leidt. Het belangrijkste nog is dat het boek volgens Van der Bijl ook mensen die van nature geen vernieuwer zijn enthousiast raken door dit boek.

Mark Peter van der Bijl

Fresh Expressions is de naam van een beweging in Engeland, met als doel het komen tot nieuwe uitingen van missie en kerk, inclusief het stichten van nieuwe gemeenten, maar dan op een manier die relevant is voor de mensen van vandaag. Omdat de maatschappij de laatste tientallen jaren enorm is veranderd, voldoet de huidige wijze van kerk zijn (als enige manier) volgens de initiatiefnemers niet meer. Andere manieren van kerk zijn en kerk doen, zijn volgens hen nodig. In het boek mission-shaped church wordt dit concept uitgebreid behandeld met een groot aantal voorbeelden van jeugddiensten tot café-kerken en bijeenkomsten zonder kerkgebouwen. Op de bijbehorende website berichten ze dat in de Church of Engeland (Anglicaanse Kerk) inmiddels al duizend ‘congregations of fresh expressions’ zijn begonnen, in de Methodistenkerk, die als partner in dit project meedoet, zou het om een zelfde aantal gaan.

Het boek mission-shaped church is geschreven door een werkgroep van de Church of England en als rapport aangeboden aan de kerk in 2004. Het bouwt voort op een vorig rapport Breaking New Ground: church planting in the Church of England uit 1994, waar het regelmatig uit citeert of naar verwijst. Ging het vorige rapport nog uit van het ‘parish principe’ als basis voor kerk zijn, inmiddels is dat idee losgelaten. Ook het boek New Wineskins (geschreven door David Pytches and Brian Skinner, Guildford: 1991) van twee Anglicaanse bisschoppen, pleitte voor het opheffen van de rigiditeit van dit systeem, maar de tijd was daar waarschijnlijk toen nog niet rijp voor.

Het kernwoord uit het boek (naast Fresh Expressions) is netwerk. Door sociologische en demografische redenen is de maatschappij een netwerk maatschappij geworden met een hogere mobiliteit dan ooit. De maatschappij is gefragmenteerd en de zondag is niet meer de vanzelfsprekende dag om een kerkdienst te houden. Ik denk zelf dat Engeland hierin wat voorloopt op Nederland. Het netwerk van mensen is er nauwelijks meer buurtgebonden, vandaar de noodzaak om de diverse bevolkingsgroepen te bereiken via hun andere netwerken. Daarom voldoet één standaard wijzen van kerk-zijn niet meer.

De uitdaging is dus ook om na te (blijven) denken wat het betekent om kerk te zijn en wat het doel van de kerk is. Nieuwe vormen en nieuwe manieren van kerk-zijn zijn nodig, maar ook nieuwe woorden die kerk-zijn beschrijven. ‘Fresh expressions’ is daarom de verzamelnaam van al die vormen, zowel de nieuwe als ook de meer traditionele vormen van kerk-planting. Van belang is ook om te ontdekken wat de doelgroep is die je wilt bereiken. Het boek onderscheidt (pagina 37) daarin de non-churched, de de-churched, de regular attenders en de fringe (de mensen aan de rand). Elke (doel)groep heeft zijn eigen aanpak nodig.

Het sterke aan het boek is dat het vele praktijkvoorbeelden geeft van de diverse vormen van ‘Fresh Expressions’, met het waarom en de wijze van aanpak. Het geeft daarbij ook de sterke en zwakke kanten aan van de gekozen aanpak. Een punt wat steeds terugkomt en wat name belangrijk is in de context van de Anglicaanse kerk, is het overleg en toestemming van de bisschop. Dit kan het proces wel vertragen, maar zal door de grondige voorbereiding (waarschijnlijk) meer kans van slagen hebben en geeft ook meer continuïteit bij leiderschapswisselingen. Dit geeft wat mij betreft een mooi voorbeeld voor de meer individualistische evangelische wereld, waar vaak alleen de persoonlijk ervaren leiding van God voldoende is om een nieuwe gemeente te starten.

Ook besteedt het boek een hoofdstuk over welke theologie en ecclesiologie een missionaire kerk moet hebben. Centraal staat het werk van Christus en de Geest, maar wat ook nodig is, is om dit evangelie te contextualizeren. Ook gebruikt het boek het woord ‘inculturation’ hiervoor vaak. Het belang wordt benadrukt dat het karakter en roeping van de kerk is, om één, heilig, katholiek en apostolisch te zijn, zoals al sinds Nicea beleden wordt.

De mogelijke methodologie wordt verduidelijkt door de drie kernvragen, who is the plant for?, who is the plant by? en who is the plant with? (p. 110-113),waarbij de plant de nieuw te starten gemeente is. Dit dwingt tot nadenken over een aantal essentiële vragen, die vele problemen later kunnen voorkomen. De laatste twee hoofdstukken geven een framework en aanbevelingen die zowel praktisch als leerzaam zijn. Als aandachtspunt wordt vooral het belang van (goed) leiderschap genoemd. De kwaliteit van het leiderschap heeft namelijk de grootste invloed op het resultaat wat beoogd wordt. Ook de combinatie van de pionier en het team en de samenstelling van het team worden besproken. Ik denk dat hier de grootste winst kan worden behaald, zowel bij de selectie als de training van leiders.

Ook de soms gespannen verhouding tussen (hoog) opgeleide professionals en ‘leken’ zal de nodige aandacht vragen. In de kerkorde van vooral de traditionelere kerken is niet altijd rekening gehouden met deze nieuwe ontwikkelingen. De grens tussen ‘lay’ en ‘ordained’ zal op den duur wel (moeten) vervagen en de opleidings- en trainingsbehoefte (en de invulling daarvan) zal op beide groepen van toepassing zijn. Hoewel ik van nature geen vernieuwer ben, ben ik toch erg enthousiast geraakt over dit boek en de concepten en mogelijkheden die in het boek worden beschreven. Vooral het idee dat gemeente stichten geen zaak van klonen is, maar kijken naar de mogelijkheden en behoeften die er zijn bij zowel de doelgroep als degenen die dit willen en kunnen gaan uitvoeren. Dit was voor mij een echte eye-opener.

Kortom, dit boek is een aanrader voor wie verder wil denken over vernieuwing en die ideeën en inspiratie kan gebruiken, maar vooral voor degenen die moeite hebben met vernieuwing en innovatie. Het biedt hen een kans om meer begrip te krijgen voor andere vormen van kerk-zijn en voor degenen die daar mee bezig zijn. Want vernieuwing is nodig en ook niet tegen te houden. Maar de manier waarop, daar hebben we elkaar voor nodig.

 

De kerk heeft innovatie nodig

Om de kerk ook voor de toekomst geloofwaardig maar vooral relevant te houden, moet de kerk veel meer dan nu het geval is innoveren. Dat zegt Mark Peter van der Bijl, hoewel hij onderschrijft dat het innovatieve klimaat verbeterd is. Daarbij moet de kerk wel oppassen niet de inhoud kwijt te raken.

Heeft de Kerk een toekomst?
De cultuur en maatschappij van Europa zijn de afgelopen jaren zodanig veranderd dat dit grote gevolgen heeft voor het denken, het geloof en de kerk. De kerk kan bij de ontwikkelingen niet zomaar achterblijven. De huidige tijd wordt vaak postmodern en post-christelijk genoemd, overal zijn de gevolgen van de doorgaan de secularisatie zichtbaar. Het christendom is niet meer vanzelfsprekend de bron van de cultuur, de maatschappij is aantoonbaar pluriformer geworden, met als gevolg dat nieuwe groepen bereikt moeten worden met het christelijk geloof, wil tenminste het de kerk haar relevantie behouden.

Deze nieuwe situatie brengt de nodige problemen en uitdagingen voor de kerk met zich mee. Geloofwaardigheid en een goede contextualisatie zijn nodig om de mensen van vandaag weer te bereiken. De kerk is nog steeds nodig vanwege de maatschappelijke en sociale waarde die ze vertegenwoordigt, maar dit is voor de huidige generatie Nederlanders niet meer vanzelfsprekend.

Is innovatie het antwoord?
Geloofwaardigheid en een goede contextualisatie zijn nodig om de mensen van vandaag weer te bereiken. De kerk is nodig vanwege de waarde die ze vertegenwoordigt, maar dit is niet meer vanzelfsprekend. Het antwoord voor deze problemen kan liggen in innovatie en vernieuwing.

Idee!
Eigenlijk is innovatie altijd nodig om te overleven en relevant te blijven. In kerktaal wordt dit semper reformanda genoemd. Maar onmiskenbaar is de kerk van nature nogal conservatief. Creatieve mensen, pioniers en veranderaars krijgen meestal te weinig speelruimte, maar tegenwoordig lijkt daar verandering in te komen. Innovatie moet ook meer zijn dan alleen cosmetische en uiterlijke aanpassingen. In andere woorden, niet de dingen beter doen, maar andere dingen doen.

Dit vraagt wel om een aantal voorwaarden, want innovatie is een zaak van de lange adem. Zo zullen vernieuwers wat verder van het (machts)centrum moeten zitten, waar de nadruk meer op stabiliteit ligt. Ze zullen als team van een samengestelde afkomst moeten zijn om elkaar aan te kunnen vullen, een hybride cultuur als het ware. Er zal een gezamenlijke uitdaging en gezamenlijke waarden moeten zijn om dit avontuur aan te gaan. Dit kan het beste gebeuren in innovatieve omgevingen, wat verder weg van het starre midden. Dit kan via programma’s ontwikkeld worden of via organische groei tot stand komen.

We herkennen drie soorten omgevingen waar innovatie beoefend kan worden, de eerste wordt ook wel een laboratoriumomgeving of vrijplaats genoemd. Hier is de grootste vrijheid om nieuwe dingen te beginnen, het liefst zonder teveel controle. Als de nadruk meer ligt op relaties ontwikkelen en samenwerken, spreken we van een broedplaats. Als laatste spreken we van een startplaats (of couveuse), waar vooral kennis wordt verzameld, maar ook weer wordt doorgegeven, bijvoorbeeld via onderwijsinstellingen zoals de J.H. Bavinck Leerstoel Churchplanting aan de VU.

Innovatie in het verleden
Innovatie lijkt wederom een moderne uitvinding, maar er zijn in de kerkgeschiedenis genoeg voorbeelden van geslaagde innovaties. Denk bijvoorbeeld aan de kloosterordes, maar ook de zendingsbeweging, begonnen als lekenbeweging, en de opkomst van de evangelische beweging in Nederland. Niet alle innovatie is succesvol geweest. Een goed niet-geslaagd voorbeeld is het DAWN principe (Discipling A Whole Nation, in Nederland bekend geworden als VisNed). Hierbij werd als doel gesteld om tegen het jaar 2000 een bepaald, vrij groot, aantal nieuwe kerken te hebben gestart. Dit was een concrete invulling van saturation planting. Helaas voor degenen die deze plannen bedachten zijn deze aantallen nooit gehaald en bovendien sloten er in dezelfde periode nog meer kerken hun deuren.

Oplossingen
Innovatie is heel breed is en daarom zullen er keuzes worden gemaakt. We zien op een aantal terreinen al dat er innovatieve ideeën op gaan komen. Deze kunnen we vinden op het terrein van nieuwe vormen van ecclesiologie (leer over hoe je kerk kan zijn), met minder nadruk op het eigen kerkgenootschap (post-denominalisme). Allerlei vormen van ‘emerging’ kerk zijn, dwingen wel om na te denken over wat een minimale ecclesiologie moet zijn (zie bijvoorbeeld de uitstekende MA-thesis van Teun van der Leer De kerk op haar smalst).

Het is erg gemakkelijk om bij nieuwe vormen ook een deel van de inhoud kwijt te raken. Ook worden vastgeroeste ideeën over ambt en leiderschap ter discussie gesteld, maar ook de ideeën over lidmaatschap, meerdere nationaliteiten in de kerk en omgaan met de nieuw sociale media die het internet biedt. Op al deze gebieden zien we dat vanuit de innovatie er andere oplossingen en mogelijkheden komen, die nodig zijn in een veranderende maatschappij waarin geloof niet langer vanzelf spreekt. Bij innovatie moet er voldoende ruimte zijn, worden gegeven, maar ook worden genomen, om hier mee aan de slag te gaan.