Studieavond over profetie op 15 dec. 2016

Op donderdagavond 15 december spreekt ds. Gert Jan Brienen over profetie in de gemeente. Hij is predikant in de Christelijke Gereformeerde Kerk De Graankorrel te Hoofddorp. Brienen studeerde theologie aan de Theologische Universiteit van de CGK en schreef een scriptie met de titel “Streef ernaar te profeteren” – Het functioneren van de gave van profetie in samenkomsten van een gemeente van gereformeerde signatuur in de 21e eeuw.

Programma:
Leiding van de avond: Martien Timmer

19.00 uur opening door Martien Timmer
19.15 uur ds. Gert Jan Brienen
20.00 uur 1e vragenrondje
20.15 korte koffiepauze
20.30 uur gesprek met elkaar en gelegenheid om vragen te stellen
21.20 uur formuleren van enkele conclusies
21.30 uur sluiting

Locatie: Kantoor Missie Nederland, Hoofdstraat 51, 3971 KB Driebergen.

Deelname is gratis, graag wel even aanmelden, zodat we weten hoeveel mensen er komen.
Wilt u vooraf een maaltijd gebruiken dan zijn de kosten €15,-  Opgave maaltijd verplicht

 

aanmelden: https://www.missienederland.nl/bijeenkomst-details/65/bezinning-op-profetie-profetie-in-de-gemeente/register

 

Advertisements

Clifford Hill over profetie

Clifford Hill is zowel theoloog als socioloog, een ‘ordained minister’ in de Congregational Church en de Church of England. Hij was jarenlang ‘editor’ van het blad Prophecy Today en is auteur van meer dan 30 boeken en is actief betrokken op het gebied van sociale hulpverlening, heeft veel internationale spreekbeurten en is al lange tijd actief in de charismatische beweging in Engeland en wereldwijd. In zijn latere boeken neemt Hill duidelijke standpunten in over wat hij ziet als ernstige bedreigingen voor het (charismatische) christendom en welke rol profetie daarin heeft gespeeld en zou moeten spelen. Zijn analyses en waarschuwingen zijn te indringend om te negeren en zullen zeker serieus bestudeerd en overwogen moeten worden.

In zijn eerste boek191 beschrijft Hill de maatschappij grotendeels door een sociologische bril, waarbij hij de profetische taak van de kerk benadrukt. Door middel van een exegese van de hoofdstukken 24-27 van het Bijbelboek Jesaja wil Hill de profetische taak van de kerk naar de volken benadrukken. In het Oude Testament waren de profeten de boodschappers van God, maar in het Nieuwe Testament is de hele kerk geroepen om een profetisch volk te zijn. God kan door alle mensen heen spreken, hoewel er af en toe ook nog wel profeten actief kunnen en zullen zijn, zoals Agabus. In de hele vroege kerk is er voldoende bewijs in het geloof en het praktiseren van de gaven van de Geest. Deze gaven brachten ook een verantwoordelijkheid om op de juiste manier gebruikt te worden en vooral de gaven van het spreken in tongen en profetie zijn voornamelijk bedoeld om in de kerk gebruikt te worden. Ook het toetsen van profetie behoorde tot de praktijk van de vroege kerk.

“The whole Christian community was a prophetic people to whom the Lord had given gifts of discernment (see 1 Corinthians 14:29). Their practice was to weigh carefully the words of the prophets.”192

Ook zegt Hill dat de kerk al voorzag dat er valse profeten zouden komen, maar dat zij daar op voorbereid was en dat alle gelovigen de beschikking hebben over de gave van onderscheiding. Er was geen angst voor misbruik van de gaven, omdat Paulus voldoende aanwijzingen in 1 Kor. 14 (maar ook 2 Kor. 11:4-6;12-15 en Rom.12:3-8) geeft om met profetie om te gaan. Profetie en het beoordelen daarvan gaan hand in hand:

“It is clear from the evidence of the New Testament that the early Church was composed not only of inspired souls but also of saints with clear judgment.”193

Toch zet Hill niet al zijn papieren op profetie. Naast profetie ziet hij nog drie andere belangrijke manieren om te ontdekken wat God vandaag de dag tot ons wil spreken, namelijk door de studie van de Bijbel, door gebed en door het bestuderen van empirisch bewijs.194 Door het bestuderen van wat er in de wereld en maatschappij gebeurd, kunnen we de tekenen van de tijd ontdekken en gaan doen wat Jezus ons opdroeg. De kerk, maar daarbij ook profetie, en de maatschappij mogen niet gescheiden worden.

“The modern prophet is like a man with a newspaper in one hand and a Bible in the other.”195

Het is m.i. de achtergrond van Hill als socioloog dat hij daarom soms verrassende inzichten en uitspraken doet, die zijn boeken een extra dimensie geven over het onderwerp profetie.

In zijn tweede boek A prophetic people196 kijkt Hill naar de situatie van de wereld vanuit zowel sociologisch als theologische perspectief en beschrijft waar hij Gods Geest aan het werk ziet. God wil de gaven van de Geest aan de gemeente geven, net zoals in de tijd van het Nieuwe Testament, om te gemeente toe te rusten voor haar profetische taak naar de wereld en de opbouw van de gemeente.

Het derde boek197 van Hill Prophecy Past & Present gaat volledig over profetie en beschrijft dit in drie delen, namelijk profetie in Israël, profetie in de vroege kerk en profetie heden ten dage. Dit laatste deel, wat de laatste drie hoofdstukken beslaat, heeft hij geheel herschreven in 1995 als reactie op recente ontwikkelingen in de kerk sinds het verschijnen van het boek in 1989. In zijn laatste boek198 Blessing the Church? gaat hij hier nog uitgebreider en scherper op in.

In dit boek herhaalt Hill dat het de taak van de kerk is om een profeet voor de wereld te zijn199 en om het woord van God aan de volken te verkondigen. Het is om die reden dat de kerk van God moet horen.

Sinds de 20ste eeuw signaleert Hill weer een toegenomen interesse in de geestelijke gaven en profetie. Maar met het verschijnen van echte profetie komt ook de valse profetie.

“There are the charlatans, the false prophets and the false teachers who create confusion and cause many people to want to have nothing to do with prophecy or the exercise of spiritual gifts.”200

Daarom is het, naast openheid voor het werk van de Heilige Geest, ook nodig om ‘in-depth’ de Bijbel te bestuderen om te zien wat het te zeggen heeft over profetie en Gods zelfopenbaring aan de mensen. Hij ziet de Bijbel als de enige betrouwbare bron voor het wezen en doel van openbaring. Hill geeft als doel van zijn boek om een gebalanceerde en Bijbelse uitleg van het wezen en praktijk van profetie te geven.

Beginnend met het voorbeeld en verhaal van Samuël (1 Sam. 3:20) komt hij tot de volgende definitie van profetie:

“Prophecy was revealed truth that came directly from God.”201

Profetie wordt ‘ontvangen’ en wordt niet geproduceerd met het menselijke verstand. Ook geeft Hill al meteen aan dat er geen sprake kan zijn van een ‘ecstatic experience’ bij Samuël. In de tijd van de Richteren en de tijd dat Samuël leefde, waren er twee typen profeten, d.w.z. de dragers van de woorden van Yahweh. De woorden die de Bijbel daarvoor gebruikt zijn ‘seer’ en ‘nabi’. De ziener (1 Sam. 9:9) was meer een beschouwend type die solitair leefde, terwijl de ‘nabi’ een wildere en extatisch type profeet was en in groepsverband leefde en handelde. Soms worden deze termen ook door elkaar gebruikt in de Bijbel, maar over het algemeen zien we wel verschillen in de wijze waarop men komt tot het ontvangen van een woord van God. Bij de profeten in groepsverband is er vaak sprake van muziek en instrumenten in combinatie met profeteren (1 Sam. 10:5 en 1 Sam. 19:18; 1 Kron. 25:1). Hill noemt dit een poging om in de tegenwoordigheid van God te komen en leiding van Hem te ontvangen. Hier zien we ook elementen van ‘ecstasy’. Ongewoon gedrag werd in die tijd aan de invloed van de geestelijke wereld toegeschreven. Door de instabiele persoonlijkheid van Saul was het voor hem niet moeilijk om eenvoudig te schakelen tussen buien van razernij tot een geestvervoering.

Dit in tegenstelling tot Samuël die de aanwezigheid van God zocht door rustig te luisteren naar de innerlijke stem van de Geest die met hem wilde communiceren (bijvoorbeeld in 1 Sam. 8:7 waar hij God zoekt in gebed en ook in 8:21). Ook in 2 Kon.19:14 en 2 Kron. 32:20 lezen we dat voorbede leidt tot het spreken en handelen van God. Hill ziet in de ‘nabi’ (of nebi’im) de plaatselijke religieuze enthousiastelingen die Yahweh dienden op de hoge plaatsen die voorheen gebruikt werden voor de dienst aan Baäl. De Rekabieten (Jer. 35) stammen mogelijk ook hiervan af. De zieners waren uitmuntende mensen die meer een rondreizende taak hadden om (ook) de wetten van God te onderwijzen.202 Zo groeien de zieners uit tot de geestelijke leraars en leiders van Israël.203

Ook in het Israël van die tijd was er een zekere ambivalentie tegen de extatische profeten (zie 2 Kon. 9:11). Enerzijds noemden ze deze profeet een waanzinnige, terwijl ze kort daarna zijn woorden als waar accepteren. Hill ziet in de vroege periode van het koninkrijk van Israël een periode van verandering in profetie en de profeten als gevolg van de grote sociologische veranderingen in het land. Door de invloeden van de Kanaänitische godsdiensten is er regelmatig (en in toenemende mate) sprake van syncretisme, zowel bij de koning als bij de groepsprofeten. In 1 Kon. 22 zien we een groep van 400 profeten een gunstige profetie geven aan de koning, waarna de koning nog een ‘second opinion’ wil van een (solitaire) profeet des Heren, die, misschien niet helemaal verrassend, tot een heel ander woord komt. (1 Kon. 22:16-18). Uit 1 Kon. 18:4 blijkt wel dat niet alle groepen profeten altijd als valse profeten kunnen worden bestempeld. Maar volgens Hill204 werden de groepen profeten in toenemende mate geassocieerd met de aanbidding van Baäl, terwijl de echte lijn van profetie wordt gehandhaafd door de solitaire profeten, zoals Amos en Hosea in het noorden en Micha en Jesaja in het zuiden. In eerste instantie waren hun profetieën nog ‘oral’, terwijl dit later werd opgeschreven.

Hill is het oneens met het merendeel van de Oud Testamentici die de extatische eigenschappen van de profeten benadrukken. Vaak wordt dan verwezen naar de visioenen van Ezechiël, maar Hill laat zien dat Ezechiël niet een man was die zich in een trance werkte, al dan niet met behulp van muziek, maar gewoon het woord van God ontving toen hij in zijn huiskamer zat (Ez. 8:1). Volgens Hill brengt God alledaagse beelden of woorden in onze gedachten en hoeven we daar niet voor in een trance te geraken.205 Dit is beschikbaar voor alle christenen, maar de Bijbelse wetenschappers die daar geen ervaring mee hebben, zijn dan ook niet in staat om deze ervaringen te begrijpen of te beschrijven.

Ook zegt Hill dat profetie in de gemeente (1 Kor. 14:32) niet van een extatisch karakter is, omdat ‘de geesten der profeten aan de profeten onderworpen zijn’. De oproep dat allen kunnen profeten (14:1 en 14:31) en het verzoek om de profetie te toetsen door ‘de anderen’ betekent voor Hill dat Paulus verwacht dat de gemeente een profetisch volk gaat worden die gretig is om te luisteren wat de Heilige Geest tot hen spreekt.206

Profetie was volgens Hill207 een normaal onderdeel van de ervaring van het dagelijks leven in de kerk van het Nieuwe Testament. De zending (mission) van de kerk werd direct gestuurd door de Heilige Geest en dit werd ontvangen door middel van profetie. In vier belangrijke gebieden van de vroege kerk kom je deze sturing tegen, namelijk in het aanstellen van leiders, in de strategie van zending, in de leerstellingen en in voorkennis van de toekomst. De uitspraak in Hand. 15:28 “Want het heeft de Heilige Geest en ons goed gedacht.” vindt Hill een “supreme example of prophecy”,208 omdat hieruit de waarde van profetie blijkt voor de beslissingen die daarop genomen werden en waaruit ook blijkt dat deze beslissingen meer zijn dan alleen menselijke overwegingen.

Petrus beriep zich op de eerste Pinksterdag op de belofte van Joël dat allen zouden profeteren, wat betekent dat er geen verschil is in leeftijd, ras, geslacht of sociale status bij het uitdelen van de geestelijke gaven. Sommigen worden echter profeet genoemd in het Nieuwe Testament, in tegenstelling tot degenen die de gave van profetie hebben. Dit laatste kan gebruikt worden binnen de plaatselijke kerk, terwijl de profeet een bediening naar de hele kerk heeft. Mensen zoals Agabus reisden van stad tot stad en spraken daar de woorden van God. Ook de vijf mannen in Antiochië (Hand. 13:1) die leraren en profeten worden genoemd, komen allemaal ergens anders vandaan. Volgens Hill209 is in de vroege kerk nog weinig sprake van een duidelijke kerkorde en duidelijke ambtsomschrijvingen. Vandaar dat er regelmatig sprake is van valse leraren en valse profeten, zoals in Hand. 13:6-12. Volgens Hill, en dit Bijbelverhaal, heeft Paulus weinig moeite om deze valse profeet te confronteren en ontmaskeren. Ook Jezus waarschuwde enkele keren tegen valse profeten (Mar.13:22-23; Mat. 24:11; Mat 7:22- 23) en hun misleidende praktijken. Hill zegt daarom:

“Countering the effects of false prophets was a major problem in the early church.”210

De problemen konden bestaan uit de onbekende mensen die zich als profeet aandienden, maar ook door valse profetieën, waar Paulus de gemeente in Tessalonica voor waarschuwt (2 Tess. 2:1-3). Ook Johannes (1 Joh. 4:1) waarschuwt tegen valse profeten. Het is vanwege de aanwezigheid van deze valse profeten dat Paulus de gemeente waarschuwt om alles te onderzoeken (test everything) (1 Tess. 5:21). Ook in twee van de zeven gemeenten uit het boek Openbaring (Pergamun en Tyatira) is er sprake van valse profetie. Hill211 concludeert daarom dat het toetsen van profetie daarmee van groot belang was voor de vroege kerk, en hij besteedt er dan ook de nodige aandacht aan. Hill zegt dat de aanwezigheid van veel van de valse leringen en praktijken van de valse profeten, mede hebben geleid tot de pogingen van de vroege kerkleiders om het orthodoxe geloof op papier vast te leggen. Voor Paulus bestond de opdracht om alles te onderzoeken en te toetsen en het goede te behouden en het slechte te verwerpen, uit een proces van filtering. In wezen gebeurde dat onder het oude verbond ook al, zoals te lezen is in Deut. 18:19-20. Volgens Hill kon van het volk nog niet voldoende onderscheid worden verwacht en lag de verantwoordelijkheid daar bij de leiders. Onder het nieuwe verbond (waar Jer. 31:31 al naar verwijst), is dat anders en is de Heilige Geest aan allen gegeven en is onderscheid mogelijk door de speciale gave van onderscheid. Volgens Hill212 verwijst ook Johannes naar die gave als hij oproept om de geesten te beproeven (1 Joh. 4:1). De vroege kerk was toegerust om te toetsen en de manieren om te toetsen in de vroege kerk waren de volgende vier; namelijk vervulling, leerstellig, opbouw en het karakter en gedrag van de profeet.213

Vervulling was de eenvoudigste manier om te controleren of een voorspellende profetie uitkwam. Dit was al gebruikelijk in het Oude Testament (Deut. 18:22; Jer. 28:8-9; Ez. 28:8-9; Ez. 3:33) en de profeten wisten dit en de echte profeten zoals Jeremia pasten dit ook toe op hun eigen profetieën (Jer. 20:7; 18:21). Ook in het Nieuwe Testament wordt dit criterium van belang geacht voor de geloofwaardigheid van een profeet (Hand. 11:28), hoewel zelfs Agabus er wel eens een klein detail naast zat (vergelijk Hand. 21:11 en 21:33). Vervulling alleen is niet genoeg om als echte profetie erkend te kunnen worden. Ook is toewijding aan God van groot belang. Een profeet die afval predikte van God (Deut. 13:5) moest ter dood gebracht worden. Ook Jeremia trad hard op tegen valse profeten die het volk misleidden met leugens (Jer. 28:16; 29:32). De regels die God had gegeven en het daaruit komende onderwijs dat vorm had gekregen in de Schriften was bekend als de norm in het land. Ook Paulus beroept zich daarop en spreekt over zijn eigen boodschap als ‘zonder iets anders te zeggen dan wat de profeten en Mozes gesproken hebben’ (Hand. 26:22). Ook nieuwe praktijken werden daaraan getoetst, zoals Jacobus zegt: ‘En hiermede stemmen overeen de woorden der profeten’ (Hand.15:15). Ook Paulus riep op om ‘niet te gaan boven hetgeen geschreven staat’ (1 Kor. 4:6). Dit in combinatie met 2 Tim. 3:16 laat zien dat het gebruik van de Schriften als de norm van leerstellingen ook gebruikt werd om profetie en nieuwe openbaringen te toetsen.

Ook was er het gevaar van valse leringen (1 Tim. 6:3; 2 Tim. 2:17), maar de norm was het betrouwbare onderwijs wat door de apostelen was overgeleverd (2 Tess. 3:6). Valse profeten konden dus (ook) door hun valse leringen herkend worden, bijvoorbeeld een verkeerde leer over de persoon van Jezus, waar Johannes tegen waarschuwt (1 Joh. 4:2). Het herkennen en onderscheiden van de waarheid was een zalving die de gelovigen van de Heilige Geest hadden ontvangen (1 Joh. 2:20). Wie niet de goede leer brengt, is niet welkom in de kerk en moet verwijderd worden (2 Joh. 10-11). Vooral Johannes werkt deze test van juiste doctrine het uitgebreidste uit.

Paulus legt een grotere nadruk op opbouw van de gemeente als toets voor profetie. Voor Hill is het concept van profetie hetzelfde in het oude en nieuwe verbond. Wat verandert is de functie van profetie. In het Oude Testament wordt het volk Israël aangesproken (soms andere volken), terwijl in het Nieuwe Testament profetie alleen voor de kerk bedoeld is. Daarmee moet profetie ook passen in het doel van de kerk, namelijk het opbouwen van het geloof, het toenemen van inzicht, het vergroten van de visie en eenheid van de Christelijke gemeenschap. Daarmee ziet Hill geen ruimte voor oordeelsprofetie, omdat een echt woord van God de gemeente op moet bouwen. Zodat:

“A true prophecy would not be destructive and judgmental even though it might contain rebuke or correction’.214

Alles wat echt van God komt, moet opbouwen en tot volwassenheid leiden, en de belangrijkste test hierbij is de liefde, vandaar dat in de hoofdstukken van Paulus over de geestelijke gaven hij de aanwezigheid van liefde als het belangrijkste motief voor profetie benadrukt.

Dit moet dan terugkomen in het gedrag en houding van de profeet. Dit (ordelijke) gedrag blijkt ook uit zijn presentatie, hij wacht op zijn beurt (1 Kor. 14:31), hij geeft zijn beurt aan een ander die een openbaring ontvangt (14:30), hij is bereid zijn woorden te laten toetsen (14:29), hij doet alles op een ordelijke manier (14:33), hij spreekt in eenvoudige taal die begrijpelijk is voor de hele kerk (14:19), gebruikt zijn geest en zijn verstand (14:20) en is bovenal geïnteresseerd in de eenheid van de gemeente (12:13).

Profetie is voor Hill wat betreft het opbouwende karakter, niet in de eerste plaats te toetsen op de inhoud, maar op het resultaat en de juiste wijze van presentatie.

“True prophecy, in Paul’s teaching, would edify the fellowship, for prophecy (if rightly responded to) turns division into unity, strife into peace, fear into faith, and binds believers together in love.”215

Een laatste en minstens zo belangrijk criterium is de persoon van de profeet, iets waar de nadruk aan het eind van de Nieuw Testamentische periode steeds meer naar verschuift. Vandaar dat geschriften als de Didachè en de Herder van Hermas relatief weinig aandacht geven aan leerstellige aspecten, maar des te meer aan het karakter en het gedrag van de profeet. Vermoedelijk komt dit voort uit het onderwijs van Jezus dat je de (valse) profeten aan hun vrucht kunt herkennen (Mat. 7:16). Door middel van analogieën vanuit de natuur maakte Jezus duidelijk dat goede vruchten niet voort kunnen komen uit een slechte boom. Datzelfde principe geldt ook voor mensen, een geestelijk ziek en corrupt persoon zal geen goede daden voortbrengen. Het gedrag van een persoon zal zijn karakter tonen. Dit onderwijs van Jezus komt dan ook overeen met wat het Oude Testament hierover leert, waar de valse profeten immoraliteit koppelden aan geestelijke afval, zoals Jer. 23:14 beschrijft. Ook Micha en Jesaja bonden de strijd aan met de valse profeten van hun tijd (Mi. 3:5; Jes. 28:7) en Jesaja suggereert dat alcohol de inspiratiebron is van hun profetieën. Ware profetie leidt mensen in reinheid en heiligheid, omdat God heiligheid van zijn volk verlangt. Valse profetie leidt ook tot seksuele immoraliteit (2 Kon. 23:7; Op. 2:14). Ook de valse profetes Izebel (Op. 2:20) verleidt de gemeenteleden tot immoraliteit. Dus zowel de woorden als daden van valse profeten zijn te toetsen op hun inhoud en of het de mensen van God afbrengt. Hill schetst de tegenstelling als volgt:

“The false prophet would be judgmental, self-seeking, greedy and ambitious.”216

Daarentegen:

“The true spirit of prophecy would lead people into ways of gentleness and peace, into lives of love and service.”217

Voor de kerk van vandaag komt Hill tot maar liefst twaalf criteria om profetie te toetsen, voor een deel gebaseerd op de voorgaande vier criteria van de vroege kerk. Hill maakt zich ernstig zorgen over de toename van valse profetieën, met name in charismatische kringen.

Hij ziet valse profetie als schadelijk en in sommige gevallen zelfs als extreem gevaarlijk. Vandaar zijn extra aandacht voor toetsen, maar ook gaat Hill verder in het herkennen en confronteren van wat hij als valse profeten beschouwd. Omdat vele leiders van kerken niet weten hoe ze met profetie om moeten gaan en hoe ze moeten toetsen, kunnen belangrijke woorden van God verloren gaan of kunnen mensen en kerken slachtoffer worden van valse profetieën die ongetoetst geaccepteerd worden. Om beide misstanden te voorkomen komt Hill met zijn uitgebreide lijst van twaalf toetsingscriteria. Deze zijn:218

1. Gebed. Profetie moet in gebed ontvangen worden. Dit geeft het juiste fundament om te toetsen en geeft ruimte voor onderscheiding.

2. Getuigenis van de Geest. Bij een echt woord van God zal er meteen een innerlijke herkenning zijn die Gods Geest in ons bewerkt.

3. De Schriften. De inhoud van de profetie moet altijd vergeleken worden met de Schriften zoals de vroege kerk ook al deed. Gods woorden kunnen zichzelf ook niet tegenspreken.

4. Meditatie. Dit betekent de tijd nemen om er rustig over na te denken. Rust en geduld kunnen helpen om ons zelf voor te bereiden om het woord te ontvangen.

5. Bevestiging. Een belangrijk woord heeft altijd bevestiging nodig. Dit is geen gebrek aan vertrouwen, maar een verstandige manier om met openbaring om te gaan. Bevestiging kan op verschillende manieren gebeuren, vaak door een onafhankelijke bron of persoon.

6. Eenheid. Bij een woord voor een bepaalde gemeente is het belangrijk dat dit in eenheid wordt herkend, ook als de inhoud niet is wat men verwacht. Verdeeldheid ontstaat als er gebrek aan liefde is en geen behoefte om te reageren op Gods woorden.

7. Opbouw. Het doel van de Heilige Geest is om de gemeente op te bouwen, dus een echte openbaring van God zal dat zeker doen.

8. Liefde. Zijn de woorden in liefde gesproken? Liefde is echter niet zwak of compromitteert niet met het kwade.

9. Verheerlijken van Jezus Christus. Een echt woord van God verheerlijkt altijd Jezus en nooit de spreker.

10. Voorwaarden. Aan zowel een zegen als een vermaning zijn voorwaarden verbonden. Zegen vraagt meestal gehoorzaamheid en oordeel kan voorkomen worden door bekering.

11. Vervulling. Een woord dat iets in de toekomst voorspelt, kan eenvoudig worden getoetst door te wachten en te kijken of het uitkomt. Dit moet wel gebeuren in combinatie met de andere criteria om zeker te weten of iets van God is.

12. Karakter. Het morele karakter van een profeet was in de vroege kerk een belangrijk criterium en zou dat nog steeds moeten zijn. Niemand is echter volmaakt, maar wiens leven helemaal ingaat tegen het woord van God, kan niet gebruikt worden als een kanaal van de Heilige Geest.

De kerk heeft voor Hill de functie van profeet om de volken te bereiken met de taak die God haar heeft gegeven. Gehoorzaamheid aan de Bijbelse basisprincipes zijn daarom belangrijk om goed om te gaan met de waarheid die God openbaart aan zijn volk. Het valt Hill daarom op dat profetie zich tot nu toe vooral heeft beziggehouden met het vervullen van de individuele noden of het bemoedigen van plaatselijke kerken. Hill ziet voor profetie meer mogelijkheden en een grotere dimensie van invloed dan tot nu toe is bereikt.

“We have not seen prophecy used to bring creative drive to the message or mission of the church in the declaration of the gospel or its application to the injustices and evils of society. Neither has prophecy been used as in the early church for the direction of the mission of the church and its leadership. Perhaps it will be another generation before prophecy is fully restored to its biblical role within the community of believers and their outreach into the secular world.”219

In het in 1995 herschreven hoofdstuk getiteld Prophecy in the churches220 gaat Hill in op een paar ontwikkelingen na de 2e Wereldoorlog in de charismatische wereld waar hij zich ernstig zorgen over maakt. Deze ontwikkelingen zijn achtereenvolgens de Latter Rain221 beweging waaruit William Branham en veel genezingsbedieningen uit voort zijn gekomen.

Vervolgens gaat hij in op de opkomst van John Wimber en de Vineyard beweging, die vanaf het eind van de tachtiger jaren de bediening van Paul Cain (een voormalig medewerker van Branham) en de Kansas City prophets wereldwijd een aantal jaren heeft gepromoot. Hill is bijzonder kritisch over Paul Cain en beschuldigt hem van een mengeling van waarzeggerij en persoonlijke profetie. Het bezoek van John Wimber en Paul Cain (en Bob Jones) in 1990 aan Engeland vanwege een voorspelde opwekking die in oktober 1990 in Engeland zou uitbreken, ziet Hill als een dieptepunt voor de charismatische beweging.

“Opinion will no doubt be divided on this ministry for a long time to come but there can be no doubt that the mixture of excitement, exaggeration and controversy surrounding it did untold harm to the serious study of prophetic revelation and to an understanding of the activity of God in the contemporary world. It was a setback to the cause of promoting a biblical understanding of prophecy in the churches.”222

Vanaf 1994 ontstond de Toronto Blessing in een Vineyard gemeente in Canada wat voor veel verdeeldheid zorgde in evangelisch-charismatische kringen. Hij ziet de snelle verspreiding hiervan vooral als gevolg van sociologische factoren, maar vindt de theologische wortels ervan interessant genoeg om te bestuderen. Deze theologische concepten kwamen ook weer voort uit profetie, gebaseerd op de leringen van de eerder genoemde Latter Rain beweging.

Een laatste ontwikkeling m.b.t. profetie is de grote nadruk op persoonlijke profetie. Dit is een persoonlijk woord voor een gelovige, waarbij God richting en aanwijzingen voor de toekomst van die persoon geeft. In veel charismatische kerken heeft persoonlijke profetie een vooraanstaande plaats in het gemeenteleven ingenomen. Zonder dit helemaal af te wijzen, ziet Hill hier wel gevaren in en wijt hij dit ook aan het effect van het ‘self-centred individualism’ van de geseculariseerde Westerse maatschappij op de charismatische beweging. Niet de opbouw van de gemeente staat centraal, maar het feit dat God de persoonlijke noden van mensen op kan lossen.

“The gifts have often been seen as being given for the healing, the health and the wealth of individuals rather than for building up the body of Christ in order to fulfil the mission of the church in world evangelization and growth in spiritual maturity.”223

Juist vanwege deze voornoemde controversiële ontwikkelingen benadrukt Hill het belang van het toetsen van profetie in de kerk van vandaag.

Het boek And They Shall prophecy!224 werd door Hill samen met zijn vrouw geschreven waarin hij de trends in de charismatische beweging bestudeert en beoordeelt. Hij bespreekt de groeiende profetische beweging, waar hij deels positief over is, omdat zij voortkomt uit het verlangen van God om tot ons te spreken d.m.v. profetie zoals blijkt uit de belofte in Joël 2. Ook erkent hij dat God onderscheiding aan ons wil leren, in kracht wil werken en zijn waarheid aan ons door wil geven. Ook in dit boek pleitten Hill en zijn vrouw voor het toetsen van elke openbaring aan de bron, de boodschap en de vrucht.225 Hij herhaalt verschillende van zijn gedachten uit zijn vorige boeken (incl. kritische opmerkingen over de KCP) en pleit opnieuw voor het belang van toetsen om misleiding te voorkomen.

“We cannot overemphasis the necessity for following New Testament teaching and practice in regard to the weighing of prophecy in order to guard the Church against deception.”226

Voor Hill is onderscheiding een teken van volwassenheid die ontwikkelt kan worden door kennis van en inzicht in de Bijbel als het Woord van God (Hebr. 5:14 en 2 Tim.2:15).227

Verrassend is ook zijn pleidooi voor gelijkwaardigheid tussen man en vrouw in de bediening als gevolg van de belofte van God in Joël 2. Hij erkent dat de Pentecostals in Amerika daarin voorop hebben gelopen, maar dat de nieuwere charismatische kerken een voorkeur hebben voor mannelijk leiderschap. Hill (en zijn vrouw) pleitten voor meer samenwerking tussen man en vrouw op basis van partnerschap en van hun afzonderlijke gaven.228

 

Voetnoten:

191 Clifford Hill, The Day Comes A Prophetic View of the Contemporary World (London: Found Paperbacks, 1982).

192 Hill, The Day Comes A Prophetic View of the Contemporary World, p.22

193 Hill, The Day Comes A Prophetic View of the Contemporary World, p.25

194 Hill, The Day Comes A Prophetic View of the Contemporary World, p.28

195 Hill, The Day Comes A Prophetic View of the Contemporary World, p.30

196 Clifford Hill, A Prophetic People (London: Found Paperbacks, 1986).

197 Clifford Hill, Prophecy Past & Present (Guilford: Eagle, 1989; Revised and updated edition 1995).

198 Clifford Hill, (e.a.), Blessing the Church? (Guilford: Eagle, 1995).

199 Hill, Prophecy Past & Present, p.5

200 Hill, Prophecy Past & Present, p.3

201 Hill, Prophecy Past & Present, p.13

202 Gordon Fee zegt: “The prophets were covenant enforcement mediators.” Gordon D. Fee and Douglas Stuart, How to Read the Bible for All Its Worth (Grand Rapids: Zondervan, 2003 3rd ed.). p.184

203 Hill, Prophecy Past & Present, p.17-21

204 Hill, Prophecy Past & Present, p.25

205 Hill, Prophecy Past & Present, p.28

206 Hill, Prophecy Past & Present, p.215

207 Hill, Prophecy Past & Present, p.217

208 Hill, Prophecy Past & Present, p.224

209 Hill, Prophecy Past & Present, p.230

210 Hill, Prophecy Past & Present, p.231

211 Hill, Prophecy Past & Present, p.232

212 Hill, Prophecy Past & Present, p.238

213 Hill, Prophecy Past & Present, p.239-251

214 Hill, Prophecy Past & Present, p.245

215 Hill, Prophecy Past & Present, p.247

216 Hill, Prophecy Past & Present, p.251

217 Hill, Prophecy Past & Present, p.250

218 Hill, Prophecy Past & Present, p.319-323

219 Hill, Prophecy Past & Present, p.308-309

220 Hill, Prophecy Past & Present, Hoofdstuk 16, p.307-324

221 In 1949 nam de General Council van de Assemblies of God een resolutie aan waarin het vele van de leerstellingen van deze beweging verwierp. De volledige tekst staat in Clifford Hill, (e.a.), Blessing the Church? (Guilford: Eagle, 1995). p.62-63 Op 11 augustus 2000 werd in Resolutie 16 een aantal van deze bezwaren herhaald, incl. de nieuwe nadruk op extreme manifestaties en de toenemende nadruk op allerlei bijeenkomsten die door velen als ‘revival’ worden bestempeld. (bron: http://ministers.ag.org/pfd/EndtimeRevival.pdf geraadpleegd 23-05-2012)  (inmiddels is de link: http://ag.org/top/Beliefs/Position_Papers/pp_downloads/pp_endtime_revival.pdf  20-06-2014)

222 Hill, Prophecy Past & Present, p.313

223 Hill, Prophecy Past & Present, p.317

224 Clifford and Monica Hill, And They Shall Prophecy! (Guilford: Eagle, 1990).

225 Hill, And They Shall Prophecy!, p.41

226 Hill, And They Shall Prophecy!, p.51

227 Hill, And They Shall Prophecy!, p.152

228 Hill, And They Shall Prophecy!, p.163

 

 

Valse profeten in de kerk.

 Een vervolg op het vorige artikel Blessing the Church?

Uit: Profetie in context, p. 90-94

Om deze beschuldigingen beter te begrijpen, zullen we eerst moeten bestuderen welke ideeën Hill heeft over profetie en de rol van de profeet. Volgens Hill stuurde God in de geschiedenis van Israël alleen profeten in tijden van crisis. Profeten waren nooit bedoeld om zegen te verkondigen. Dat deden alleen de valse profeten. In tijden van naderend onheil riep God echte profeten om te waarschuwen, om het volk op te roepen tot bekering en terug te laten keren tot God.240 De zegen van God was altijd afhankelijk van de trouw en de keuzes van het volk Israël. Jeremia 28 geeft een intrigerende kijk op een valse profeet die een positieve boodschap profeteert die het volk graag wil horen. Hill beschouwt valse profetie als ernstig, omdat het de mensen misleid en valse hoop geeft. Ook weerhoud het de mensen ervan om het echte woord van God te kunnen verstaan en zich weer tot God te bekeren en op die manier Zijn zegen te ontvangen. Het zijn deze negatieve effecten waar de aversie van Hill tegen valse profetie op is gebaseerd.

Zo komt Hill tot een tweedeling in type profetie. Enerzijds de profetieën die waarschuwen tegen moeilijke dagen. En tegengesteld daaraan, de profetieën met beloften van opwekking en herstel, die goede tijden en voorspoed voorspellen. Hill noemt een aantal profetieën van beide categorieën van de laatste tientallen jaren en beschrijft welke invloed ze hebben gehad. Hill merkt ook op dat er de neiging is onder de profeten die opwekking profeteren, dat ze elkaars profetieën bevestigen en zelfs aanvullen, ook met nieuwe leerstellingen. Hill concludeert dat de profetieën die het invloedrijkst zijn geweest in de laatste 25 jaar, niet de waarschuwende profetieën zijn geweest, maar degenen die ‘revival’ en andere grote geestelijke kracht hebben beloofd.

      “The most popular belief to have come from this source is the expectation of a great spiritual revival and the emergence of a glorious, victorious, supernaturally empowered church.”241

Hill ziet hier geen Bijbelse basis voor en traceert deze manier van denken en profeteren naar de leringen en praktijken van de Latter Rain beweging. Hij ziet dit als een ernstige misleiding die de charismatische beweging is binnengedrongen, doordat mensen door onvoldoende Bijbelkennis ook niet in staat zijn om dogma’s te toetsen en dwaalleringen te herkennen. Het grootste bezwaar wat Hill ziet tegen valse profetie en valse leringen is dat het blindheid veroorzaakt naar het echte Woord van God waardoor mensen het doel van God voor zijn volk in een bepaalde tijd kunnen missen.

Hill ziet het optreden van de Kansas City prophets in Engeland in 1990 als een keerpunt in de charismatische beweging.242 Het gaat Hill aan het hart wat de gevolgen zijn voor profetie.

      “When the Kansas City prophets came, with their popular message of imminent revival, they also brought a teaching about prophecy which was contrary to Scripture and highly dangerous. This teaching focused upon signs and wonders thus hyping the supernatural and sensationalizing the prophetic ministry in a way that is totally foreign to the Bible.”243

De kritiek van Hill geldt ook voor het boek van David Pytches Some Said it Thundered, die het verhaal beschrijft van zijn ontmoetingen met de Kansas City prophets. Hij verwijt Pytches vooral dat hij alle verhalen van paranormale ervaringen kritiekloos accepteert als het werk van de Heilige Geest. Hij beschouwt het als een grote fout van een kerkleider om nieuwe geestelijke ervaringen niet te toetsen aan Bijbelse principes. Hij houdt daarom Pytches medeverantwoordelijk voor de misleiding die de kerk is binnengekomen. Ook heeft hij kritiek op John Wimber voor het feit dat hij Bob Jones langere tijd de hand boven het hoofd heeft gehouden en hem door heeft laten gaan met zijn profetische bediening hoewel er voldoende aanwijzingen waren voor demonische activiteit in het leven van Jones.244 In 1991 werd Jones tenslotte ontslagen vanwege een lange lijst van moreel falen,245 waarbij sommige betrekking hadden op de wijze waarbij hij profetie misbruikte voor zijn eigen persoonlijke verlangens.246

Een ander punt van kritiek van Hill is dat deze (en andere) profeten gedurende conferenties die Wimber hield, profeteerden dat die gemeente onderdeel van de Vineyard beweging zou worden.247 Dit leidde tot een spoor van verdeeldheid en vele gemeenten splitsten hierdoor. Ook het feit dat vele van de profetieën niet uitkwamen, pleit volgens Hill niet voor deze profeten en beweging. Ook de Toronto Blessing, waarvan de beloofde opwekking niet kwam, is voor Hill een doodlopende weg, die de kerk verder weg heeft gebracht van het doel van God met de kerk.

Hill is kritisch, zelfs pessimistisch over de toekomst van de charismatische beweging. Hij ziet vele gemeenteleden afhaken, omdat ze ziek zijn door het gedrag van hun leiders. Vooral door de verwachting dat er een grote opwekking zal komen, gepaard met en veroorzaakt door allerlei wonderen en tekenen, in plaats van de Bijbelse leer dat de tekenen en wonderen de prediking van het Woord zullen volgen. Daardoor verschuift de focus weg van de centraliteit van het Woord van God en de verheerlijking van Jezus Christus.

Uiteindelijk ziet Hill de charismatische beweging desintegreren en fragmenteren in allerlei kleinere groeperingen met hun eigen geloofsopvattingen en nadrukken. Zolang de obsessie met ervaringen najagen door blijft gaan, is er het gevaar dat de beweging richting New Age gaat of een ‘cult’ gaat worden. Zijn oproep om weer op de goede weg te komen, is dat alle predikers zich weer bezig gaan houden met ‘systematic expository preaching’ van het Woord van God en dat alle gelovigen zich weer gaan keren naar de Bijbel en het Woord weer gaan bestuderen.248

 
Voetnoten:

237 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.61
238 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.62-102
239 David Pytches, Some said it Thundered (London: Hodder and Stoughton, 1990).
240 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.105
241 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.139
242 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.188, 198, 215
243 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.192
244 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.197; en dit wordt bevestigd door John Wimber volgens Clifford and Monica Hill, And They Shall Prophecy!, p.110
245 Dit wordt bevestigd in het boek wat gezien kan worden als de officieuze geschiedschrijving van de Vineyard beweging: Bill Jackson, The Quest for the Radical Middle
(Capetown: Vineyard International Publishing, 2006). p.233
246 “He had been misusing his so-called ‘prophetic powers’ to solicit sexual favours from women.” volgens Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.197 (er worden nog meer zonden specifiek genoemd, zoals ‘using the gifts to manipulate people for his personal desires, rebelling against pastoral authority, slandering leaders and the promotion of bitterness in the Body of Christ’. This was just part of a lengthy list of Jones’ moral failures which Wimber and Bickle sent to a number of church leaders and Christian media around the world.)
247 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.203
248 Hill, (e.a.), Blessing the Church?, p.227

Het verdwijnen van het ambt van profeet in de vroege kerk.

 Het verdwijnen van het ambt van profeet in de vroege kerk

Onvermijdelijk of omkeerbaar?

 1.1       Aanleiding

Bij mijn eindscriptie over het onderwerp “Een studie naar de rol van het toetsen van profetie bij drie charismatische bewegingen in de 20ste eeuw” ontdekte ik in de diverse literatuur over dat onderwerp een verlangen of zelfs diepe overtuiging van een aantal charismatische auteurs dat God het ambt van profeet zal herstellen in de kerk van vandaag. De vraag is of dat mogelijk is en wenselijk is. Door te onderzoeken wat het ambt van profeet in de vroege kerk inhield en waarom dit verdwenen is, kan misschien enig inzicht in deze vragen worden gegeven.

1.2       Onderzoeksvraag

Welke factoren hebben een rol gespeeld bij het verdwijnen van het ambt van profeet in de vroege kerk en wat zegt dat over de mogelijkheid om dit ambt weer te herstellen in (een deel van) de huidige kerk?

1.3       Methode

Ik wil via een beperkte literatuurstudie onderzoeken of er een officieel ambt van profeet was in de vroege kerk, wat dit inhield en op welke wijze dit ambt verdwenen is in het vervolg van geschiedenis van de vroege kerk. Daarna wil ik kijken of deze factoren een belemmering zijn om te komen tot de herinvoering van het ambt van profeet, zoals sommige (vooral charismatische) kerken graag zouden zien. Het boek van David E. Aune is voor mij leidend geweest, maar ik heb ook diverse andere boeken geraadpleegd die met de vroege kerk of het onderwerp profetie te maken hebben, zoals Robeck, Hill en Trevett.

1.4       Conclusies

Mijn conclusies op basis van dit korte onderzoek zijn dat profeten een belangrijke en zinvolle rol hebben gespeeld in de vroege kerk en de verkondiging van het evangelie. Het is uit de door mij geraadpleegde literatuur niet gebleken dat de profeten in een leidinggevende rol of ambt functioneerden in de vroege kerk, noch dat ze dit zelf ambieerden. Het feit dat vele profeten rondreisden en niet verbonden waren aan een vaste gemeente, heeft het ook lastig gemaakt dat ze deel uit gingen maken van de kerkelijke hiërarchie. Door de voortschrijdende institutionalisering, die m.i. onvermijdelijk was, zijn de accenten in het ambt en het daarmee verbonden gezag anders komen te liggen in de loop der jaren en eeuwen. De nostalgie van vele (vooral evangelische) gelovigen naar de eenvoud van de eerste gemeente (Hand. 4:32-35) is begrijpelijk, maar niet realistisch. Tweeduizend jaar kerkgeschiedenis laat zich niet zomaar aan de kant schuiven. Hoewel de behandeling van de Montanisten geen schoonheidprijs verdient, herken ik wel de behoefte van de kerk van toen, maar ook van nu, om meer houvast te hebben, wat betreft het hebben van duidelijkheid m.b.t. wat men gelooft, waarbij de totstandkoming van belijdenissen, de canonvorming en de eerste concilies begrijpelijk en zinvol zijn gebleken.

Ik denk dat er in de kerk van vandaag voldoende ruimte is voor de gaven van de Geest en vooral voor profetie (binnen zorgvuldige kaders), maar voor (de herinvoering van) het ambt van profeet zie ik weinig redenen. De wenselijkheid lijkt mij ook niet zo groot, als de kerk het voor het grootste gedeelte van haar geschiedenis zonder heeft gedaan. Onvermijdelijk zullen zich dan dezelfde problemen gaan voordoen die geleid hebben tot het verdwijnen van het ambt van profeet. De voorbeelden van hedendaagse profeten in wat in Amerika de ‘profetische beweging’ (mede voortgekomen uit de ‘derde golf’) wordt genoemd, zijn dan ook niet hoopvol. Een wens naar vernieuwing in kerk is goed (dit geldt wat mij betreft voor alle denominaties), dus een voortdurende semper reformanda juich ik van harte toe. Het ambt van profeet hoeft daar wat mij betreft geen deel van uit te maken.

 1.  Inleiding

Het idee dat het ambt van profeet moet worden hersteld in de huidige kerk komt vooral voor bij de nieuwere charismatische stromingen en is zeker niet een idee dat leeft bij de hele Pinksterbeweging. Daarom zal ik kort een overzicht schetsen van de diverse charismatische bewegingen om de verschillen daarmee wat duidelijker te maken.

Barrett[1] verdeelt de ‘vernieuwingsbeweging in de Heilige Geest’ in drie groeperingen die hij ‘waves’ noemt, nl. de Pentecostal renewal (vaak Classical Pentecostals genoemd), de Charismatic renewal (waar hij actieve charismatischen onder verstaat in de historische kerken) en de Neocharismatic renewal, waarbij zijn definitie veel ruimer is dan wat ik als ‘derde golf’ benoem. Meer recent komt Anderson[2] tot een vierdeling, namelijk de Classical Pentecostals, vervolgens de Older Independent and Spirit Churches. Daarna de Older Church Charismatics en ten slotte de Neo-Pentecostal en neo-Charismatic Churches. Deze laatste groep heeft weer een onderverdeling in vier subgroepen, waarbij de Third Wave churches (waar hij ook de Vineyard onder laat vallen) er één van is. Naast de theologische, historische en culturele verschillen, ziet hij als gemeenschappelijk kenmerk dat ‘they are concerned primarily with the experience of the working of the Holy Spirit and the practice of spiritual gifts’.[3]

De traditionele Pinksterbeweging is in 1906 ontstaan vanuit een opwekking wat bekend is geworden als de Azusa Street Revival in Los Angeles. Van hieruit zijn alle grote Pinksterdenominaties ontstaan, zoals de Assemblies of God, met wereldwijd 64 miljoen leden.

Met de Charismatische beweging wordt een stroming aangeduid binnen bestaande (traditionele) christelijke kerken, waarbij ruimte is voor het geloof in, en het beoefenen van de gaven van de Geest. Het historische begin hiervan wordt toegeschreven[4] aan de publieke bekendmaking van de Episcopaalse priester Dennis Bennett dat hij in tongen sprak in het voorjaar van 1960 in de Verenigde Staten.

 De ‘derde golf’ was jarenlang een aanduiding voor de Vineyard beweging, een kerkgenootschap o.l.v. John Wimber, die bekend geworden is door zijn nadruk op ‘tekenen en wonderen’. Het is in deze beweging en wat Anderson de neo-Charismatic Churches noemt, waarbij men de overtuiging heeft dat God het ambt van profeet (maar ook van apostel) zal herstellen. Auteurs die deze overtuiging aanhangen zijn o.a. C. Peter Wagner, Jack Deere, Mike Bickle, David Pytches, Bill Hamon en vele anderen. Deze kerken hebben vaak een conservatief-evangelische achtergrond.

 De Assemblies of God, als grootste traditionele Pinksterdenominatie, distantieert zich juist nadrukkelijk van dit idee dat deze titels nog gebruikt moeten worden, hoewel ze wel de functie ervan verwelkomt:[5]

“Prophets in the New Testament are never described as holding a recognized office or position as in the case of pastors and evangelists.”

     2.  Ontwikkeling van het ambt van profeet in de vroege kerk

Profeten zijn niet bij de vroege kerk begonnen, maar spelen in het Oude Testament ook al een grote rol als de boodschappers die de woorden van God doorgaven. “Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten,” (Hebr. 1:1). Zowel Aune[6] als Robeck[7] beschrijven dat profetie (en profeten) niet alleen in Israël voorkwam, maar een wezenlijk onderdeel was van het godsdienstige leven in het Midden-Oosten en de Grieks-Romeinse tijd. Dit was vaak in combinatie met vormen van waarzeggerij of plaatsen waar orakelen konden worden geraadpleegd, zoals in Delphi.

“On the whole, divination and prophetic, even apocalyptic, activity were present throughout the Near East and running both prior to and concurrent  with Israel’s own prophetic period.”[8]

Volgens Robeck waren de kerkvaders, zoals Justinus de Martelaar en ook Origines en Tertullianus, unaniem in hun veroordeling van de profetische activiteiten in de Griekse en Romeinse godsdienst, omdat zij de inspiratiebron als demonisch beschouwden. Het voorbeeld van het waarzeggende meisje in Hand. 16:16, duidt erop dat ook in het Nieuwe Testament deze activiteit voorkwam en ook door Paulus veroordeeld werd.

Profetie zoals dit aanwezig was in het vroege Christendom van de eerste twee eeuwen na Chr. noemt Aune ‘Christian prophecy’ of ‘congregational prophecy’.[9] Kay[10] noemt dit ‘post-pentecost prophecy’. Voor hem is dit ook ‘full congregational prophecy’.[11] Aune beschrijft dat de voornaamste bronnen die we hebben over deze vorm van profetie, het gedeelte van Paulus in 1 Kor. 12-14, de Didachè 10-13 en vooral de Handelingen der Apostelen zijn. Ook kan de Openbaring van Johannes[12] als een profetisch geschrift worden beschouwd.

“Acts contains a wealth of information regarding prophecy and other revelatory phenomena in earliest Christianity.”[13]

Om te begrijpen hoe profetie werkte en wat de rol en het mogelijk ambt van profeet inhield, zullen we dit dus eerst in het Nieuwe Testament moeten bestuderen.

Aune[14] beschrijft dat er twee standpunten zijn m.b.t. tot wie aanspraak kon maken op de titel van profeet. Het eerste standpunt is dat ‘congregational prophecy’ de dominante vorm van profetie was, die werd beoefend in het vroege christendom, waarbij iedereen kon profeteren en dat slecht weinigen de rol van profeet vervulden. Het andere standpunt is dat het profeteren was voorbehouden aan een kleine groep mensen die een erkende rol van profeet hadden in de kerk. In het Nieuwe Testament wordt het zelfstandig naamwoord prophêtês 19 keer gebruikt en bij de Apostolische Vaders 21 keer. Uit de woorden van Paulus aan de gemeente in Korinte kunnen al wat voorzichtige conclusies worden getrokken over de gedachten van Paulus. Paulus noemt degenen die profeteren ‘profeten’ (1 Kor. 14:29, 32, 37). Voor Paulus zijn profeten ook door God aangesteld in de kerk (1 Kor.12:28-29), maar niet allen zijn profeet (1 Kor. 12:29). Ook de auteur van het boek Openbaring maakt diverse referenties naar profeten (Op. 11:18, 16:6, 18:20, 18:24, 22:6, 22:9). Hieruit valt af te leiden dat profeten een identificeerbare groep mensen waren, te onderscheiden van gewone gelovigen of apostelen. In het boek Handelingen opereren profeten vaak in (kleine) groepen (Hand. 11:27-8, 13:1-3, 15:32), hoewel Agabus daar de uitzondering op lijkt te zijn. De conclusie die Aune hier uit trekt is:

“In sum, it appears that these designated “prophet” in early Christianity were specialists in mediating divine revelation, not simply those who occasionally prophesied.”[15]

Volgens Aune was er geen officieel ‘ambt’ van profeet in de vroege kerk. Profeten waren degenen die de woorden van God doorgaven tijdens de liturgie, waarbij profetie dan een functie was i.p.v. een ambt.[16] De drie belangrijkste termen die Paulus noemt voor leiderschap in de vroege kerk (apostelen, profeten, leraren), komen volgens Aune alleen voor bij de brieven van Paulus. De belangrijkste leiderschapsrol in het vroege Christendom was dat van apostel, oorspronkelijk een titel voor de eerste twaalf discipelen van Jezus, maar later een meer algemene aanduiding voor zendelingen die rondreisden en het evangelie predikten. Volgens Aune is de profeet nooit echt geïntegreerd in de organisatorische structuur van de kerk. Datzelfde geldt volgens hem ook voor de apostel, maar dan om andere redenen namelijk:

“Apostleship was, by definition, a temporary task executed in a variety of different locations; it consisted largely of evangelization and the consequent foundation of new Christian communities.”[17]

Aune beschouwt profeten als een unieke vorm van leiderschap, omdat hun gezag van God kwam. Daarmee floreerden de profeten ook voornamelijk in de periode voordat de kerk volledig geïnstitutionaliseerd was en ook in ‘settings’ die minder gedefinieerd of gestructureerd waren. Naarmate de traditie en leer sterker ontwikkeld werd, moesten ook profeten hieraan voldoen, zoals blijkt uit de test in 1 Joh. 4:1-3.

Grudem[18] gaat uitgebreid in op de vraag of profeten een soort ‘charismatisch leiderschap’ vormden in de vroege kerk, zoals sommigen beweren. Degenen die deze mening aanhangen, gaan ervan uit dat het aanstellen van oudsten (en diakenen) een late ontwikkeling is, mogelijk zelfs na de tijd van Paulus. Grudem deelt deze mening niet en zegt dat er voldoende verwijzingen zijn naar ‘oudsten’ in Handelingen en de andere Nieuw Testamentische geschriften om aan te nemen dat de apostelen, samen met de oudsten de leidinggevende verantwoordelijkheid in de christelijke gemeenten hadden. Hij ziet geen bewijs in het Nieuwe Testament dat profeten een leidinggevende rol hadden in de gemeente, hun taak was immers om op te bouwen en te bemoedigen. (zie Hand. 15:32).

Een belangrijk (vroeg) document wat ingaat op het omgaan met profeten (vooral de rondreizende profeten) is de Didachè, een geschrift van een onbekende auteur, vermoedelijk geschreven rond 100 n. Chr. in een plattelandcontext in Syrië. In dit boek blijkt dat er in de na-apostolische periode nog steeds sprake is van diverse ambten zoals profeten, apostelen en leraars. Blijkbaar was het gebruikelijk dat zij rondreisden (Did. 11:1-12), en de Didachè geeft voorschriften hoe daar mee om moet worden gegaan, maar werd het zeer gewaardeerd als zij zich ergens permanent vestigden (Did. 13:1-7). Niet elke gemeente had blijkbaar een eigen residentiële profeet (Did. 13:4). Door zich ergens te vestigen, kan de rol van een profeet wel veranderen.

“The need for settled leadership to counter deception is apparent in the Didache where prophets are urged to settle with a local congregation. Where such a prophet permanently settled, his authority would immediately have been recognized and he would, to all intents and purposes, have become a monarchical bishop.”[19]

De rondreizende profeten moesten wel getoetst worden op hun gedrag en levensstijl (Did. 11:7-12). Dat geeft aan dat hun gezag niet onbeperkt is, wat al zou moeten blijken uit de opdracht van Paulus om profetie te toetsen (1 Kor. 14:29). In de Didachè ligt volgens Aune het hoogste gezag dan nog niet bij een bepaald ambt, maar bij de gemeenschap.

“By insisting that true prophets conform to particular community norms, the communities exerted enormous pressure on these itinerant prophets to conform to Christian expectations. In this sense the prophets of the Didache are clearly subordinate to the communities they serve.”[20]

  3.  Verdwijnen van het ambt van profeet

Het is een historisch gegeven dat de kerk zich in de loop der eeuwen is gaan institutionaliseren, een proces dat zich volgens Aune[21] niet overal in het Grieks-Romeinse rijk in hetzelfde tempo voltrok.

“The institutionalization of early Christianity involved not only the establishment of regular leadership within a coherent organizational, but also the development of traditions and customs as well as specialized roles, social rules, and social values.”[22]

Door deze sociale veranderingen was er volgens Aune weinig plaats meer voor profeten. De institutionalisering hield ook in dat de andere ambten groeiden in hun gezag en autoriteit. Ook heeft de voortgaande Hellenisering van de kerk er voor gezorgd dat het enthousiasme en de extase van de profeten in toenemende mate werd vervangen door de meer rationele en didactische vormen van de leraren, predikers en theologen. Hun gezag was niet gebaseerd op goddelijke openbaringen, maar op de uitleg van de traditie en de Schriften. Deze institutionalisering van de kerk wordt in sommige kringen (bijvoorbeeld evangelischen en de Pinksterbeweging) als negatief gezien. Aune noemt dit in een voetnoot[23] een theologische evaluatie, terwijl volgens hem alle sociale bewegingen gaan institutionaliseren òf gaan verdwijnen. Zonder institutionalisering zou de kerk dus niet meer bestaan.

Clifford Hill[24] bevestigt dat met het institutionaliseren van de kerk het gezag verschuift en gaat verder in op dit groeiende conflict m.b.t. gezag en autoriteit. Zeker met de komst van het Montanisme (170 n. Chr.), komen een aantal zaken op dit terrein scherper naar voren.

“The Montanists’ claim to divine revelation directly through the Holy Spirit meant that they were claiming an authority greater than that of the bishops.”[25]

Hill noemt de periode vanaf het einde van de 2e eeuw een periode van overgang.[26] Profetie kwam al niet meer zoveel voor, maar door het Montanisme kwam dit in een aantal gebieden (centraal Turkije, maar ook Noord Afrika door de invloed van Tertullianus) weer terug. Uiteraard legden zij op een aantal punten andere accenten (levensstijl, wederkomst, vrouw in het ambt), maar volgens Hill was de gezagskwestie het breekpunt. Volgens hem hadden de kerkleiders de ambitie om voor zichzelf absoluut gezag te verwerven. In deze tijd was de canon van de Bijbel nog niet voltooid en waren er een groeiend aantal leringen die als ketters werden gezien, omdat ze bepaalde aspecten van het evangelie zouden verminken. Hill vindt het dus begrijpelijk dat de bisschoppen alles gingen onderdrukken wat verdeeldheid (of verwarring) kon brengen. Institutionalisering leidde tot een groeiend gezag bij de bisschoppen en profetische openbaringen werden beschouwd als een bedreiging van hun gezag. Een eeuwenlange vervolging van het Montanisme was het gevolg, maar zij kon zich nog handhaven in Noord Afrika tot de vierde eeuw en in Turkije tot de 6e eeuw. Hill noemt dit ‘a sad chapter in the history of the church.”[27]

De strijd tegen het Montanisme bracht wel meer eenheid (vooral op leerstellig gebied) in de kerk en heeft ook de vorming van de canon versneld.

“In the formative period of church order, doctrine and practice, it was important to establish the source of authority or the result would have been spiritual anarchy and the church would have been engulfed in heretical sects and syncretistic cults.”[28]

Maar deze eenheid was wel tegen een hoge prijs, zeker voor degenen die voorstander zijn van de bediening van profeten en het gebruik van de gaven van de Geest:

            “Unity within the church was achieved at the expense of prophetic revelation.”[29]

Robeck ziet (in navolging van Adolf van Harnack) de vorming van de canon ook als één van de redenen van het teruglopen van het gebruik van de gaven van de Geest en profetie in het bijzonder.[30] Ook werden de gaven in toenemende mate geïdentificeerd met het leiderschap van de kerk en de bisschoppen in het bijzonder. De slechte reputatie van het Montanisme (uiteindelijk) en de groeiende macht en invloed van het ambt van bisschop, zorgden ervoor dat de noodzaak voor de bediening van profeet zo goed als verdween, hoewel dit volgens Hill in de marge van (maar ook buiten) de kerk nog wel voorkwam. Hill citeert Karl Rahner, een Rooms Katholiek theoloog die zegt:

            “In fact, there has always been the charismatic element in the church”[31]

Anderson[32] bevestigt het gebruik van de gaven door de eeuwen heen, maar weet dit ook te relativeren. Hij zegt:

“But all these were isolated and unusual events in the lives of saints and mystics, certainly not expected to be part of ‘normal church life’.”

Trevett schreef een gezaghebbend boek[33] over het Montanisme, waarin zij ook de strijd om het gezag herkent tussen het Montanisme en de bisschoppen. Zij benadrukt in haar boek ook één van de kenmerken waar het Montanisme bekend om is geworden, namelijk vrouwelijke profeten. Een ander probleem wat zij onderkent was dat het Montanisme met nieuwe openbaringen kwam. Deze combinatie was te bedreigend voor de meeste kerkleiders van die tijd, volgens Trevett:

    “On the other hand, the Prophecy meant that the reliability of sober, learned, male catholic leaders might be challenged on the     basis of allegedly new insights, or of prophetic and other charismatic powers and even by women.”[34]

Uiteindelijk heeft het Montanisme geen nieuwe leringen gebracht of zijn hun geschriften in de canon van de Bijbel opgenomen en hebben de discussies over de geschriften die het Montanisme inspireerden (het Johannes evangelie, de Openbaring en wellicht de Hebreeën brief) de vorming van de canon zelfs vertraagd, omdat de kerk achterdochtig was over de geschriften die het Montanisme zouden hebben geholpen. Dit bevorderde dus een zeker conservatisme en het vertrouwen op dat wat al bekend was.

“Reliance on the insights of time past was safer, especially if the Church could keep a hold on the ‘correct’ interpretation of those insights. Present revelation was disturbing, brought problems of testing and challenged established authority.”[35]

Het Montanisme, ongeacht hoe men hier over denkt, kan dus gezien worden als het keerpunt in het omgaan met profetie en profeten. Dit zal nog eeuwenlang zo blijven, tot aan het begin van de 20ste eeuw:

“From the time of the elimination of the Montanists in the sixth century, there was no major movement emphasizing prophetic revelation and the exercise of spiritual revelation until the Pentecostal movement of the twentieth century.

David Pytches[36], een charismatische Engelse Anglicaanse priester, wijt het verdwijnen van de gave van profetie (en daarmee indirect dus ook de bediening van profeet) aan het koppelen van de gaven van de Geest met de (kinder) doop en later de belijdenis. De doop was (of werd) een initiatie ritueel waar de geestelijke gaven werden ontvangen. Hiermee werden de charismata onderdeel van de liturgie en kon alleen maar worden doorgegeven door erkende ambtsdragers in de kerk in plaats van dat de gaven rechtstreeks van God komen (of kunnen komen) evt. buiten de kerkelijke hiërarchie om. Pytches vindt het onbestaanbaar dat God alleen maar zou kunnen werken binnen de orde van de kerk en betreurt het dat mede op deze wijze de gave van profetie is verdwenen. De volgende stap in de kerkgeschiedenis was dat de bisschoppen en diakenen de taak van de profeet overnamen, waardoor het profetische woord alleen nog maar klonk via de prediking, zoals geïnterpreteerd door de erkende ambtsdragers in de kerk.[37]

“prophecy declined to some extent in the early church…because of an increasing emphasis on the authority of the bishops. The established Church seemed at last to have God and prophecy nicely ordered. But the problem still exists; the wind will always blow wherever it pleases.”[38]

Het is duidelijk dat Pytches niet gelukkig is met deze ontwikkelingen die er zijn geweest in de vroege kerk en hij is dan ook één van degenen die een voorstander is van de invoering van het ambt van profeet in de kerk van vandaag.[39]

Aune signaleert in de vroege kerk een conflictgevoeligheid tussen de profeten en de ‘church officials’. Hij ziet de kwetsbaarheid van de profeten, mede door de (groeiende) kracht van het conservatisme in de Christelijke traditie.

“Further, ecclesiastical authorities could always discredit a prophet by charging him with transgressing the norms of Christian behavior and thus regarding him as a charlatan, or by charging him with propagating deviant forms of teaching and associating him with demon passion.”[40]

 

Bibliografie

  • Anderson, Allen (e.a.), Studying Global Pentecostalism Theories + Methods (Berkeley: University of California Press, 2010).
  •  Anderson, Allen, An introduction to Pentecostalism (Cambridge: Cambridge University Press, 2010 (fifth printing)).
  •  Aune, David E., Prophecy in Early Christianity and the Ancient Mediterranean World (Eugene: Wipf and Stock Publishers, 1983).
  •  Barrett, David B., World Christian Encyclopedia Volume 1 (Oxford: University Press, 2001, second edition).
  •  Broeyer, F.G.M. (red), Profetie en godsspraak in de geschiedenis van het christendom (Zoetermeer: Boekencentrum, 1997).
  •  Grudem, Wayne, The Gift of Prophecy In the New Testament and Today (Eastbourne: Kingsway Publications, 1998).
  •  Herwijnen, Dr. W. Van, Rentree van de profetie (xxx: Primo Vere, 2010).
  •  Hocken, P.D., artikel ‘Charismatic Movement’, uit The New International Dictionary of Pentecostal Charismatic Movements (Grand Rapids: Zondervan, Fourth printing with corrections – October 1990).
  •  Hill, Clifford, Prophecy Past & Present (Guilford: Eagle, 1989; Revised and updated edition 1995).
  •  Jefford, Clayton N. (Ed.), The Didache in Context Essays on Its Text, History and Transmission (Leiden: E.J. Brill, 1995).
  •  Kay, William K., Prophecy! (Doncaster: Lifestream Publications, 1991).
  •  Pytches, David, Some Said It Thundered (London: Hodder and Stoughton, 1990).
  •  Pytches, David, Prophecy in the local church (London: Hodder and Stoughton, 1993).
  •  Robeck, Jr., C.M., artikel ‘Gift of Prophecy’, uit The New International Dictionary of Pentecostal Charismatic Movements (Grand Rapids: Zondervan, Fourth printing with corrections – October 1990).
  •  Trevett, Christine, Montanism, Gender, authority and the New Prophecy (Cambridge: Cambridge University Press, 2002).

 

 

Voetnoten:

[1] David B. Barrett, World Christian Encyclopedia Volume 1 (Oxford: University Press, 2001, second edition). p.19-22

[2] Allen Anderson, (ea), Studying Global Pentecostalism Theories + Methods, Berkeley: University of California Press, 2010, p.16-20

[3] Anderson, (ea), Studying Global Pentecostalism Theories + Methods, p.17

[4] Volgens P.D. Hocken in een artikel ‘Charismatic Movement’, uit The New International Dictionary of Pentecostal Charismatic Movements (Grand Rapids: Zondervan, Fourth printing with corrections – October 1990). p.130

[5] Bron: http://ag.og/top/belifs/topics/sptlissues_prophets_prophecies.cfm (geraadpleegd 22-5-2012)

[6] David E. Aune, Prophecy in Early Christianity and the Ancient Mediterranean World (Eugene: Wipf and Stock Publishers, 1983). p.23-79

[7] C.M. Robeck, Jr., artikel ‘Gift of Prophecy’, uit The New International Dictionary of Pentecostal Charismatic Movements (Grand Rapids: Zondervan, Fourth printing with corrections – October 1990). p.728-730

[8] C.M. Robeck, Jr., ‘Gift of Prophecy’, p.729

[9] Aune, Prophecy in Early Christianity and the Ancient Mediterranean World, p.189-200

[10] William K. Kay, Prophecy!, Doncaster: Lifestream Publications, 1991, p.12, 64

[11] Kay, Prophecy!, p.71

[12] Zie Op. 1:3; 22:10

[13] Aune, Prophecy in Early Christianity and the Ancient Mediterranean World, p.191

[14]Aune, Prophecy in Early Christianity and the Ancient Mediterranean World, p.195-198

[15] Aune, Prophecy in Early Christianity and the Ancient Mediterranean World, p.198

[16]Aune, Prophecy in Early Christianity and the Ancient Mediterranean World, p.201, 9

[17]Aune, Prophecy in Early Christianity and the Ancient Mediterranean World, p.203

[18]Grudem, Wayne, The Gift of Prophecy In the New Testament and Today (Eastbourne: Kingsway Publications, 1998). p.183-189

[19] Clifford Hill, Prophecy Past & Present (Guilford: Eagle, 1989; Revised and updated edition 1995).p .259

[20] Aune, Prophecy in Early Christianity and the Ancient Mediterranean World, p.209

[21] Aune, Prophecy in Early Christianity and the Ancient Mediterranean World, p.203

[22] Aune, Prophecy in Early Christianity and the Ancient Mediterranean World, p.204

[23] Aune, Prophecy in Early Christianity and the Ancient Mediterranean World, p.406

[24] Clifford Hill, Prophecy Past & Present (Guilford: Eagle, 1989; Revised and updated edition 1995).

[25]Hill, Prophecy Past & Present, p.265

[26]Hill, Prophecy Past & Present, p.253-269

[27]Hill, Prophecy Past & Present, p.265

[28]Hill, Prophecy Past & Present, p.265

[29]Hill, Prophecy Past & Present, p.265

[30] Robeck, Jr., ‘Gift of Prophecy’, p.737

[31]Hill, Prophecy Past & Present, p.268

[32] Allen Anderson, An introduction to Pentecostalism, Cambridge: Cambridge University Press, 2010 (fifth printing), p.23

[33] Trevett, Christine, Montanism, Gender, authority and the New Prophecy (Cambridge: Cambridge University Press, 2002).

[34]Trevett, Montanism, Gender, authority and the New Prophecy, p.136

[35] Trevett, Montanism, Gender, authority and the New Prophecy, p.137

[36] David Pytches, Prophecy in the local church (London: Hodder and Stoughton, 1993). p.158-159

[37]Pytches, Prophecy in the local church, p.160

[38]Pytches, Prophecy in the local church, p.160

[39] David Pytches, David, Some Said It Thundered (London: Hodder and Stoughton, 1990). p.143

[40] Aune, Prophecy in Early Christianity and the Ancient Mediterranean World, p.205