De brieven van Paulus

Dit artikel is een vervolg op het leven van Paulus.

Brieven van Paulus.

3. Brieven van Paulus
3.1. Plaats in de Bijbel
Er zijn 13 brieven van Paulus bekend die in onze Bijbel zijn opgenomen, na het boek Handelingen. Ze staan op volgorde van lengte, dus niet chronologisch. De eerste negen brieven zijn brieven aan gemeenten, de laatste vier brieven worden de pastorale brieven genoemd, omdat ze aan een persoon zijn geschreven.

3.2. Datering
Over de dateringen van de brieven van Paulus zijn de verschillende meningen niet heel groot. Ik heb in een bijlage de jaartallen genoemd van de drie boeken die ik voor deze studie vooral gebruikt hebt.

3.3. Aanhef van de brieven
Brieven in de oudheid werden volgens een vaste structuur geschreven. Dit is gebleken uit de vele brieven die door archeologen zijn gevonden. Met name de aanhef van de brief hadden vaste elementen in een vaste volgorde:
– de naam van de briefschrijver
– de naam van de geadresseerd(n)
– de begroeting
– de mededeling, dat de briefschrijver om de gezondheid van de geadresseerde(n) tot de god(en) bidt
– een uitgesproken verlangen om tot de geadresseerde(n) te komen

Paulus blijft in zijn aanhef meestal grotendeels binnen deze structuur, maar neemt wel de vrijheid om dit op details anders in te vullen. Zo voegt hij bij zijn naam meestal zijn apostelambt toe in kleurrijke bewoordingen. En in plaats van een bede om lichamelijke gezondheid, wenst hij hen vaak ‘genade en vrede van God’ toe, d.w.z. de geestelijke gezondheid staat voorop.

3.4. Literair genre4
Voor Gordon Fee is het belangrijk om het literaire genre van een bijbelboek te kennen, als een van de sleutels om de inhoud beter te kunnen begrijpen. Hij noemt de brieven ‘occasional documents’, wat betekent dat ze zijn geschreven naar aanleiding van iets. Ten tweede zijn het documenten uit de eerste eeuw.

‘Occasional’ betekent dat ze zijn geschreven naar aanleiding van iets. We lezen dan wel de antwoorden, maar weten niet precies wat de vraag of probleem was of zelfs of er wel een probleem was. Dat houdt volgens Fee in dat ze niet primair als theologische verhandelingen zijn geschreven. Het zijn geen handboeken van de theologie van Paulus. Er zit wel theologie in verwerkt, je zou kunnen spreken van ‘toegepaste theologie’., maar wel altijd n.a.v. een specifieke situatie en aanleiding. We kunnen de brieven wel gebruiken om de christelijke theologie te ontdekken, maar de brieven zijn niet primair geschreven om de christelijke theologie uiteen te zetten. Het is altijd ten dienste van de aanleiding van de brief. Daarom is het belangrijk om goed te kijken wat de aanleiding van de brief was, welke zaken er spelen, wat de relatie is tussen Paulus en de gemeente, welke houding Paulus inneemt, etc.

Zes manieren om ons daarbij te helpen:
1. Bestudeer de historische context.
2. Lees de brief altijd in z’n geheel.
3. Bestudeer de literaire context.
4. Zoek naar de betekenis van de woorden, vooral de sleutelwoorden.
5. Realiseer je dat er probleemteksten zijn, omdat je de aanleiding niet kent. Alleen de lezers wisten waar het over ging. B.v. 1 Kor. 11:10 ‘vanwege de engelen’ en 1 Kor. 15:29 ‘dopen voor de doden’. We hebben dus soms een tekort aan kennis.
6. Zoek naar de betekenis voor de lezers van die tijd.

Samenvattend is dit voor Gordon Fee: The Epistles: Learning to Think Contextually.

Ondanks de kloof in tijd en omstandigheden, vindt Fee dat waar wij vandaag de dag vergelijkbare specifieke omstandigheden hebben met de christenen uit die tijd, Gods Woord aan ons hetzelfde is als Gods Woord aan hen.

Jack Hayford komt tot een vergelijkbare conclusie m.b.t. de toepassing: “Where these same problems exist in the modern church, the remedies are the same.”5

Vijf factoren die te maken hebben met hermeneutiek6:
Auteur, tekst, lezer, interpretatie, toepassing.

• Bij de auteur kun je denken aan de historische context, de bedoeling van de auteur, ed.
• Bij de tekst kun je denken aan de literaire context en alles wat met de inhoud van de tekst te maken heeft.
• Bij lezer kun je denken aan je eigen gekleurde bril (zoals je eigen kerkelijke achtergrond), waardoor het niet altijd makkelijk is om objectief te lezen. De moderne theorieën gaan ook vooral uit van de lezer om de betekenis te geven aan de gelezen tekst. Interactie tussen tekst en lezen staat momenteel centraal.
• Bij interpretatie kan het gaan om de betekenis te ontdekken voor de lezers van toen of voor de lezers van nu. Vaak wordt geprobeerd om dit via objectieve regels of methoden te doen. Een voorbeeld is te ontdekken of iets letterlijk of figuurlijk (beeldspraak) opgevat moet worden.
• Bij toepassing kun je denken aan wat voor gevolgen het lezen van de tekst heeft in het heden, d.w.z. wat kan (of moet) je er mee doen. De Bijbel roept ons immers op om niet alleen hoorders, maar ook daders van het woord te zijn! (Jak. 1:22). Toch moet de toepassing recht doen aan de tekst en de bedoeling van de tekst.

De eerste brief aan de Korinthiërs.

Vraag: Waar denk je als eerste aan als je aan de brieven aan de gemeente in Korinthe denkt?

Algemeen
• First Corinthians calls believers to be open to the gifts of the Spirit and to the Spirit of the gifts.7
• Orde op zaken in een jonge stadskerk.8
• De twee brieven aan de Korinthiërs vormen samen de grootste ons overgeleverde kerkordelijke verhandeling en zij leveren kostbare documentatie over de gang van zaken in de gemeenten ten tijde van de apostelen.9
• De brieven aan de Korinthiërs vormen samen een betrouwbare getuige van Paulus’ theologisch bepaalde pastorale aanwijzingen aan de gemeenten die hij stichtte.10
• 1 Korinthe geeft ons een fascinerend en waardevol inzicht in de pastorale theologie van Paulus, dat wil zeggen: in zijn benadering van de van de diverse onderwerpen en problemen in zijn gemeenten. Hij bekijkt alles vanuit het perspectief van zijn eigen geloof in God en Christus, waaruit ook zijn opvattingen over de mens en verlossing voorkomen.11
• 1 Corinthians is, in literary terms, Paul’s greatest achievement, perhaps the finest single piece of writing in the New Testament. It reaches one of its heights, beautifully coordinated to the specific circumstances addressed, in the description of the Church as the body of Christ, animated by a single, divine Spirit (1 Corinthians 12:12-30), that guides believers better than the Torah.12

Tijdvak
56 n. Chr.

Schrijver
Paulus, samen met Sostenes, waarschijnlijk zijn secretaris en medewerker (1:1).

Stad
Korinthe ligt in het zuiden van het huidige Griekenland, (in de Bijbel vaak Achaje13 genoemd), in het smalle gedeelte waar het schiereiland begint. Het noorden werd destijds Macedonië genoemd. Zowel in het noorden als zuiden van de stad liggen een aantal havensteden, waar Kenchreeën de bekendste van is, zodat het een belangrijk onderdeel uitmaakte van de internationale handelsroute en dus ook een handelsstad was.

De stad Korinthe werd omstreeks 146 v. Chr. door de Romeinen verwoest en 100 jaar later liet Julius Ceasar haar weer opbouwen. Er vestigde zich een grote bevolking van kolonisten, hoofdzakelijk vrijgelaten slaven uit Rome. Daarbij voegden zich een aantal Grieken en er was een Joodse kolonie. In Paulus’ tijd waren er al meer dan 700.000 inwoners, voor een groot deel slaven. Zowel door het feit dat Korinthe een handelsstad en havenstad was en de bontgeschakeerde bevolking, maakte van de stad een plaats van zedeloosheid en uitwassen. De stad stond wel bekend om z’n hoge cultuur en rijkdom (kunstacademies, gehoorzalen, filosofie scholen, etc.), maar dit hield het zedelijk bederf niet tegen. Bekende uitdrukkingen als ‘een Korinthisch drankfeest’ en ‘drinken als een Korinthiër’ waren spreekwoordelijk. Ook de uitdrukking ‘doen als een Korinthiër’ zou slaan op het plegen van ontucht.

Ontstaan van de gemeente
Paulus heeft de gemeente in Korinthe gesticht tijdens zijn tweede zendingsreis. We vinden dit verhaal in Hand. 18:1-17 (zie ook 1 Kor. 4:15). Volgens zijn vaste gebruik predikte hij eerst in de plaatselijke synagoge met het doel bekeerlingen (volgelingen van Jezus) te maken (18:4). Nadat Silas en Timoteüs zich bij hem aansloten (18:5) wijdt hij zich fulltime aan de prediking. Door het heftige verzet van de joden, besloot hij zich alleen nog maar tot de heidenen (niet-joden) te wenden en zien we het begin van een (huis) gemeente bij Titius Gajes (18:7, zie ook Rom. 16:23 en 1 Kor. 1:14). Velen kwamen tot bekering en lieten zich dopen (18:8). Paulus verblijft 18 maanden in Korinthe (18:11) totdat de joden zich zo hevig tegen Paulus verzetten, dat ze hem voor de landvoogd brengen. Enige dagen later vertrekt Paulus uit Korinthe en gaat naar Efeze (18:19) en weer terug naar Antiochië (18:22). Daarmee was zijn tweede zendingsreis ten einde. Het lijkt erop dat Paulus geen oudsten heeft aangesteld in deze gemeente in deze periode. Daarop wijzen o.a. de tekst in 6:5, waar de gemeenteleden recht gaan zoeken bij de ongelovigen. Ook worden geen oudsten genoemd of aangesproken op hun verantwoordelijkheid bij de problemen in de gemeente. Aan het eind van de eerste brief aan Korinthe lijkt Paulus drie mensen aan te bevelen om de leiding op zich te nemen en door de gemeente ook geaccepteerd te worden (16:15-18).

Vier brieven
Paulus heeft in totaal vier brieven naar de gemeente in Korinthe geschreven. Daaruit blijkt een grote (emotionele en pastorale) betrokkenheid en toewijding van Paulus bij deze gemeente. Wellicht hadden ze deze extra zorg ook wel nodig, gezien de hoeveelheid problemen die ze hebben.

De eerste brief is niet bewaard gebleven. Paulus noemt deze in 1 Kor. 5:9, waarin hij ook al problemen aan de orde stelt en adviezen geeft. (5:9-10). Het lijkt erop dat er niets is veranderd op het gebied van de ernstige (dus niet alleen de seksuele) zonden. Geldgierigen, oplichters en afgodendienaars worden veroordeeld in de eerste (verloren gegane) brief.

Vanuit Efeze schreef Paulus de tweede brief (onze eerste), n.a.v. een brief met vragen die de gemeente aan Paulus had geschreven en die door drie broeders is bezorgd (16:17). Met deze brief wil Paulus antwoord geven op hun vragen en hen ook op de hoogte stellen van een gepland bezoek van Paulus aan de gemeente. Hij wilde via Macedonië naar Korinthe komen en daar overwinteren (16:5-7). Mogelijk wil Paulus in die tijd ook oudsten aanstellen, zoals hij vaak deed bij een tweede bezoek aan een door hem gestichte gemeente. Blijkbaar is dit tweede bezoek op een teleurstelling uitgelopen, want Paulus waarschuwt dat hij bij een volgend bezoek ‘niets zal ontzien’ (2 Kor. 13:2). Vanaf dit punt wordt de geschiedenis ingewikkeld, maar met de gegevens uit 2 Korinthiërs komen wij tot de volgende reconstructie. Het lijkt erop dat Paulus had besloten om zijn volgende en laatste bedoelde reis naar Macedonië te laten beginnen bij Korinthe en na Macedonië ook een tweede keer naar Korinthe terug te keren (2 Kor. 1:15-16). Omdat de berichten vanuit Korinthe na zijn teleurstellende bezoek ongunstig bleven, besloot hij zijn plan te wijzigen en eerst naar Macedonië te gaan. Hij wilde niet nog eens zo’n confronterend bezoek brengen. Dit werd de Korinthiërs meegedeeld in een ‘tranenbrief’ (2 Kor. 2:3-4), die ook verloren is gegaan. Pas rond de zomer van 57 gaat hij vanuit Efeze opnieuw op reis via Macedonië met bestemming Korinthe (verg. Hand. 20:1-3). Ergens vanuit Macedonië schrijft hij zijn vierde (de tweede bewaard gebleven) brief aan de Korinthiërs en stuurt deze vooruit naar de gemeente. Of hij bij zijn aankomst uiteindelijk oudsten aanstelt is niet te bewijzen, maar het is wel waarschijnlijk. Temeer als wij rekening houden met een brief van de kerk van Rome gericht aan de gemeente van Korinthe omstreeks het jaar 69. In dat jaar vermaant de kerk van Rome de gemeente van Korinthe, omdat er een aantal door de apostelen aangestelde oudsten onwettig afgezet is (zie 1 Clemens 44.47.57). Zelfs 12 jaar na het laatste bezoek van Paulus blijkt de gemeente nog steeds problemen te ondervinden in de onderlinge relaties van de leden.

Belangrijkste thema’s
1.1. aanleiding van de brief
De aanleiding voor deze brief is een brief met vragen die de gemeente aan Paulus heeft gestuurd (7:1). Zij hadden een aantal vragen en problemen waar ze van Paulus een antwoord verwachten. Bovendien heeft hij verhalen (roddels) gehoord (1:11 en 5:1) over aanvullende problemen die er in de gemeente zouden spelen die de gemeente zelf niet noemt in hun brief. Deze stelt Paulus ook aan de orde.

1.2. problemen in de gemeente
Het is opvallend dat Paulus verkiest eerst de problemen te bespreken die hem niet door de afvaardiging van de gemeente, noch door hun brief, ter ore zijn gekomen. Hiermee geeft hij een duidelijk signaal dat zij enkele van de meest ernstige problemen op zijn minst onderschatten. Aan het probleem van twisten en persoonsverheerlijking wijdt hij niet minder dan vier hoofdstukken. Wat veel lezers van deze brief opvalt is, dat uit de rest van de brief niet te bespeuren is hoe en zelfs óf de ‘partijen’ inhoudelijk van elkaar verschilden.

In ieder geval, na de problemen van de twisten uitgebreid besproken te hebben, eindigt Paulus met een waarschuwing dat als de Korinthiërs niet willen dat hij met zijn stok (4:21), het vaderlijke tuchtmiddel, komt, zij hun zelfvoldaanheid moeten loslaten.

1.2.1. problemen door Paulus gesignaleerd
• Het probleem van de onderlinge twisten en grove zonden (1:10-6:20).
De volgende drie problemen heeft Paulus in antwoorden aan de gemeente tussengevoegd.
• Hoofdbedekking bij bidden en profeteren (11:2-16)
• Misbruiken bij het avondmaal (11:17-34)
• De opstanding van de doden (15)

1. Onderlinge twisten en grove zonden.
Probleem: twisten (1:11), ze zijn vleselijk (3:3), nijd en twist (3:3), ze zijn opgeblazen (4:18 en 5:2), hoererij (5:1 en 6:16), roemen in de verkeerde dingen (5:6), met verkeerde mensen omgaan (5:10), recht zoeken bij de ongelovigen (6:6).
Oplossing: weest eenstemmig en laten er geen scheuringen zijn (1:10), bedroeven (5:2), hoereerder uit uw midden verwijderen (5:2), het oude zuurdeeg weg doen (5:7), niet met zondaars omgaan of eten (5:11), wijze mensen zoeken om een uitspraak te doen (6:5), ontvlucht de hoererij (6:18), verheerlijk God met je lichaam (6:20).

2. Hoofdbedekking.
Probleem: mannen bidden of profeteren met bedekte hoofden (11:4), vrouwen bidden of profeteren met onbedekte hoofden (11:5).
Oplossing: onbedekte hoofden voor de mannen en bedekte hoofden voor de vrouwen (11:7,10)

3. Misbruiken avondmaal.
Probleem: verdeeldheid (11:18), hongerig of dronken aan het avondmaal (11:21), op onwaardige wijze aan het avondmaal deelnemen (11:27).
Oplossing: thuis eten (11:34), zich zelf beproeven (11:28), op elkaar wachten (11:33).

4. Opstanding der doden.
Probleem: zeggen dat er geen opstanding der doden is (15:12), zinloosheid (15:32)
Oplossing: de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden (15:52), standvastig en onwankelbaar zijn (15:58). God zal ons opwekken door zijn kracht (6:14).

1.2.2. Onderwerpen (problemen) door de gemeente aangedragen
Deze punten zijn te herkennen aan het feit dat ze beginnen met de zinsnede: “Wat nu de punten betreft” of “ten aanzien van”. Dit wordt vijf keer genoemd.
• Omgaan met een vrouw (7:1)
• Het eten van (offer)vlees (8 tm 10)
• De geestelijke gaven (12 tm 14)
• De collecte voor de heiligen (16:1-9)
• De komst van broeder Apollos (16:12)

1. Omgaan met een vrouw.
Probleem: Wel of niet trouwen? Wel of niet scheiden? Wel of niet seksueel contact met een vrouw?
Oplossing: Het huwelijk is goed en verstandig (7:2). Seksueel contact binnen het huwelijk is normaal en gewenst (7:3). Ongetrouwd blijven is ook goed (7:7). Trouwen is beter dan branden van begeerte (7:9). Echtscheiding is niet Gods wil, ook niet als de partner ongelovig is (7:10-13). De staat waarin je bent als de Here je roept, is de juiste (7:17).

Dit lijken eenvoudige oplossingen, maar in de jaren en eeuwen die daarna kwamen, werd het celibaat en de seksuele onthouding als belangrijker verkondigd, wat de aanzet tot het verplichte celibaat voor geestelijken heeft geleid. Dit is vooral gebaseerd op de uitdrukking over de ‘onverdeelde toewijding aan de Here” uit 7:35. Dit schrijft Paulus volgens mij met het oog op zijn eindtijdverwachting, dat er nog maar weinig tijd was (7:29-31).

2. Het eten van offervlees.
Probleem: Mag er offervlees gegeten worden? (8:4).
Oplossing: Alle vlees mag gegeten worden (10:25). Als je weet dat het gewijd offervlees is, is het beter om het niet te eten (10:28).

Vraag: Hoe kun je deze tekst vandaag de dag toepassen?

3. De geestelijke gaven14.
Probleem: Oplossing:
onkunde (12:1), Instructie door Paulus (12:1)
gebrek aan liefde (13:1-13), liefde (13:1-13)
teveel nadruk op spreken in tongen (14:9 en 14:19), meer profeteren (14:5)
geen vertaling van spreken in tongen (14:13 en 14:28), vertaling, anders zwijgen (14:13)
geen toetsing van profetie (14:29) toetsing (14:29)
geen orde (14:33 en 14:40), orde (14:33 en 14:40)
sprekende vrouwen (14:34), zwijgen en thuis vragen (14:34-35)

Het probleem met de gaven: uit deze hoofdstukken blijken een aantal problemen. Ten eerste zijn alle gaven even belangrijk. Ten tweede zijn de gaven geen persoonlijk bezit van de ontvanger. Ten derde hebben de gaven een duidelijk doel. Ten vierde hebben gaven geen zin zonder de liefde. Tenslotte, is orde ook heel belangrijk.

Deze tekst van “de vrouwen moeten zwijgen in de gemeente” (14:34) is vaak gebruikt om alle vrouwen uit te sluiten van taken in de gemeente. Dat is hier niet aan de orde. De context van dit gedeelte is het gebruik van de geestelijke gaven en volgens Joël 2:28-31 zullen zowel de mannen als de vrouwen profeteren. Daarmee kunnen vrouwen ook niet uitgesloten worden van het gebruik van de geestelijke gaven (zie Hand. 2:14-21). Bedoeld wordt waarschijnlijk15 het gebruik in de gemeente van Korinthe dat de vrouwen luidruchtig waren en door de dienst heen vragen aan elkaar gingen stellen. Daarmee werden de diensten zeer wanordelijk. Door te zwijgen (als anderen aan het woord waren) werd dit probleem opgelost. Er is m.i. geen sprake van een absoluut zwijgen. De hele context van dit gedeelte is hoe de orde in de gemeente weer hersteld kan worden in de wekelijkse diensten.

4. De collecte.
Probleem: Hoe moeten wij geld inzamelen? (16:1).
Oplossing: Elke eerste dag van de week naar vermogen thuis (!) iets wegleggen (16:2).

5. De komst van Apollos.
Probleem: Apollos wilde niet naar de gemeente in Korinthe komen (16:12).
Oplossing: Hij zal komen zodra het hem uitkomt (16:12).

Sleutelwoord
Gemeente-organisatie
Sleutelvers
“Een ander fundament, dan die er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen” (3:11)

Indeling
Inleiding, hfdst. 1:1-9
1. De verschillen in de gemeente, hfdst. 1:10-4:21
2. Het peil van de moraal in de gemeente, hfdst. 5-10
3. Kerkelijke en dogmatische vragen van de gemeente, hfdst. 11:15
Slot, zakelijke en persoonlijke opmerkingen, hfdst. 16


2. De tweede brief aan de Korinthiërs.
Algemeen
• Second Corinthians: human frailty can overcome weakness and trial through God’s presence and grace.16
• Profiel van een evangeliedienaar17
• Kan men van de Eerste brief aan de Korinthiërs zeggen dat het een ‘document over de kerk’ is, waarin Paulus regels geeft voor een harmonische ontwikkeling van de gemeente, deze Tweede brief zou men een ‘document van het apostel-ambt’ kunnen noemen. Ook brengt deze brief ons meer dan al zijn andere brieven nader tot de persoon van Paulus.18

Schrijver
Paulus, samen met Timoteüs (1:1).

Belangrijkste thema’s
• Een definitief afdoen met vroegere problemen en fouten. Paulus geeft uiting aan zijn vreugde over het berouw van de Korinthiërs: 1:6-7; 7:2-16.
• Voorbereiding van de grote inzameling voor de armen van de gemeente in Jeruzalem: 8:6; 9:1-15.
• Verdediging van het apostelambt, dat door tegenstanders van Paulus aangevallen werd: hfdst. 10-12.
• Aankondiging van zijn aanstaande (derde) bezoek: 13:1-10.

Sleutelwoord
dienen

Sleutelvers
“Daarom, nu wij deze bediening hebben, die ons door barmhartigheid is toevertrouwd, verliezen wij de moed niet…” (4:1)

Indeling
Inleiding, hfdst. 1:1-11
1. De apostel gerustgesteld (misverstanden opgehelderd), hfdst. 1:12-7:16
2. De apostel in zorg (hulpverlening aan de gemeente van Jeruzalem), hfdst. 8-9
3. De apostel rekent af (met Judaïserende tegenstanders), hfdst. 10:1-12:18
Slot, hfdst. 12:19-13:13

3. De brief aan de Galaten
Algemeen
Galatians reaffirms salvation by grace alone, and that saving faith is to be expressed as living faith19

Schrijver
Paulus (1:1).

Ontstaan van de gemeente
Gesticht door Paulus in het begin van zijn tweede en derde zendingsreis. (Hand. 16:6, 18:23)

Sleutelwoord
vrijheid

Sleutelvers
“Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus stand en laat u niet weer een slavenjuk opleggen.” (5:1)

Indeling
Inleiding, hfdst. 1:1-10
1. Paulus bewijst, dat hij een waar apostel van Jezus Christus is, hfdst. 1:11-2:21
2. Paulus verkondigt het ware Evangelie van Jezus Christus, hfdst. 3:1-18
3. De plaats van de wet in Gods plan, hfdst. 3:19-4:31
4. Rechtvaardiging door geloof en: hoe te leven, hfdst. 5:1-6:10
Slot, hfdst. 6:11-18

4. De brief aan de Efeziërs
Algemeen
Ephesians details the resources and means by which Christ’s church fulfills her call.20

Schrijver
Paulus (1:1).

Ontstaan van de gemeente
Gesticht door Paulus (Hand. 19:8-10 en 20:18-38), waar hij 2 jaar verbleef.

Sleutelwoord
gemeente

Sleutelvers
“En Hij heeft alles onder zijn voeten gesteld en Hem als hoofd boven al wat is, gegeven aan de gemeente, die zijn lichaam is, vervuld met Hem, die alles in allen volmaakt.” (1:22-23)

Indeling
Inleiding, hfdst. 1:1-2
1. Dogmatisch gedeelte: de gemeente van Jezus Christus, hfdst. 1:3-3:21
2. Vermanend, praktisch gedeelte, hfdst. 4:1-6:20
Slot, hfdst. 6:21-24

5. De brief aan de Filippenzen
Algemeen
Philippians: the renewed mind is a key to harmony in relationships and to victory in daily living.21

Schrijver
Paulus en Timoteüs (1:1).

Ontstaan van de gemeente
Gesticht door Paulus (Hand. 16:12-40 en 20:6). Zij steunden hem financieel (2:25, 4:10,18).

Sleutelwoord
vreugde

Sleutelvers
“Verblijdt u in de Here te allen tijde! Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!” (4:4)

Indeling
Inleiding, hfdst. 1:1-11
1. Persoonlijke mededelingen, hfdst. 1:12-26
2. Aansporingen tot een volmaakte levenswandel, hfdst. 1:27-2:18
3. Mededelingen over de medearbeiders, hfdst. 2:19-30
4. Waarschuwingen voor de gemeente, hfdst. 3:1-4:3
5. Aansporingen voor de gemeente, hfdst. 4:4-9
Slot, hfdst. 4:10-23

6. De brief aan de Kolossenzen
Algemeen
Collosians sets forth the universal lordship of Christ in creation, in the church, and in salvation.22

Schrijver
Paulus en Timoteüs (1:1).

Ontstaan van de gemeente
Onbekend. Paulus kent de gemeente niet (1:4 en 2:1). Wellicht gesticht door Epafras (1:7).

Sleutelwoord
volkomenheid

Sleutelvers
“Want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk.” (2:9)

Indeling
Inleiding, hfdst. 1:1-12
1. Leerstellig gedeelte: Christus de Heer, hfdst. 1:13-29
2. Vermanend gedeelte: de gemeente, hfdst. 2:1-23
3. Praktisch gedeelte: de Christus, hfdst. 3:1-4:6
Slot: persoonlijke mededelingen, hfdst. 4:7-18

7. De eerste brief aan de Tessalonicenzen
Algemeen
The Thessalonian epistles balance the truths that kingdom graces are present now, but kingdom glory is yet to come.23

Schrijver
Paulus en Silvanus en Timoteüs (1:1).

Ontstaan van de gemeente
Gesticht door Paulus (Hand. 17:1-10).

Sleutelwoord
wederkomst

Sleutelvers
“Moge Hij uw harten versterken, zodat zij onberispelijk zijn in uw heiligheid voor onze God en Vader bij de komst van onze Here Jezus met al zijn heiligen.” (3:13)

Indeling
1. Persoonlijk deel (Paulus en de Tessalonicenzen), hfdst. 1-3
2. Leerstellig deel (vermaning en onderwijzing), hfdst. 4-5

8. De tweede brief aan de Tessalonicenzen
Algemeen
The Thessalonian epistles balance the truths that kingdom graces are present now, but kingdom glory is yet to come.24

Schrijver
Paulus en Silvanus enTimoteüs (1:1).

Sleutelwoord
tekenen

Sleutelvers
“Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren.” (2:3)

Indeling
1. Persoonlijk deel (een woord voor allen), hfdst. 1
2. Leerstellig deel (een woord voor de dwepers), hfdst. 2
3. Praktisch deel (een woord voor de gemeente), hfdst. 3

De pastorale brieven
De brieven aan Timoteüs en Titus worden de pastorale (herderlijke) brieven genoemd, omdat de inhoud ervan voornamelijk bestaat uit inlichtingen en aanwijzingen voor de organisatie en leiding van de christelijke gemeente. De pastorale brieven zijn de enige brieven die Paulus schreef aan uitsluitend medearbeiders in het Koninkrijk van God. Daarin onderscheiden zij zich van al zijn andere brieven, ook van die aan Filemon, want dat is een zuiver persoonlijke brief.

Schrijver
Wie de auteur van deze brieven is, wordt duidelijk uit de brieven zelf. Daarin treedt Paulus tegemoet als:
• apostel van Jezus Christus, 1 Tim. 1:1 en 2 Tim. 1:1
• dienstknecht van God en apostel van Jezus Christus, Titus 1:1
• prediker, apostel en leraar voor de heidenen, 2 Tim. 1:1
• vriend van Timoteüs’ familie, 2 Tim. 3-5
• geestelijk vader van Timoteüs en Titus, 1 Tim. 1:2, 2 Tim. 1:2, Titus 1:4
• degene die Timoteüs heeft bevestigd, 2 Tim. 1:6
• leraar van Timoteüs en Titus, 2 Tim. 3:10, Titus 1:4-5
• gevangene te Rome, 2 Tim. 1:8, 17

9. De eerste brief aan Timoteüs
Algemeen
Paul’s letters to Timothy mark the path of practical, obedient behaviour, especially for church leaders.25

Sleutelwoord
herderschap

Sleutelvers
“Zie toe op uzelf en op de leer, volhard in deze dingen!” (4:16)

Indeling
1. Adressering en zegenbede, hfdst. 1:1-2
2. Regels voor de gemeente, hfdst. 2:1-3:16
3. De juiste houding van de gemeente, hfdst. 4:1-11
4. De goede zielszorg, hfdst. 4:12-6:2
5. Tegen de vrome zelfzucht, hfdst. 6:3-21

10. De tweede brief aan Timoteüs

Algemeen
Paul’s letters to Timothy mark the path of practical, obedient behaviour, especially for church leaders.26

Tijdvak
67 n. Chr. Dit wordt beschouwd als de laatste brief van Paulus.

Sleutelwoord
trouw

Sleutelvers
“En is iemand kampvechter, dan ontvangt hij de krans alleen, als hij volgens de regels van de kamp heeft gestreden.“ (2:5)

Indeling
Inleiding: adressering en zegengroet, hfdst. 1:1-2
1. Aansporing om trouw te zijn, hfdst. 1:3-2:13
2. Aanmaning, tegen de dwaalleraars te strijden, hfdst. 2:14-4:8
Slot: opdrachten, mededelingen en groeten, hfdst. 4:9-22

11. De brief aan Titus
Algemeen
Titus and Philemon characterize practical healthy relationships among the faithful.27

Tijdvak
66 n. Chr.

Sleutelwoord
verantwoording

Sleutelvers
“Opdat de tegenstander tot zijn beschaming niets ongunstig van ons hebbe te zeggen.” (2:8)

Indeling
Inleiding, 1:1-4
1. Vermaningen aan het adres van de gemeenteleiders, hfdst. 1:5-16
2. Vermaningen aan het adres van de gemeenteleden, hfdst. 2:1-3:11
Slot: persoonlijke vraag, opdrachten, groeten, hfdst. 3:12:15

12. De brief aan Filemon
Algemeen
Titus and Philemon characterize practical healthy relationships among the faithful.28

Schrijver
Paulus.

Sleutelwoord
broederschap

Sleutelvers
“…nu niet meer als slaaf, maar als meer dan slaaf, als een geliefde broeder.” (v.16)

Indeling
1. Inleiding, vers 1-7
2. Thema, vers 8-21
3. Slot, vers 22-25


Dateringen brieven van Paulus

A: Todd Wilson,De apostel Paulus
B: Jack Hayford, The Hayford Bible Handbook
C: Ernst Aebi, orte inleiding tot de Bijbelboeken

Brieven: A: B: C:
Romeinen 55 56/57 voorjaar 56
1 Korinthiërs 52 56 lente 55
2 Korinthiërs 52 56 winter 55/56
Galaten 50 49 begin 54
Efeziërs 59 60 eind 60, begin 61
Filippenzen 59 62 eind 61, begin 62
Kolossenzen 59 61 eind 60, begin 61
1 Tessalonicenzen 50 51 begin 51
2 Tessalonicenzen 50 51 eind 51
1 Timoteüs 61 62 63
2 Timoteüs 65 67 64
Titus 61 66 64
Filemon 59 61

NB, andere theologen kunnen tot andere dateringen of zelfs auteurschap komen.

Voetnoten:4 Fee, Gordon D., How to Read the Bible for All Its Worth (Hoofdstuk 3).
5 The Hayford Bible Handbook, p.356
6 De wetenschap die zich bezighoudt met het opstellen van de regels voor de exegese.
7 Hayford, Jack, The Hayford Bible Handbook, p.354
8 Anderson, R.Dean, 1 Korinthiërs, subtitel van het boek
9 Aebi, Ernst, Korte inleiding tot de bijbelboeken, p.135
10 Todd Wilson, De apostel Paulus, p.16
11 De apostel Paulus, p.14
12 Chilton, Bruce & Good, Deidre, Starting New Testament Study, p.69
13 Hand. 18:12, 27; 19:21; Rom. 15:26; 1 Kor. 16:15; 2 Kor. 1:1; 9:2; 11:10; 1 Tess. 1:7v.
14 Zie ook Woord en Geest, p.346-379, voor het gedeelte over 1 Korinthiërs, p.350-365.
15 Zie het boekje met het officiële standpunt van ‘Foursquare’ over de plaats van de vrouw: Women in Leadership Ministry. Hier worden diverse teksten over de vrouw in de gemeente behandeld.
16 The Hayford Bible Handbook, p.363
17 Spanje, T.E. van, 2 Korinthiërs, subtitel van het boek
18 Korte inleiding tot de bijbelboeken, p.140
19 The Hayford Bible Handbook, p. 371
20 The Hayford Bible Handbook, p. 378
21 The Hayford Bible Handbook, p. 387
22 The Hayford Bible Handbook, p. 392
23 The Hayford Bible Handbook, p. 398
24 The Hayford Bible Handbook, p. 398
25 The Hayford Bible Handbook, p. 409
26 The Hayford Bible Handbook, p. 409
27 The Hayford Bible Handbook, p. 419
28 The Hayford Bible Handbook, p. 419

Advertisements

Het leven van Paulus

Leerdoelen:

· Een globaal overzicht geven van het leven en de reizen van de apostel Paulus.
· Een overzicht geven van de grote lijnen van de twee brieven van Paulus aan de gemeente in Korinthe.
· Enkele algemene principes behandelen die betrekking hebben op (bijna) alle brieven van Paulus.

Inleiding:
Dit artikel beschrijft het leven en de reizen van Paulus. In een volgend artikel geef ik een kort overzicht van de brieven van Paulus.

Thema’s:

De volgende thema’s komen aan bod: het leven van Paulus, zijn reizen en zijn brieven.

1. Leven van Paulus

1.1. Persoon

Paulus heeft een grote rol gespeeld in de verbreiding van het christelijke geloof en het schrijven van grote delen van het Nieuwe Testament. Kennis van zijn persoon en leven kan helpen om zijn brieven beter te begrijpen. Vaak hebben we een beeld van hoe Paulus was, gebaseerd op sommige van zijn uitspraken of de onvolledige interpretatie van zijn uitspraken, dat dit geen recht doet aan de persoon en het werk van Paulus en de betekenis van hem voor de verspreiding van het christendom.

1.2. levensloop (3 fasen1)

1.2.1. geboorte en jeugd

Paulus is geboren in de stad Tarsus, de hoofdstad van de provincie Cilicië in het zuidoosten van het huidige Turkije. Volgens de woorden van Paulus in Hand. 21:39 ‘een welbekende stad” (NBG) of ‘niet onbelangrijke stad’ (NBV). Tarsus stond bekend als een centrum van wetenschap en was ook belangrijk in politiek, economisch en militair opzicht. Paulus was een Romeinse staatsburger, een belangrijk recht dat hij waarschijnlijk erfde van zijn ouders (of alleen van zijn vader). Deze rechten kwamen Paulus goed van pas tijdens zijn reizen en hij doet er ook een beroep op als hij in moeilijke omstandigheden zit (Hand. 16:37-39; 22:25-29; 25:7-12). Paulus had één zuster die in Jeruzalem woonde (Hand. 23:16). Het meest waarschijnlijke is dat Paulus nooit getrouwd is geweest (1 Kor. 7:8). Naast het Romeinse burgerschap was Paulus ook, en vooral een jood2, een feit waarover hij zich bij verschillende keerpunten in zijn brieven op beroept. Zo geeft hij in zijn brief aan de Filippenzen een samenvatting van zijn joodse afkomst: “besneden ten achtsten dage, uit het volk Israël, van de stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeërs; naar de wet een Farizeeër, naar mijn ijver een vervolger van de gemeente; naar de rechtvaardigheid, die in de wet is, zijnde onberispelijk” (Fil. 3:5-6; zie Gal. 1:13-17; 1 Kor. 15:8-10; 2 Kor. 11:22; Rom. 11:1).

Paulus groeide op in Jeruzalem en kreeg daar een opleiding aan de voeten van Gamaliël, een vooraanstaande joodse schriftgeleerde (Hand. 22:3). Hij beschrijft zijn opleiding als ‘opgeleid met nauwkeurige inachtneming van de wet onzer vaderen’(Hand. 22:3). Dat betekent dat hij al zijn tijd had besteed aan het bestuderen van de joodse geschriften, het Oude Testament. Bovendien zegt Paulus dat hij zich vol overgave had ingezet voor het aloude bestuderen van de joodse geschriften en de mondelinge traditie, die hij de ‘vaderlijke inzettingen’ noemt (Gal. 1:14). Paulus was dus geen doorsnee-jood, maar was opgeleid volgens de bijzondere traditie van het judaïsme. Hij was een farizeeër met de wetsopvatting van de farizeeërs (Fil. 3:6). Farizeeërs waren, zoals Paulus erkent, een van de meest nauwgezette sekten van het judaïsme (Hand. 26:5). Ze waren bijvoorbeeld zeer strikt wat betreft rituele reinheid en nauwgezette naleving van de joodse wetten. Deze wettische opleiding had tot gevolg dat Paulus het joodse geloof fanatiek en ten koste van alles wilde beschermen.

Van beroep was Paulus ‘tentenmaker’ (Hand. 18:3; 20:34-35), wat inhield dat hij ook leerbewerker was, een vak dat hij waarschijnlijk tijdens zijn studietijd had geleerd. Paulus verdiende hetzelfde als andere handswerklieden, wat een bescheiden inkomen inhield. Toch was hij er trots op dat hij met zijn eigen handen werkte (1 Kor. 4:12), zodat hij de gemeenten geen financiële last hoefde op te leggen (1 Thess. 2:9, 2 Thess.3:8-9; 2 Kor. 6:5; 11:23; 1 Kor. 9:3-18). Hoewel hij recht had op vergoeding voor zijn dienst, predikte Paulus het Evangelie om niet (1 Kor. 9:18).

Het leven van Paulus in de periode vóór zijn bekering werd gekenmerkt door de vervolging van christenen (Gal. 1:13,23; 1 Kor. 15:9; Fil. 3:6; Hand. 22:4, 1 Tim. 1:13). Dit wordt uitvoerig beschreven door Lucas in Handelingen (8:3, 9:2; 22:4; 26:10-11). Maar waarom vervolgde Paulus de christenen? Wat stond hem zo tegen en waarom nam hij zulke buitengewone maatregelen om de gemeente van God te verwoesten (Gal. 1:13)? Wij krijgen de indruk dat deze daad van vervolging voortkwam uit zijn extreme ijver voor de ‘vaderlijke inzettingen’ (Gal. 1:14; Fil. 3:5-6; Hand. 22:3-4). Paulus was een fanatieke farizeeër, die de aanbidding door de eerste christenen van een gekruisigde en (onmiskenbaar) vervloekte crimineel (zie Deut. 21:23) als uiterst schandelijk beschouwde (zie 1 Kor. 1:17, 18, 23). Paulus nam blijkbaar ook aanstoot aan de manier waarop de bekeerlingen tot het christendom met de joodse wetten omgingen. Hoewel het niet waarschijnlijk is dat de joodse bekeerlingen geheel afstand hebben genomen van hun vroegere levenswijze, weten we dat ze anders tegen de wet hebben aangekeken, vanwege het werk van Christus. Ze zullen ook een andere visie hebben gekregen op niet-joden, en hun houding tegenover hen hebben gewijzigd. Dit alles wekte ongetwijfeld de woede op van een fanatieke jood als Paulus.

1.2.2. bekering

Toen Paulus op de weg naar Damascus, om de gemeente daar te vervolgen, werd geconfronteerd (op een spectaculaire manier) met de opgestane Jezus Christus, vond er een radicale verandering plaats in zijn leven. Het is opmerkelijk dat de bekering van Paulus op drie plaatsen in het boek Handelingen wordt beschreven (Hand. 9, 22 en 26), terwijl het boek Handelingen geen biografie van Paulus is. In deze verhalen vallen diverse aspecten op:

1. Paulus’ bekering ging vergezeld van een specifieke roeping om het Evangelie aan de heidenen te brengen. Hij werd dus niet alleen bekeerd, maar geroepen (apart gezet) om te dienen als een ‘uitverkoren werktuig’ van Christus om Zijn Naam aan de heidenen bekend te maken (Hand. 9:15).

2. Paulus zou veel moeten lijden omwille van het Evangelie. De opgestane Heer zegt tegen Ananias: “Ik zal hem tonen hoeveel hij lijden moet terwille van mijn naam.” (Hand. 9:16). Zoals zijn levensloop en de inhoud van zijn brieven aantonen werd de bediening van Paulus bepaald door zijn bereidheid om ontberingen te verduren omwille van het Evangelie voor de heidenen.

In Galaten 1:13 – 2:10 is Paulus heel summier over zijn bekering, en beschrijft meer wat voor gevolgen dit voor zijn leven en bediening heeft gehad. Paulus zegt ook nadrukkelijk (zie Jer. 1:1:5) dat hij al geroepen was door God vanaf zijn geboorte. We zullen zien dat ook in zijn nieuwe roeping Paulus zich voor meer dan 100% geeft.

1.2.3. voorbereiding en eerste optreden

Na zijn ontmoeting met de opgestane Jezus, bleef Paulus ‘enige dagen’ in Damascus, waar hij in de plaatselijke synagoge verkondigt dat Jezus de Zoon van God is (Hand. 9:19-20). Dat wekte eerst verbazing, maar later vijandschap, want Handelingen vertelt ons dat de joden daar van plan waren hem te doden (9:23). Daarom moest Paulus Damascus in het geheim verlaten (Hand. 9:25, 2 Kor. 11:33). Van daar reist hij verder naar Arabië (Gal. 1:17), dit gedeelte wordt niet vermeld in Handelingen 9. Dit wordt wel het ‘tijdgat in Handelingen’ genoemd. We weten niets van het doel en de duur van zijn verblijf in Arabië, maar we kunnen ons voorstellen dat hij daar verder nagedacht heeft over de betekenis en de gevolgen van zijn ontmoeting met de opgestane Heer. In elk geval ging Paulus daarna weer naar Damascus en vandaar pas drie jaar later naar Jeruzalem. In Jeruzalem werd hij voorgesteld aan de leiders van de vroege kerk: Petrus (in het Aramee: Cefas) en Jacobus, de broer van Jezus (Gal. 1:18-19; vgl. Hand. 9:26-30). Hier begin klaarblijkelijk ook zijn vriendschap met Barnabas met wie hij later zal gaan reizen. Na een kort verblijf van slechts vijftien dagen in Jeruzalem (waar ze hem weer willen ombrengen, Hand.9:28) ging Paulus terug naar zijn geboortestad Tarsus in Cilicië. Van daar werd hij door Barnabas speciaal opgezocht en meegenomen naar de gemeente in Antiochië (Hand. 11:25-26; Gal. 1:21). Antiochië werd vervolgens Paulus’ uitvalsbasis voor zijn zendingsreizen en zijn apostelschap in de komende jaren. Antiochië was de hoofdstad van Syrië en de derde stad in het Romeinse rijk. Deze stad zou ook nog eeuwen lang invloedrijk zijn in de geschiedenis van het Christendom.

Hier zien we het begin van de financiële ondersteuning van de gemeente in Jeruzalem (Hand. 11:29-30), een onderwerp wat in diverse brieven van Paulus terugkomt (Rom. 15:25-28; 1 Kor. 16:1-3; 2 Kor. 9:1-15).

1.2.4. eerste zendingsreis

Uit het overzicht in Handelingen weten we dat Paulus drie zendingsreizen heeft ondernomen. Dat waren georganiseerde pogingen om de blijde boodschap steeds verder westwaarts te verkondigen, in overwegend niet-joodse gebieden waar het Evangelie nog niet was doorgedrongen. De details van zijn eerste reis, die enkele jaren duurde, zijn beschreven in de hoofdstukken 13 en 14 van het boek Handelingen. Uitgezonden door de gemeente van Antiochië, reisden Paulus en Barnabas eerst naar Cyprus en daarna naar Klein-Azië (het huidige Turkije) om het evangelie te verkondigen in steden als Antiochië in Pisidië, Lystre, Derbe en Ikonium.

1.2.5. vergadering in Jeruzalem (Hand. 15)

Handelingen 15 kan gezien worden als een keerpunt in de nog jonge geschiedenis van de eerste gemeente, in ieder geval in theologisch opzicht. In de kerk in Antiochië, waar Paulus en Barnabas werkzaam waren, waren er broeders uit Judea gekomen die leerden dat om behouden te zijn, je besneden moest zijn (Hand. 1:1). Vanwege het verzet van vooral Paulus en Barnabas tegen deze opvatting, ontstond er een geschil. Daarom werd een afvaardiging van deze gemeente naar de ‘moederkerk’ in Jeruzalem gestuurd om de apostelen en oudsten deze kwestie voor te leggen. In Jeruzalem breekt dezelfde discussie en woordenstrijd uit en veel verschil van mening (17:7), waarna tenslotte Petrus wijze woorden spreekt en vertelt van zijn ervaringen met de heidenen, zowel in Ceasarea (Hand. 10:1-43) als wat ze zelf hebben meegemaakt op de eerste Pinksterdag (Hand. 2:4). Nadat Paulus en Barnabas vertelden wat God allemaal aan tekenen en wonderen doet onder de heidenen (15:12), spreekt Jacobus, de broer van Jezus, de verlossende woorden, dat de heidenen die zich tot God bekeren, niet lastig gevallen hoeven te worden met de joodse rituele wetten. (15:19). Wel worden er vier algemene bindende regels gegeven waar zij zich aan moeten houden, nl. ‘zich onthouden van wat door de afgoden bezoedeld is, van hoererij, van het verstikte en van bloed’ (15:20). Dit is een overwinning voor Paulus, wat hij in Gal. 2:4-5 de ‘vrijheid in Christus Jezus’ en de ‘waarheid van het evangelie’ noemt. De uitkomst wordt op papier gezet en met een aantal mensen uit Jeruzalem wordt deze brief naar de gemeente in Antiochië gestuurd en voorgelezen (15:30).

Vraag: Wat leert dit ons om met theologische meningsverschillen om te gaan? (binnen één gemeente? Binnen een denominatie? Tussen kerkgenootschappen?) Is er ruimte voor conflicten? Is er ruimte voor dialoog en verschillen?

Later doet zich weer een incident voor, wanneer Petrus de gemeente in Antiochië bezoekt en weer het conflict tussen de besneden en onbesnedenen zich voordoet. Ook hier reageert Paulus heel principieel en later confronteert hij Petrus openlijk hiermee. (Gal. 2:11-14). In de Galatenbrief introduceert Paulus ook de term ’een ander evangelie’ waar hij zich fel tegen verzet.

1.2.6. tweede zendingsreis

Op zijn tweede reis, die ongeveer vier jaar duurde, bereikte Paulus Macedonië en Griekenland. Tijdens deze reis bracht hij achttien maanden door in Korinthe (Hand. 15:36-18:22). Paulus besteedde een deel van deze reis aan het bezoeken van enkele van de gemeenten die hij op zijn eerste reis had gesticht.

1.2.7. derde zendingsreis

Ook Paulus’ derde reis begon in Antiochië (Hand. 18:22-23:35). De reis voerde naar Efeze, waar Paulus minstens drie jaar woonde, leerde en evangeliseerde (Hand. 19).

1.2.8. reis naar Jeruzalem, arrestatie en gevangenschap

Na zijn terugkeer ging hij naar Jeruzalem, werd daar gearresteerd en uiteindelijk naar Rome gezonden om terecht te staan voor de keizer. Daar eindigt Handelingen nogal abrupt (zie Hand. 21-28).

1.2.9. vrijlating

Men denkt dat Paulus uit deze gevangenschap is vrijgelaten (2 Tim. 4:16-17) en mogelijk naar Spanje is gereisd, wat in ieder geval zijn verlangen was (Rom. 15:24,28). Dit wordt soms de vierde zendingsreis genoemd, maar hier is te weinig over bekend.

1.2.10. tweede gevangenschap en dood

Daarna is Paulus opnieuw gevangengenomen en in 67 of 68 ter dood is gebracht door Nero. In 2 Tim. 4:6-7 is hij zich hier al van bewust, maar ook in het besef wat hem wacht. (4:8).

1.3. Paulus’ medewerkers

Omdat we Paulus kennen als een pionier op het zendingsveld, beschouwen we hem soms als een solitaire figuur, maar de werkelijkheid was geheel anders. Paulus deed zijn zendingswerk samen met een netwerk van medewerkers. Paulus noemt deze medewerkers vaak bij naam, meestal in de inleiding van zijn brieven. Hij noemt onder anderen Sosthenes (1 Kor. 1:1), Timoteüs (2 Kor. 1:1) en Silvanus (1 Tess. 1:1). Elders noemt hij Marcus, Aristharchus, Demas en Lucas, die hij ‘mijn medearbeiders’ noemt (Fil. 24). In de aanhef van de brief aan de Galaten, heeft hij het eenvoudigweg over ‘al de broeders, die met mij zijn’(1:2). Dit sterke netwerk van christenen was van wezenlijk belang voor het succes van Paulus’ missie. Ze ondersteunden hem in zijn werk, bezochten de gemeenten (Fil. 2:19-30) en brachten zijn brieven over (Efe. 6:21-22).

2. Reizen van Paulus

2.1. Eerste zendingsreis (Hand. 13:1-15:35)

Deze reis is samen met Barnabas en begint in Antiochië en bezoekt de steden Seleucië, Salamis, Pafos (beiden op Cyprus), Perge, Antiochië in Pisidië, Ikonium, Lystra en Derbe. Dit zijn allemaal steden in Klein-Azië, het huidige Turkije.

Brieven geschreven3: Galaten (49)

2.2. Tweede zendingsreis (Hand. 15:36-18:22)

De tweede zendingsreis is met Silas, nadat Paulus en Barnabas een groot conflict hadden gehad (Had. 15:36-40) en later ook met Timoteüs (16:3) en Lucas. Deze reis begint ook in Antiochië gaat dan naar Derbe en Lystra, die Paulus ook tijdens de eerst reis bezocht heeft. Vervolgens worden nog enige plaatsten in Klein-Azië bezocht voordat ze in Troas aankomen, in het Noordwesten van het huidige Turkije. Daar krijgt Paulus een visioen om over te steken naar Macedonië (in het huidige Griekenland), waar vervolgens de steden Filippi, Thessaloniki, Beréa, Athene, Korinthe en Kenchreeën worden aangedaan. In Korinthe blijft Paulus anderhalf jaar wonen en sticht dan een gemeente. Vervolgens gaat hij via Efeze, waar hij zijn reisgenoten achter laat, en Ceasarea en Jeruzalem weet terug naar Antiochië.

Brieven geschreven: beide aan Tessaloniki (51)

2.3. Derde zendingsreis (Hand. 18:23-21:26)

De derde zendingsreis gaat weer met Silas en Timoteüs en volgt de grote lijnen van de tweede reis en combineert Klein-Azië met Griekenland. Ze bezoeken Efeze, diverse gemeenten in Macedonië en daarna een verblijf van drie maanden in Korinthe en vervolgens weer naar Filippi. Daarna via Klein-Azië terug naar Ceasarea, waar de reis eindigt in Jeruzalem. Dit leidt uiteindelijk tot de gevangenneming van Paulus, mede doordat Paulus zich toch weer met de joodse wetten bezighoudt.

Brieven geschreven: beide aan de Korinthiërs (56), Romeinen (56-57)

Vraag: Wat is het belang van het feit alle drie de zendingsreizen begonnen vanuit de thuisgemeente van Paulus, Antiochië en daar ook weer eindigden (behalve de laatste)?

Voetnoten:
1. Paul the learner, 2. Paul the missionary, 3. Paul the prisoner. (The Hayford Bible Handbook, p. 504-505)
2 Driekwart van de joden woonde buiten Israël in die tijd.
3 Volgens The Hayford Bible Handbook, p. 504-505.

Bibliografie en voor verdere studie:
Aebi, Ernst, Korte inleiding tot de bijbelboeken, Culemborg: IBB 1978
Allen, J. Catling, Bijbellanden in woord en beeld, Culemborg: Educaboek, 1981
Anderson, R. Dean, 1 Korinthiërs, Kampen: Kok, 2008
Bavinck, J.H., Alzo wies het Woord, Baarn: Bosch & Keuning, 1960
Bouhuijs, K & Deurloo, K.A., Dichter bij Paulus, Baarn: Ten Have, 1980
Bruggen, Jacob van, Open Testament, Profiel van een commentaar, Kampen: Kok, 2010
Bruggen, Jacob van, Paulus, Kampen: Kok
Bruin, Paul & Gigel, Philipp, Paulus, een apostel van Jezus Christus, Baarn: Bosch & Keuning, 1963
Chilton, Bruce & Good, Deidre, Starting New Testament Study, London: SPCK, 2009
Fee, Gordon D., How to Read the Bible for All Its Worth, Grand Rapids: Zondervan, 2003
Hayford, Jack, The Hayford Bible Handbook, Nashville: Thomas Nelson, 1995
Hollander, H.W, 1 Korinthiërs III, Kampen: Kok, 2007
Houwelingen, P.H.R. van (red.), Apostelen, Dragers van een spraakmakend evangelie, Kampen: Kok, 2010
Schell, Steve, Women in Leadership Ministry, Los Angeles: Foursquare Media, 2007
Schippers, Jan A., Negen gaven van de Geest, Den Haag: Thora, 1990
Spanje, T.E. van, 2 Korinthiërs, Kampen: Kok, 2009
Wilson, Todd, De apostel Paulus, Zijn leven en zijn brieven, Heerenveen: Groen, 2009

Websites
Gebruikte landkaarten:

http://www.bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/P/Paulus%20%20de%20apostel%20(overzicht)/473/
http://www.kerkzoeker.nl/brievenvanpaulus.html
http://www.holyhome.nl/bible-atlas.pdf (meest compleet)

Tel het aantal verschillende woorden in de (Herziene) Naardense Bijbel.

De Naardense Bijbel kenmerkt zich ook door zijn taalrijkdom en -creativiteit. Zo schreef het Parool over Oussorens vertaling: ‘Zijn taal is geïnspireerd, zijn zinnen leven, hij is eigenzinnig, uitzinnig vaak. Het geheel is niet alleen een wonder, maar vooral grote literatuur.’

Die taalrijkdom zie je ook terug in de ‘statistieken’. Zo bevat de Bijbel in Gewone Taal (BGT) nog geen vierduizend verschillende woorden, de NBV heeft er ruim elfduizend (BGT en NBV beide exclusief vervoegingen); de herziene Naardense Bijbel gebruikt maar liefst bijna 25.000 verschillende woorden, inclusief vervoegingen.

bron: http://www.cip.nl/artikel/45590/Herziening-Naardense-Bijbel-afgerond

In de ban van de Naardense Bijbel. (sluikreclame)

naardense bijbel

Morgen (21-11-2014) vindt in Utrecht de presentatie plaats van de herzienig van de Naardense Bijbel, die 10 jaar geleden uitkwam.

De Naardense Bijbel bestaat tien jaar! Dit vieren we met een herziene vertaling op zakformaat. De Naardense Bijbel op zakformaat wordt feestelijk gepresenteerd. Aanwezig zijn o.a. Pieter Oussoren, Huub Oosterhuis, Klaas Smelik en Bob Becking. Het Borodin Oktet zal delen uit de vespers van Rachmaninov opvoeren en Euwe de Jong speelt composities van Jan Zwart op het Marcussen-orgel.

Iedereen is van harte welkom, de toegang is gratis, en na afloop kunt u desgewenst uw Naardense Bijbel laten signeren door Pieter Oussoren.

Kijk hier voor de verschillende uitvoeringen: http://www.skandalon.nl/shop/nl/13-bijbeluitgaven

En nog wat sluikreclame uit een mail van Wever Van Wijnen:
Morgen verschijnt hij: de nieuwe Naardense Bijbel. Nieuw, omdat vertaler Oussoren de hele Bijbel nog een keer door is geweest en vele grote en kleine wijzigingen heeft aangebracht.

Vertalingen die bij het (voor)lezen van de Naardense Bijbel soms storend gingen werken, zoals de uitdrukking “de roodbloedige mens” zijn vervangen, in dit geval door “rode”, om toch te kunnen zien dat adama (‘grond’), adam (‘mens’) en dam (‘bloed’) verbonden worden door adoom – ‘rood’. De woorden dabar en logos betekenen ‘woord’, maar vaak kiest Oussoren voor ‘spreken’ om het actieve van Gods ingrijpen, ook in zijn woorden, te onderstrepen.

Met name in de evangeliën is veel veranderd. Bijna geen vers is ongewijzigd gebleven.

Maar daarnaast ook nieuw vanwege de uitvoering. De prachtige gebonden edities waren zwaar en duur. Mooi om te bezitten en thuis te gebruiken. Maar de vernieuwde Naardense Bijbel is er nu eindelijk op groot zakformaat (13×18 cm), met het dunste papier. Dit formaat is in zes erg mooie uitvoeringen beschikbaar.

Voor wie is deze nieuwe Naardense Bijbel? Voor de intensieve gebruiker van de bestaande uitgave. Vanwege de vernieuwde vertaling. En vanwege het praktisch bruikbare formaat. U hebt al een mooie uitgave voor € 49,50.

En voor nieuwe Naardense Bijbel-gebruikers. Deze Bijbel kiest ervoor de grondtalen zoveel mogelijk in de vertaling te laten doorklinken. Dat levert soms minder toegankelijk Nederlands op. Maar daar staat veel tegenover: verbanden komen aan het licht, en de Bijbel gaat weer op een geheel andere manier spreken.

De belangrijkste kenmerken van de Naardense Bijbel:

De meest woordelijke vertaling in het Nederlands
De bijbel is een zorgvuldig gecomponeerde tekst vol interne verwijzingen. Letterlijkheid is voor het verstaan daarom van groot belang. Voor uitleggers is het dan ook een geliefde stijlvorm geworden om te ­zeggen: we hebben in de schriftlezing net gelezen ‘zus en zo’, maar eigenlijk staat er ‘dit en dat’. Dit is een van de redenen geweest om deze nieuwe bijbelvertaling uit te geven. Want een complete vertaling als déze, namelijk nog ‘letterlijker’ dan de Statenvertaling van 1637, was er nog niet. “Wie geen Hebreeuws leest, heeft met Oussoren een soort overtreffende trap van de Statenvertaling te pakken.”, aldus NRC Handelsblad. Dezelfde woorden steeds met hetzelfde woord vertaald (concordant). Door te werken met vaste vertaalwoorden worden de verwijzingen en het woordspel uit het origineel ook hoorbaar in het Nederlands. Zo legt Mirjam Mozes in een ‘biezen arkje’ om daarmee de overeenkomst aan te geven met het vaartuig waarmee Noach wordt gered.

Tegenwoordige tijd
Werkwoordsvormen zijn waar mogelijk vertaald met de tegenwoordige tijd. Dus niet: “God zei tot Abram:…” maar: “God zegt tot Abram…” Deze tegenwoordige tijd die recht doet aan het vloeiende karakter van het Hebreeuwse werkwoord geeft de gehele tekst een opvallend levendig en actueel karakter. Deze verteltijd spoort met het middeleeuwse commentaar van Rasji en met de moderne (Franse) bijbelvertaling van Chouraqui; zij is uniek in de Nederlandse vertaalgeschiedenis.

Nieuwe regelindeling
De regelindeling in de Hebreeuwse bijbel (Oude Testament) is bepaald door de liturgische zangtekens in de Masoretische tekst. Daar waar in die oorspronkelijke tekst een rustteken is geplaatst, gaat de Naardense bijbel op een nieuwe regel verder. Dat heeft tot gevolg dat de regels in de Naardense Bijbel doorgaans van korte lengte zijn. Dat is met het oog op de voordracht meestal ­helpend – met oog op het verstaan meestal ­verhelderend – en soms is de betekenis ervan ronduit raadselachtig. Het principe van deze regelindeling is door de vertaler ook toegepast op het Nieuwe Testament. Het tekstbeeld krijgt daardoor het karakter als van een lang episch gedicht.

De godsnaam
De vierletterige godsnaam JHWH is in de Naardense Bijbel weergegeven met ‘de ENE’ in plaats van het gebruikelijke ‘Heer’. Deze nieuwe vertaling gaat terug op Deuteronomium 6:4 “Hoor Israël, JHWH is één!”, en op Zacharia 14:9 “JHWH is één, en zijn naam is één!”. Er zijn wel meer ‘goden’, krachten en machten in de wereld van de bijbel, maar deze ENE uit velen vraagt één onverdeeld hart.

Spelling
Namen van personen en plaatsen worden van een cursief gedrukte ­vertaling voorzien als de betekenis ervan in de directe context een rol speelt. Bijvoorbeeld: ze roept als zijn naam uit: Samuël,- die van God komt, ‘want van de ENE heb ik hem gewenst’.
De namen in de Hebreeuwse bijbel zijn zoveel mogelijk gespeld zoals ze in de grondtalen ­klinken. Daarbij zijn de regels gevolgd van de gids Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands (Den Haag, Sdu, 2002). Bijvoorbeeld: Elisja, Chizkia en Choer in plaats van Elisa, Hizkia en Hur. Namen echter die vernederlandst zijn, zoals Abraham, Mozes en Noach, worden op de vertrouwde wijze geschreven.

Volgorde van de bijbelboeken
De twee delen in de Naardense Bijbel worden de Hebreeuwse bijbel en het Nieuwe Testament genoemd. De bijbelboeken van de Hebreeuwse bijbel zijn gerangschikt zoals in de synagogale traditie. Dat is een ordening in drie ­afdelingen: Tora, Profeten en Geschriften (waarin de vijf rollen). De boeken van het Nieuwe Testament zijn op de gangbare manier geordend.

bron: http://www.skandalon.nl en http://www.naardensebijbel.nl/

Naardense Bijbel op zakformaat

Door Pieter Oussoren en Theo van Willigenburg.

Bron: http://www.naardensebijbel.nl/2014/05/de-naardense-bijbel-wordt-herzien/

 

In 2004 voltooide Pieter Oussoren zijn Naardense Bijbelvertaling. In november 2014 zal een herziene versie – Naardense Bijbel 2014 – verschijnen, naar de vraag van de lezer op zakformaat. Dan kan de Bijbel ook mee naar de kerk.

Waarom na tien jaar een herziening? De Naardense Bijbel staat voor een letterlijke vertaling en wordt geprezen om zijn combinatie van letterlijkheid en poëtische kracht. De letterlijkheid maakt de schoonheid van het origineel voelbaar. Maar het kan en moet soms nog letterlijker, zodat de beeldende kracht van het originele Hebreeuws en het Bijbelgrieks nog beter naar voren komt. Hoe dichter bij de bron, hoe meer de tekst gaat spreken. Ook het kernachtige van het Hebreeuws zal nog beter tot zijn recht komen.

We laten interpreterende woordjes nu zoveel mogelijk weg (zo, gerust, nu, beslist, ten slotte, eerst, reeds, al, toch, pas): versobering en verstrakking dus. Minder inlegkunde door de vertaler en meer ruimte voor de lezer. Waar het origineel mysterieus is, mag de vertaling dat ook zijn. We gebruiken bovendien vaker de tegenwoordige tijd (o.t.t en v.t.t.) in plaats van de verleden tijd, waardoor de tekst – zoals bedoeld – directer binnenkomt.

Het uitgangspunt van de Naardense Bijbel, ‘eendere woorden eender vertaald’ (en verschillende verschillend), wordt nog consequenter dan voorheen toegepast. Concordantie hoeft niet per se globaal te zijn (in de hele Bijbel hetzelfde vertaalwoord), maar concordantie moet in ieder geval wel lokaal zichtbaar zijn (in hetzelfde hoofdstuk, deel, boek, groepje van boeken), want daar is de eenderheid immers meestal bewust zo bedoeld.

Enkele voorbeelden: 

– In het boek Exodus is het centrale gebeuren de uittocht, het uittrekken / uittijgen / wegtrekken uit Egypte. In plaats van ‘de Ene leidt uit’ vertalen we daarom nu ‘De Ene laat uittrekken’. Er is een zekere associatie met een leger dat uitrukt, want het is een sterk gebeuren dat een sterkere vertaling verdient dan ‘weggaan’ etc. Wij proberen het Hebreeuwse jatsa overal zijn gewicht mee te geven. Dus laten we ook een boreling uittijgen uit de moederschoot; woorden uittijgen of vertrekken uit een smalende mond en gedachten uittijgen uit een donker hart. Vertaalwoorden als (weg)gaan en (voort)komen – die ook zouden kunnen – bewaren we voor de Hebreeuwse werkwoorden halach en bo, die we dan weer áltijd in een of andere vorm met gaan en komen weergeven.

Erets vertalen we als aardland waar mogelijk eerder het heilige land dan ‘heel de aarde’ wordt bedoeld. Ook wij hebben tot nu toe de Ene de hemelen en de aarde laten scheppen, – waarom zou hij minder doen? Maar het Hebreeuwse erets (haärets) betekent meestal land. In Genesis 1,1 niet? Weten we dat zeker? Zou de verteller niet hebben willen zeggen dat Gods eerste scheppingsdaad de schepping van het heilige land onder de hemelen is geweest? Met Buber en Rosenzweig mee hebben we in de revisie daarom gekozen voor het germanistische neologisme aardland, want het kan over het land gaan en het kan over ‘alle land’ gaan in de zin van de aarde, maar dan niet in de zin van ‘grond’, want dat is het Hebreeuwse adama, de -rode- grond, de bloedbevlekte bodem onder onze voeten. En aarde moeten we evenmin verwarren met de wereld, of het wereldrond, want dat is in de vertaling de weergave van het Hebreeuwse tevel.

– Synoniemen zijn er niet voor niets. Achter elk zien, (be)kijken, (aan)schouwen en waarnemen of gewaarworden zit in de revisie van 2014 een eigen Hebreeuws of Grieks werkwoord.

– Alle gojiem (Grieks ethnoi) worden volkeren en ’am/’amien (Grieks laos/laoi) worden nergens meer een volk /volkeren maar altijd iets in de ‘samen met’-sfeer: gemeente / gemeenschap / manschap / medemens. Volkeren groeien en bloeien op aarde, ze zijn een ‘etnisch’ product. Maar een koning of god roept een ’am bijeen, – zoals vandaag de dag de oema de wereldwijde islamitische geloofsgemeenschap is, geroepen en verzameld uit vele volkeren.

Eigennamen worden alleen vertaald als in de context wordt gezinspeeld op de (al dan niet volksetymologische) betekenis. Zie bijvoorbeeld Genesis 26, 20b: “Hij roept als naam van de bron uit ‘Esek’ – kijfhoek!– / omdat ze met hem aan het kijven zijn geweest.”

De vertaling van de Godsnaam, JHWH, de Ene, heeft consequenties die in de Naardense Bijbel 2004 niet overal zijn gevolgd. Hier en daar zijn nog de gevolgen zichtbaar van eerdere vertalingen van de Godsnaam (Die-zal-komen, Hij-die-zal-komen). Zo zien we meer sporen van de tijd: latere vertaalkeuzen zijn niet overal consequent overgenomen in delen die vijftien jaar daarvoor werden vertaald.

Het wordt in de Naardense Bijbel 2014 nog letterlijker en preciezer. En vooral: het biedt ruimte voor nog meer ontdekkingen en verrassingen die het Bijbelse epos en de Bijbelse poëzie voor ons heeft klaarliggen!

New Horizons in Hermeneutics

 New Horizons in Hermeneutics,

The Theory and Practice of Transforming Biblical Reading

een kritisch leesverslag.

 Product Details

  • Over de schrijver:

De auteur van het boek is dr. Anthony Thiselton (geb. 1937), momenteel professor of Christian Theology aan de Universiteit in Nottingham. Hij heeft ook les gegeven aan de universiteiten van Chester, Leicester en Durham. Hij is lid van de Anglicaanse kerk en is een Associate priester in Nottingham. Hij heeft diverse boeken op zijn naam staan waaronder The Two Horzizons (1980) en The Hermeneutics of Doctrine (2007) en The Holy Spirit–In Biblical Teaching, through the Centuries, and Today (2013).

 Samenvatting

 

  1. Introductie – verkenning van het hermeneutische landschap
  2. Tekst en lezer

Thiselton beoogd met het schrijven van dit boek een beschrijving en een kritische evaluatie te geven van alle belangrijke theoretische modellen en de bijbehorende aanpak. In de titel van zijn boek heeft hij drie woordspelingen verwerkt waarmee hij aan wil geven dat teksten de horizon van de lezer kunnen vergroten, maar ook dat lezen tot verandering (transforming effects) kan leiden en dat hij de nieuwe horizons wil openen. Hij wil de bijbelse geschriften benaderen vanuit een christelijk standpunt. Eerst door invloed van de ideeën en geschriften van Schleiermacher en Gadamer, maar later door literaire en semiotische theorieën, voldoet de traditionele wijze van het lezen van een tekst niet meer. De interactie tussen tekst en lezer staat nu centraal. Hij ziet hierin een verschuiving van routine en een voorspelbaar proces naar een creatievere en productievere manier van lezen. Hij beschrijft kort wat hij in de volgende hoofdstukken gaat uitwerken. Teksten hebben de mogelijkheid om lezers te veranderen (shape and transform) in hun waarneming, begrip en daden. Lezers kunnen teksten ook een andere betekenis geven in nieuwe situaties. Er zijn tenminste twee modellen waaruit blijkt hoe teksten een creatieve impact kunnen hebben op lezers. Van belang is ook dat elke lezer zijn eigen verwachtingshorizon meebrengt naar de tekst. Diverse factoren spelen een bewuste of onbewuste rol in het transformatieproces van de tekst en zijn betekenis, nl. intertextueel, situationeel, horizontaal, semiotisch, hermeneutisch en theorieën van textualiteit. Van belang voor Thiselton is welke modellen bruikbaar zijn voor bijbelse teksten inclusief de theologische evaluatie. Vervolgens behandeld hij de vraag in hoeverre de auteur nog een onderdeel is van de tekst. Voor Ricoeur is de lezer afwezig bij het schrijven en is de schrijver afwezig bij het lezen. Hiermee staat de tekst los van z’n oorsprong. Een andere vraag is of situaties en/of lezers deel uit maken van de tekst. Als de tekst autonoom is, dan maakt de intentie van de auteur niet meer uit. In het verleden werden teksten gezien als voertuigen die de gedachten en ideeën van de auteur bevatten. Moeten we de betekenis alleen maar ontdekken, of creëren we ook de betekenis? Binnen de Christelijke theologie worden de bijbelse teksten als ‘gegeven’ beschouwd. Toch veronderstelt deze gegevenheid nog steeds een actieve menselijke reactie om de ‘gaven’ in werking te stellen. De reader-response modellen gaan dan ook uit van een actieve participatie van de lezer. Centraal bij alle theologische overwegingen blijft voor Thiselton centraal staan dat Jezus Christus het Woord is, dat vlees geworden is. De taal van Jezus is inter-persoonlijke communicatie, dus dit heeft gevolgen voor het begrijpen en lezen van bijbelse teksten. Het gaat niet alleen om woorden over God, maar van God.

 

  1. Twee historische modellen 1: The Hermeneutics of Tradition
  2. Twee historische modellen 2: The Hermeneutics of Enquiry

Vanaf de vroege kerkgeschiedenis zijn mensen bezig geweest met bijbelse interpretatie. Hij beschrijft de periode van de kerkvaders tot de reformatie als de Hermeneutiek van de traditie. De methode die het meest wordt uitgewerkt in die periode is de allegorische uitleg. De strijd tegen diverse dwaalleringen zoals de gnostiek hebben deze ontwikkeling bevorderd. Waar vanaf het rationalisme (Descartes) het wantrouwen centraal staat, is de basis van deze vorm van hermeneutiek vertrouwen. Ook stond het individu niet centraal, maar de gemeenschap van gelovigen. Diverse kerkvaders (Irenaeus, Clement, Origines) hebben hun bijdrage daaraan geleverd, maar ook Philo van Alexandrië. Een drietal factoren onderscheiden de allegorische interpretatie van de gnostiek en zorgden voor enige balans, nl, de regel van het apostolische geloof was de context van het begrijpen, de eenheid van de Schriften vormden de begrijpelijke theologische horizon en de bijbelse en het kerkelijk getuigenis van Christus van het centrum van de bijbelse teksten en hun interpretatie. Ook werd de letterlijke betekenis niet uitgesloten, maar was dit veelal het begin, waarna de volgende niveaus van begrijpen konden worden bereikt. Origines hanteerde deze drie niveaus van betekenis van een tekst vanuit een pastorale oriëntatie. Hoewel het soms leek alsof alles mogelijk was met de allegorische uitleg, kunnen we toch stellen dat de kerkvaders binnen het raamwerk van de bijbelse traditie bleven. De ‘school’ van Antiochië wilde dichter bij de historische en letterlijke uitleg blijven. De gedachten (bedoeling) van de auteur waren voor hen van groot belang. Thiselton[1] noemt dit author-related intersubjectivity, en de manier van interpreteren van Alexandrië reader-related intertexuality om de verschillen in uitgangspunten aan te geven. Met de Reformatie (Luther, Erasmus, Tyndale, Calvijn) zien we dat de fundamentele vragen over interpretatie veranderen. Misstanden in de kerk speelden hier ook een rol in, omdat de Schift werd gezien, niet alleen als een woord van God, maar ook als een criterium en manier voor correctie van de huidige (d.w.z. toenmalige) traditie. De letterlijke betekenis wint voor Luther weer aanzienlijk in waarde. De Schrift is in staat om te bemiddelen en de aanwezigheid van Christus zichtbaar te maken. Voor Luther had de bijbelse tekst voorrang boven de traditie, die weer voorrang had boven rationalisme en enthousiasme. De enthousiastelingen werden door hem ook wel ‘fanatiekelingen’ genoemd. Dit brengt Luther tot de overtuiging dat elk begrijpen van de Bijbel en het getuigenis van Christus getoetst moet worden en indien noodzakelijk, ook gecorrigeerd. De noodzaak van kritische reflectie blijft noodzakelijk en vraagt om criteria voor waarheid en niveaus van betekenis en bewijst de noodzaak voor een hoog niveau van onderwijs.

 

  1. Schleiermacher, Dilthey en Betti
  2. Gadamer, Wittgenstein en Speech Act Theory
  3. De hermeneutiek van Paul Ricoeur

Met Friedrich Schleiermacher (1768-1834) (en in zijn voetspoor Wilhelm Dilthey (1831-1911) en Emilio Betti (1890-1968)) betreden we het tijdperk van de hermeneutiek van begrijpen (understanding). Hij had als eerste oog voor de theoretische en praktische problemen van de hermeneutiek. Hij plaatst hermeneutiek in de context van de kennis theorieën en welke condities nodig waren om het menselijk begrijpen plaats te kunnen laten vinden. Voor dit begrijpen zijn twee dingen nodig, de context van de taal (grammaticale interpretatie) en de gedachten van de spreker of auteur (de psychologische interpretatie). Het gaat dus niet alleen om de tekst, maar ook om de gedachten van de auteur. Het moet zelfs mogelijk zijn om de auteur beter te begrijpen dan hij zichzelf begreep doordat degene die interpreteert zich zowel objectief als subjectief in de positie van de auteur plaatst. Schleiermacher was de eerste die zowel een focus op de auteur als de focus op de tekst legde. Omdat hij de Bijbel als een boek zag die eigenlijk alleen door menselijke inbreng en creativiteit tot stand was gekomen, had hij onvoldoende oog en balans voor het idee van goddelijke inspiratie. Dilthey legt meer de nadruk op het leven of de ervaring van het leven. Teksten zijn eigenlijk de dode overblijfselen achtergelaten na een levenservaring. Door na te gaan wat er achter de teksten ligt, kunnen de teksten begrepen worden. Bij Betti lag de nadruk op openheid, namelijk openheid voor correctie en verbetering en openheid voor continue ontdekkingen. Uiteindelijk kunnen we de tekst beter begrijpen dan de auteur zelf. Maar dit begrijpen is een proces, niet iets eenmaligs.

 Een volgende ontwikkeling is de verschuiving van de aandacht naar de lezer. Bijbelse teksten richten zich immers op de lezer of de hoorder. Zowel Jezus als Paulus richtte zich in hun boodschap op een (bepaald) publiek. De lezer wordt betrokken bij de tekst (self-involvement), of er wordt van de lezer een reactie of een beslissing gevraagd (reader-response). Bij de speech-act theorie wordt de tekst geanalyseerd waar gedane uitspraken moeten leiden tot daden van de hoorders (of lezers). Deze theorie is ontwikkeld door Austin (1962) en verder ontwikkeld o.a. door Thiselton. (p.289). Een goed voorbeeld is de opdracht van Jezus: Ga en maak discipelen (Matt. 28:18). Om deze opdracht persoonlijk toe te eigenen, moet er wel een identificatie zijn als geadresseerde. Hetzelfde kan natuurlijk ook gelden voor beloften, uitnodigingen, etc. De uitwerking van een tekst hangt ook af van het gezag en status van degene die de woorden uitspreekt. Zie bv de woorden van Jezus: “Uw zonden zijn u vergeven” (Mat.9:2). Deze manier van spreken wordt ‘World-to-Word-fit’ genoemd, vanwege de gevolgen van de woorden. Ook bij woorden van aanbidding (bv in de Psalmen) zien we dat zowel de spreker als de hoorder betrokken zijn en niet onveranderd kunnen blijven.

 Met George-Hans Gadamer (1900-2002) zien we weer een aanzienlijke ontwikkeling in de hermeneutiek. In 1960 publiceerde hij zijn hoofdwerk Wahrheit und Methode, Grundzüge einer philosophischen Hermeneutiek, wat zowel voor de algemene hermeneutische theorie, maar ook voor de interpretatie van de bijbelse teksten van groot belang is geweest. Gadamer heeft moeite met de nadruk op methoden om te kunnen begrijpen. Voor Gadamer is hermeneutiek ontologisch, waardoor waarheid moeilijk (of zelfs niet) te achterhalen is. Het gesprek of de dialoog is een veel betere manier om tot de waarheid te komen (emerge). Gadamer leunt sterk op de ideeën van Heidegger, hoewel Gadamer aanzienlijk positiever staat tegenover de traditie. Taal is belangrijk voor Gadamer, maar ook complex, omdat ons begrijpen wordt beperkt door de grenzen van de taal. Taal is een bemiddelaar van deze wereld, maar niet objectief, maar intersubjectief. Hoewel Gadamer positief staat tegenover de traditie, hoeven we ons daar niet naar te schikken. “History does not belong to us, but we belong to it.”2 Ook hoeft het verstand niet alle gezag aan te vallen, omdat als we onze beperkingen zouden beseffen, we ook zouden weten dat anderen soms een beter begrip (understanding) hebben dan wijzelf. Zo hoeven we dus geen afstand te nemen van traditie. Het gaat verder dan objectivism, maar ook verder dan relativism. De waarde van een tekst moet worden bepaald in de tijd en traditie waarin het bestudeerd wordt en gaat verder dan de betekenis van de auteur. Zo wordt hermeneutiek een historische en contextueel begrijpen waarbij ruimte is voor praktische wijsheid (of een pastoraal oordeel) en waar teksten toegepast kunnen worden in nieuwe situaties binnen een nieuwe horizon.

 Wolfhart Pannenberg (1928) probeert met een theologische benadering het probleem van de fundamenten van de kennis op te lossen. Volgens Pannenberg omvat de theologie alle kennis die er bestaat, omdat het spreekt over God die de schepper en voleinder van alles is. Pannenberg bekijkt de werkelijkheid vanuit historisch oogpunt en de geschiedenis is de meest complete horizon van de christelijke theologie. Ook de kennis van God wordt mogelijk gemaakt door de geschiedenis. Dus bij het begrijpen van een tekst zijn de gebeurtenissen rond het ontstaan van de tekst ook belangrijk. Pannenberg benadrukt ook het belang van de toekomst, deze kijk op de eschatologie vormt voor hem de derde horizon van begrijpen. Gods waarheid moet zich ook in de toekomst op een nieuwe manier bewijzen. Een ander centraal punt bij Pannenberg is zijn sterke nadruk op Christologie, waarbij hij weer meer nadruk wil geven aan de ‘historische Jezus’ en een Christologie van onderen heeft geformuleerd. Pannenberg probeert te komen tot een interactie van taal en patronen van gebeurtenissen in de context van historische tradities. Het spreken over God gaat verder dan alleen het spreken over het menselijk bestaan en gedachten.

 Paul Ricoeur (1913-2005) probeert de dimensies van ‘uitleg’ en ‘begrijpen’ bij elkaar te brengen. Hij vindt uitleg te reductief en begrijpen te kwetsbaar o.a. voor zelfmisleiding. De hermeneutische theorieën van Ricoeur zijn complex, omdat hij elementen van de fenomenologie combineert met existentialisme, taalkundige theorieën, psychoanalyse, structuralisme, theorieën van teksten en de christelijke theologie. In tegenstelling tot Gadamer vindt Ricoeur dat er niet gekozen moet worden tussen waarheid of methode, maar dat beiden belangrijk zijn voor de hermeneutiek. In latere werken benadrukt Ricoeur het belang van de creatieve kracht van taal, wat zich uit in symbolen, metaforen en verhalen (narrative). Metaforen produceren nieuwe mogelijkheden van verbeelding en visie. Bij verhalen ligt de waarde in het plot, waar alles bij elkaar komt en het verhaal in wezen dicht bij een metafoor komt. Ricoeur onderscheidt geschiedenis (history) van fictie, waar geschiedenis de weg opent naar het mogelijke en fictie de weg opent naar het essentiële. Ricoeur wil de aandacht verschuiven van ‘achter’ de tekst naar ‘voor’ (in front of) de tekst. Omdat Ricoeur zich positief uitlaat over de werken van Marx, Nietsche en Freud, die de ‘drie meesters van de achterdocht’ worden genoemd, wordt de wijze van hermeneutiek van Ricoeur ook wel de hermeneutiek van de achterdocht genoemd. Hermeneutiek is voor Ricoeur het vernietigen van de afgoden en het luisteren naar de symbolen. M.b.t. de bijbelse teksten zit Ricoeur meer op de lijn van Kierkegaard wat betreft indirecte communicatie. De lezer van een tekst moet keuzes maken uit de mogelijkheden die er zijn bij conflicterende interpretaties. Uitleg gaat ook samen met begrijpen. Religieuze taal herschrijft menselijke ervaring, waarbij het woord van God werkzaam (eventful) is binnen de tijd-horizon van de lezer. Hij blijft hiermee binnen de theologie van Barth. De God die zich openbaart aan ons is een verborgen God. De bijbelse teksten bieden een perspectief van mogelijke werelden en van daaruit hebben ze de mogelijkheid om ons te veranderen en onze standpunten te veranderen.

 Jürgen Habermans (1929) wordt gezien als de meest invloedrijke moderne denker op het gebied van de socio-kritische hermeneutiek. Hierbij gaat het om een benadering van teksten waarbij er wordt gekeken naar onderliggende niveaus en functies om hun rol als instrument van macht, overheersing of manipulatie te ontmaskeren. Met name in het Westen lijkt het erop dat het lezen van teksten de lezers niet transformeert, maar vooral dient om bestaande vooroordelen, tradities, houdingen en sociale relaties in stand te houden. De socio-kritische hermeneutiek kan hier een stuk gereedschap zijn voor potentiële bevrijding en het herontdekken van de waarheid. Hierbij worden niet alleen mensen bevrijd, maar ook de teksten zelf! Deze wijze van hermeneutiek kan gezien worden als het framework voor de diverse vormen van bevrijdingstheologie. Habermas maakt onderscheid tussen het ‘systeem’ en de ‘life-world’. Door deze sociale diagnose kan ook worden gekeken waar de belangengroepen zitten die de belangen dient van een groep ten koste van een ander.

 

  1. De hermeneutiek van bevrijdingstheologie en feministische theologie
  2. De hermeneutiek van de Pastorale theologie 1
  3. De hermeneutiek van de Pastorale theologie 2

Er zijn een drietal theologische en hermeneutische stromingen ontstaan die iets gemeenschappelijks hebben, namelijk een kritische benadering van een dominante traditie. De bevrijdingstheologie ziet deze dominante traditie als Westers en kapitalistisch. De zwarte theologie ziet het als blank-kolonialistisch en racistisch en de feministische theologie ziet het als androcentrisch en patriarchaal. Deze drie richtingen willen een alternatieve her-interpretatie aanbieden van de bijbelse teksten vanuit het standpunt van een specifieke context van ervaring en actie. Ook willen ze kritische gereedschappen (tools) aanbieden om het gebruik van bijbelse teksten te ontmaskeren die de belangen dienen van overheersing, manipulatie en onderdrukking. Veel van deze bevrijdingshermeneutiek is ontstaan vanuit de praktijk en een toewijding aan praktische actie. De bevrijdingstheologie is ontstaan in Zuid-Amerika, waarbij bevrijding van onderdrukking en het lijden centraal staat. De Exodus (uit Egypte) wordt vaak gebruikt als een centraal thema en God wordt gezien als de Bevrijder. De zwarte theologie heeft zich o.a. ontwikkeld in Zuid-Afrika in de strijd tegen de Apartheid en de kwestie van het landbezit. Er wordt wel gezegd dat de zwarte theologie is geboren vanuit pijn. Een materialistische lezing gaat nog een stap verder, omdat ze ook de omstandigheden waarin de tekst is ontstaan wil ontmaskeren op (verkeerde) politieke en sociale belangen. Dit wordt ook wel een historische reconstructie genoemd. Ook dit kan worden toegepast op teksten die te maken hebben met de verdeling van het land in Israël. Ook het koppelen van de ‘E’ en ‘J’ documenten met het Noordelijke rijk en hun (theologische) accenten zoals decentralisatie en het principe van ‘geven’, zoals overgenomen door Jezus in Marcus 6:36-37, vind ik een boeiende uitleg. De kern van de bevrijdingshermeneutiek is dat het klasse-neutraal lezen van de bijbel niet erg waarschijnlijk is. Ook zal onze eigen gemeenschap van interpretatie belangen hebben bij een bepaalde manier van interpreteren. Een bezwaar die vaak gemaakt wordt bij de bevrijdingstheologie, is dat gebruik wordt gemaakt van marxistische methoden, maar blijkbaar alleen als instrument.

 Bij de feministische hermeneutiek komen alle belangrijke hermeneutische zaken weer terug. Het belangrijkste startpunt is dat de bijbelse teksten altijd geïnterpreteerd zijn op zo’n manier dat het de rol van vrouwen heeft onderdrukt en dit heeft gelegitimeerd. Ook hier wordt gezocht naar een manier waarop dit ontmaskerd kan worden en volgens Elisabeth Schüssler Fiorenza is feministische hermeneutiek ook bevrijdingshermeneutiek. Zowel de bijbelse teksten als de geschiedenis als de traditie wordt niet als waarde-neutraal gezien, omdat de geschiedenis door mannen is gedomineerd. Een eerste mogelijkheid is om via onderzoek op zoek te gaan naar teksten die (wel) positief en minder stereotiep zijn over vrouwen. Dit, omdat door de mannelijke eenzijdigheid slechts een fractie van de rijke traditie van het belang van vrouwen in de kerkgeschiedenis bewaard is gebleven. De feministische hermeneutiek kan met recht ook tot de hermeneutiek van de achterdocht gerekend worden. Een ander onderliggend principe is dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn en dat alle teksten ook via dat principe uitgelegd moeten worden. De ervaringen van vrouwen mogen centraal staan. Vanwege de relatieve eenzijdigheid van deze vorm van hermeneutiek komt de exegese niet altijd overeen met wat anderen uit datzelfde bijbelgedeelte zouden halen. Thiselton noemt het voorbeeld van Lukas 24:11 over de vrouwen bij het graf van Jezus waarbij bij de feministische hermeneutiek alle aandacht is op een uitleg die gebaseerd is op gender-verschillen, terwijl in de tekst zelf al positief over de vrouwen wordt gesproken. Het zijn juist de mannen die vermaand worden wegens hun ongeloof. Niet alle bijbelgedeelten gaan over de verschillen tussen man en vrouw. De beschuldiging dat feministische hermeneutiek subjectief is, klopt op zich wel, maar dat geldt voor alle hermeneutiek. Een ander thema wat vaak terugkomt heeft te maken met het voornamelijk mannelijk beeld van God. Sommige bijbelteksten lijken een vrouwelijke kant aan God te benadrukken (o.a. Jes. 49:15-16), maar dat zou ook als een vaderlijke houding uitgelegd kunnen worden. Het gebruik van het woord Vader als beeld van God hoeft niet noodzakelijk anti-feministisch te zijn, omdat het analoog gebruikt kan worden als behorend bij de zorg en bescherming van beide ouders. Sommige radicalere feministische stromingen willen wel lenen uit andere tradities uit die tijd (of ook wel van latere tijd). Het feit dat diverse bijbelschrijvers God niet wilden afschilderen met vrouwelijke kenmerken kan ook het gevolg zijn geweest van theologische keuzes, zeker in relatie met de godsdiensten in de naburige landen in die tijd. Thiselton ziet wel parallellen tussen het ontmythologiseren van Bultmann en het ontpatriarchiseren van de feministische hermeneutiek. Hij ziet dit als een complex debat wat nog niet uitgekristalliseerd is. Positief is, dat de feministische hermeneutiek begint met de interactie van de bijbelse teksten met de horizon van de ervaringen van vrouwen.

 Er zijn veel overeenkomsten tussen bijbelse interpretatie en pastorale theologie. Beiden hebben te maken met levenswerelden, situaties en horizonten. Thiselton beschrijft een aantal modellen op hun bruikbaarheid voor de pastorale theologie. Bij de hermeneutiek van het begrijpen (Schleiermacher, Dilthey en Betti) zijn de volgende kwaliteiten van belang, openheid, luisteren, geduld en respect voor de ander, eigenschappen die ook bij het pastoraat van belang zijn. De nadruk op de auteur en de tekst i.p.v. op de lezer kan echter wel een drempel vormen. Het nadeel van het existentialistische model is dat het voornamelijk die lezers aan zal spreken die zich meer aangetrokken voelen tot doen i.p.v. tot reflectie of tot mensen die zichzelf als buitenstaanders zien. Zowel de existentialistische hermeneutiek als de speech-act theorie doet een groot beroep op de zelfbetrokkenheid van de lezer.

 De verhalen (narratives) spelen een grote rol in het bereiken van mensen. Zeker in de context van de pastorale theologie bieden de verhalen vele mogelijkheden. Ze kunnen de lezer onverwachts raken omdat ze meer met hun onderbewustzijn luisteren. Het kan ook helpen met het begrijpen van de zelf-identiteit. En het kan helpen om de verbeelding te ontwikkelen en de mogelijke werelden te exploreren. Ook het herkennen van de menselijke ervaring kan helpen bij de transformatie van de persoonlijke identiteit. Bijbelse verhalen vertellen ook over de geschiedenis van de daden van God. Dit is vaak effectiever dan abstracte theologische taal. Gods complexe identiteit wordt gepresenteerd door de verhalen van zijn acties die zowel zijn transcendentie als zijn immanentie, zijn aanwezigheid als zijn verborgenheid beschrijven. Verhalen bieden ook de mogelijkheid voor de lezers om betrokken te zijn in de verhalen, om te kunnen vieren of om de gemeenschappelijke band te versterken. Het verhalend gedeelte van het Johannes evangelie heeft ook vaak het effect gehad dat het geloof gaf en versterkte.

 Ook beelden (images) en symbolen bieden mogelijkheden in zowel de hermeneutiek als in het pastoraat. Symbolen hebben als belangrijkste functie om nieuwe niveaus van de werkelijkheid te openen die anders gesloten zouden blijven. Symbolen in bijbelse teksten zijn wel afhankelijk van hun context. Er wordt soms sterk geleund op inzichten uit de psychologie (Jung, Freud), maar als de interactieve pluraliteit van de bijbelse symbolen wordt erkend, kan ze heel krachtig zijn. Het woord ‘vader’ is zo’n voorbeeld, dat het ook als (te) mannelijk kan worden ervaren en destructief wordt. Het Oude Testament biedt veel voorbeelden van symbolen die God beschrijven bv als Rots (Ps. 31:2) en ook het Johannes evangelie noemt veel symbolen die bekend zijn bij de lezers, vaak vervat in tegenstellingen. (dood, leven; donker, licht; waarheid, leugen; Geest, menselijk) of de Goede herder, het brood des levens, de deur of de ware wijnstok. Op deze manier wordt de taal van elke dag gebruikt om de onzichtbare en transcendente werkelijkheid te beschrijven.

 Vervolgens beschrijft Thiselton de modellen 5 t.m. 8 in relatie tot de pastorale theologie. (p.582 t.m. 592) en modellen 9 tm 10 (p.597 t.m. 604)

5. semiotic productivity.

6. reader-response theory.

7. socio-pragmatic theory.

8. deconstruction.

9. speech-act theory.

10. socio-critical theory.

Hij beschrijft daar de implicaties en impact van deze theorieën met een groot aantal bijbelse voorbeelden.

Present situation, criteria of relevance: (p.604-611)

De historische hermeneutiek heeft de neiging om het verleden als norm te nemen, waar de pastorale theologie de neiging heeft om het heden als norm te nemen. Deze splitsing kan problemen opleveren. Pannenberg zegt dat het heden alleen begrepen kan worden in het licht van het verleden, terwijl zij zich voortbewegen naar het beloofde doel van de toekomst. Belangrijker dan methoden of systemen is, (in theologische termen) de liefde als transformerende kracht en als belangrijk criterium voor de pastorale theologie. Deze liefde komt van God en daarom dienen bijbelse teksten ervoor om de lezers te identificeren met Gods persoonlijkheid en bedoelingen in Christus, waarbij het kruis en de opstanding van Jezus centraal staan.

 Towards a new understanding of pluralism (p.611-619)

Uiteindelijk pleit Thiselton voor een zekere mate van pluriformiteit in de hermeneutiek. Maar bij de directive van de bijbelse teksten gaat het niet om het feit of de lezer dit als zodanig herkent, maar om de status en gezag achter de teksten. Het hangt dus niet af van de subjectiviteit van het geloof. In de christelijke theologie staan het kruis en de opstanding centraal en dit geeft de mogelijkheid van een eschatologie van beloften. Het lezen van bijbelse teksten openen de horizonten van deze beloften, waarbij de lezers een actieve (maar niet allesbepalende) rol mogen spelen in het proces van lezen.

De conclusie van Thiselton is: “In a co-operative shared work, the Spirit, the text, and the readers engage in a transforming process, which enlarges horizons and creates new horizons.”3  Voor Thiselton is niet volledig duidelijk waarin deze transformatie zal zijn, want de invulling van beloften van de toekomst zijn niet volledig helder en maken deel uit van de ‘horizontal-life world’

De inbreng van de Geest (Spirit) lijkt op een interactie tussen God en de lezer te wijzen, maar uit het boek heb ik niet kunnen opmaken of dit (alleen) via de tekst gaat of via een mystieke ontmoeting. De meeste door hem genoemde modellen lijken daar weinig rekening mee te houden.

  •  Evaluatie

 Sterke en zwakke punten:

Een sterk punt van dit boek is de uitgebreide wijze waarop hij dit onderwerp behandeld en de grote belezenheid die hij tentoonspreid. Dit is tegelijkertijd een groot nadeel, omdat je veelheid van citaten ook kan afleiden van de rode draad van zijn verhaal. Ook wordt al een geweldige theologische en filosofische voorkennis verondersteld. Pannenberg bijvoorbeeld wordt al negen keer geciteerd, voordat hij op pagina 331 uitgebreid wordt behandeld. Niet voor niets noemt Thiselton dit een advanced textbook.4  Het boek is als het ware zelf een hermeneutische cirkel, waarbij de delen kunnen worden begrepen vanuit het geheel en het geheel vanuit de delen. Al met al geen boek waarvan je na één keer lezen het idee hebt dat je alles er uit gehaald hebt.

Een ander sterk punt is dat hij regelmatig teruggrijpt naar de speciale plaats van de christelijke theologie en de rol van Jezus Christus, het kruis en de opstandig. Hij probeert wel degelijk een plaats te geven aan zijn geloof en aan het feit dat het lezen van de Bijbel toch andere gevolgen kan hebben dan andere literatuur. Met name in zijn twee hoofdstukken over de hermeneutiek van de pastorale theologie probeert hij zo praktijkgericht te zijn. Het nadeel van sommige van deze complexe theorieën is, hoe ze een praktische uitwerking kunnen hebben, omdat ze niet primair op de Bijbel gericht zijn, maar op taal of communicatie in het algemeen. Uiteindelijk wordt wel duidelijk dat het bij hermeneutiek om drie factoren gaat, namelijk de auteur, de tekst zelf en de lezer. Het proces om tot het begrijpen te komen is ook van belang. Wat mijns inziens te weinig aan bod komt, is of en op welke wijze de Bijbel door God geïnspireerd is. De mate waarin men God als de co-auteur beschouwd, heeft ook invloed op welke wijze met de bedoelingen van de auteur rekening wordt gehouden. In deze (post) moderne tijd is de nadruk verschoven naar de lezer, maar de vraag is of dat het goede startpunt is.

 Bruikbare elementen voor een algemene Bijbelse hermeneutiek:

Ik denk niet dat het mogelijk is om te komen tot een algemene Bijbelse hermeneutiek, omdat er teveel belangen een rol kunnen spelen zowel bij de lezer als bv bij een kerkelijke traditie die weinig belang heeft bij een andere hermeneutische uitkomst. De beginsituatie van een lezer of groep is bepalend voor de openheid om de gevolgen van een hermeneutisch model te accepteren. Hermeneutiek heeft weinig zin als het alleen dient om bestaande meningen te laten bevestigen. Wat volgens mij belangrijker is dan het hanteren van een bepaalde methode of model, is het realiseren van een aantal principes die behulpzaam kunnen zijn bij het bepalen van je eigen persoonlijke startpunt.

Als eerste principe is het belangrijk om te beseffen dat je niet alles weet en ook nooit uitgeleerd ben. Een gegeven tekst, maar ook de interpretatie daarvan in dogma’s of belijdenissen, kunnen nooit het laatste woord hebben. Wel denk ik dat het belangrijk is dat als mensen in aanraking worden gebracht met hermeneutische modellen en inzichten, er goed wordt gekeken naar de beginsituatie van die persoon (of groep) of verwarring te voorkomen. Teveel nieuwe informatie en inzichten kan contraproductief zijn. Ik merk in de Pinksterkringen waarin ik verkeer, men langzaam los begint te komen van een naïeve manier van bijbellezen en oog begint te krijgen voor de oorspronkelijke bedoeling van de auteur en de historische context (ik denk o.a. aan de boeken van Gordon Fee). Voor velen daarbuiten zal dit al een gepasseerd station zijn, maar alle begin is moeilijk en mag zeker aangemoedigd worden. Een milde vorm van structuralisme, zoals beoefend wordt door de ‘Amsterdams school’ zal in die groepen als te intellectualistisch en vrijzinnig worden beschouwd.

Een volgend belangrijk principe zie ik in de combinatie (en interactie) van de tekst en de lezer. Beiden zijn belangrijk en het lijkt me goed om hier de balans in te zoeken. Oog voor wat de tekst uitwerkt en wat de rol van de lezer kan zijn. In wezen staat de toepassing al centraal in die kringen die zich graag bijbelgetrouw noemen, maar zonder dat duidelijk is welke achterliggende principes hier van belang zijn. Elementen van self-involvement, reader-response en speech-act moeten hier zeker deel van uit maken. Wat Thiselton al noemt, wil ik ook benadrukken dat het gaat niet alleen om woorden over God, maar van God. Een element wat nog te weinig aanwezig is, is openheid voor anderen. Hermeneutiek dient niet om ander van jouw gelijk te overtuigen, maar zie ik meer als een proces van samen zoeken naar de betekenis, zoals dit in de hermeneutiek van begrijpen, worden benadrukt. Een grotere nadruk op beelden en symbolen en verhalen zou een goed tegenwicht zijn voor een te sterke nadruk op de didactische gedeelten van de Bijbel. William W. Menzies5  pleit hier ook al voor.

 Ten slotte moet de lezer van de Bijbel geen angst hebben om nieuwe horizonten te ontdekken. Wat dat betreft moeten we niet bang zijn voor de ideeën van de ‘bevrijdingstheologie’ of de ‘feministische theologie’, in wezen denk ik dat de hele socio-kritische benadering van de hermeneutiek een goede richting aangeeft om kritisch, maar constructief met de tekst om te gaan. Het uiteindelijke doel zal dan ook (kunnen) zijn: Reading moet leiden tot transforming.

  •  Bibliografie

 

  • Anthony C. Thiselton, New Horizons in Hermeneutics,The Theory and Practice of Transforming Biblical Reading, Zondervan Publishing House 1992
  • Michiel Leezenberg & Gerard de Vries, Wetenschapsfilosofie voor geesteswetenschappen, Amsterdam University Press 2007 (hoofdstuk 6)
  • William W. Menzies, Geest en kracht, De theologie van de Pinksterbeweging, uitg.Sjofar 2005

 

 Voetnoten:

 1. p. 172

2. p. 327

3. p.619

4. p.1.

5.  Geest en kracht, De theologie van de Pinksterbeweging, p.44

 

Product Details

‘Geen enkele uitleg heeft laatste woord’

Hoe lees je de bijbel? Na verschillende artikelen over kerkvernieuwing gaat Mark Peter van der Bijl in op de manier waarop de bijbel gelezen wordt. Dat doet hij aan de hand van het boek van Arie Zwiep, dat voor hem ook een eye-opener was.

Mark Peter van der Bijl

Het vertrekpunt van theoloog Arie Zwiep in Tussen tekst en lezer is de bijbel in zijn concreet-historische gegevenheid: De bijbel is dus niet een boek voor nu, maar geschreven in een tijd en een context van die tijd. En daarbinnen moet deze ook begrepen worden. De wereld van toen is een andere dan de wereld van nu, tussen beide is een diepe kloof.

Hermeneutiek, waar dit boek over gaat, heeft te maken met het overbruggen van deze kloof van de wereld van de tekst en de wereld van de lezer. In de theologie was hermeneutiek in eerste instantie dan ook de hulpwetenschap die de bijbelse exegeet (uitlegger van de bijbel) de regels van tekstuitleg aanlevert. In principe is deze wetenschap objectief en staat ze in dienst van de bijbeluitleg.

Voor de meeste mensen is inmiddels wel duidelijk dat een eenvoudig beroep op de bijbel (De bijbel zegt..) tegenwoordig niet meer voldoende is, omdat een tekst lezers nodig heeft, maar ook is een model noodzakelijk voor het begrijpen van de factoren die een rol spelen bij het interpretatieproces.

Manieren van bijbeluitleg
De bekendste van deze modellen is de Wesleyaanse Quadrilareral, een term die je direct mag vergeten. Deze bestaat uit vier componenten: de ‘Schrift’ (bijbel), de traditie, de rede en de ervaring. Over het algemeen ligt bij de meeste manieren van uitleg de nadruk op één van deze componenten, maar dat zal dan wel ten koste gaan van de objectiviteit. Als je dit door de eeuwen heen gaat bestuderen, wat Zwiep uitgebreid en deskundig heeft doet, krijg je een boeiend beeld van de bijbeluitleg en herken je ook vaak de kerkelijke belangen die een rol hebben gespeeld in de bijbeluitleg.

De rode draad die ik uit de geschiedenis van de hermeneutiek haal, is enerzijds de strijd tussen de wetenschap en de kerk en anderzijds de strijd tussen de kerk en het individu. Wie heeft het laatste woord over de juiste uitleg? Welke methode of principes kunnen daarbij een hulp zijn?

Allegorie en letterlijk
In meer dan vierhonderd pagina’s beschrijft Zwiep hoe in de eerste eeuwen van het christendom de allegorische methode van bijbeluitleg aan populariteit wint. In deze methode gaat het niet om de letterlijke, woordelijke betekenis, maar om de dieper liggende geestelijke of mystieke betekenis ervan. Bij deze methode hing ook een sterk geloof van de eenheid van het Oude en Nieuwe Testament ten grondslag en van Gods heilshandelen (de manier waarop God ‘verlossing’ brengt). Deze methode was echter alleen geschikt voor de ingewijden, terwijl de massa nooit verder kwam dan het letterlijke, woordelijke niveau van lezen.

Het voordeel was wel dat de kloof tussen de tekst en de lezer overbrugd kon worden en de tekst als gezaghebbend werd beschouwd. Diverse mensen die later als ketter (mensen die een verkeerde leer aanhingen) werden veroordeeld, zoals Marcion, verwierpen de allegorische methode en kozen voor de letterlijke, historische uitleg.

De allegorische  methode komt tot grote bloei in Alexandrië, wat tevens een belangrijk centrum voor theologie wordt met kerkvaders als Clemens en Origines. Bij Origines vindt de openbaring van God wel plaats in de woorden van de Schrift, maar valt zij er niet mee samen en gaat er niet in op. Dit voorkomt een krampachtig omgaan met de bijbel.

Tot ver in de Middeleeuwen blijft de allegorische uitleg de belangrijkste kerkelijke methode van bijbelinterpretatie. Vanaf Tertullianus (200 n. Chr.) groeit de opvatting dat de bijbel het boek is van de orthodoxe kerk en niet van de ketters en dwaalleraren. Dit heeft er toe geleid dat de correcte uitleg van de bijbel in handen kwam te liggen van de kerkelijke elite. In de kloosterordes echter, zien we wel een terugkeer naar de letterlijke en historische uitleg van de bijbel, maar bleef zij wel in overeenstemming met de leer van de kerk.

Kennismonopolie
Met het humanisme en de reformatie kom er een belangrijk omslagpunt in de geschiedenis van de bijbelse hermeneutiek. Dit komt door de volgende factoren, ten eerste de grote toename van uitvindingen en ontdekkingen en en ten tweede door de de boekdrukkunst en de overstap van het Latijn naar de volkstaal, waardoor het kennismonopolie van de kerk onder druk kwam te staan. Door de ontwikkelingen in de natuurwetenschappen veranderde ook het wereldbeeld van de mensen.

Door het verminderen van de machtspositie van de kerk, kwamen ook de waarheidsaanspraken van de bijbel onder druk te staan. Erasmus zorgde met zijn uitgave van het Griekse Nieuwe Testament dat de mensen de bijbel weer gingen bestuderen in de taal waarin het geschreven was. Erasmus streefde naar een theologie die van de bijbel uitging en zou bijdragen aan de vernieuwing van kerk en samenleving. Studie van de bijbel in de grondtalen had bij Luther tot een geloofsvernieuwing geleid en hij was tot de overtuiging gekomen dat de Schrift alleen de grondslag was voor het geloof. Dit leidde tot behoorlijke kritiek op de leer en praktijken van de Rooms Katholiek Kerk van die tijd.

Uiteraard leidde dit tot een breuk, omdat voor Luther het gezag van de Schrift hoger was dan dat van de kerk of traditie. Maar ook bij Luther vallen ‘Woord van God’ en ‘Heilige Schrift’ niet samen en ook komt hij nog niet helemaal los van het allegoriseren. Ook bij de reformatoren zien we ondanks hun pleidooi voor Sola Scriptura (Latijn: alleen de schrift, alleen de bijbel dus) en de nadruk op de letterlijke betekenis, ze geen garantie kunnen geven voor een eenduidige uitleg.

Calvijn gaat op een systematische wijze verder met een methode van bijbeluitleg, waarbij het Sola Scriptura de basis vormt voor zijn uitleg. Voor Calvijn was het belangrijk wat de auteur te zeggen had en niet wat de uitlegger dacht dat hij te zeggen had. De exegese mag niet beïnvloed worden door de eigen dogmatische vooringenomenheid. Voor Calvijn berustte het gezag van de bijbel niet op het leergezag van de kerk, maar wordt bewerkt door Gods Geest. Het beroep op de Geest is geen garantie voor de juiste uitleg en sluit ook de wetenschappelijke bestudering van de tekst niet uit.

De Schrift
Andere nieuwe bewegingen zijn de opkomst van het piëtisme en de ontwikkeling van de mechanische inspiratieleer. De leer van de Schrift wint aan belang en de Schrift zelf is de exclusieve norm voor de theologie. Het gevolg is dat God praktisch gezien alleen nog maar te kennen is via een tekst. De bijbel bevat niet alleen het Woord van God, zij is het Woord van God.

Het gezag van God wordt daarmee het gezag van de bijbel, waardoor de bijbel opnieuw weer een boek wordt voor ingewijden, namelijk de christenen die dit gezag ervaren en erkennen. Deze tendens zie je ook nog sterk in evangelische kring, de uitkomst van de exegese staat eigenlijk al vast, want de bijbel heeft altijd gelijk en spreekt zichzelf nooit tegen. Geloven in God heeft eigenlijk plaats gemaakt voor geloven in de bijbel, of zelfs een bepaalde interpretatie ervan.

De Verlichting zorgt voor een nog grotere verandering dan de reformatie heeft gedaan. Het wereldbeeld verandert opnieuw door nieuwe ontdekkingen en de toenemende wetenschappelijke revolutie. Het gebruik van de ratio wordt steeds belangrijker en de bijbel moet worden uitgelegd in overeenstemming met de menselijke rede.

Tijdens de verlichting ontstaat wat wij tegenwoordig vrijzinnigheid zouden noemen, het idee dat taal een projectie is van het menselijk denken en dat de bijbel ook zo gelezen moet worden. De bijbel bevat geen woorden meer van God, maar over God. De afstand tussen tekst en lezer, de hermeneutische kloof, wordt als een steeds groter probleem ervaren. Het kerkelijk leergezag werd nu vervangen door het leergezag van de wetenschappers, die nu alleen in staat zijn om de bijbel uit te leggen met hun wetenschappelijke methodes.

Tenslotte wordt Schleiermacher behandeld, die een grote rol wordt toegedicht door het feit dat hij de bijbelse hermeneutiek uit haar isolement heeft gehaald. Schleiermacher had een actieve en creatieve rol toebedacht aan de lezer. Schleiermacher neemt sterk afstand van het verlichtingsdenken en zoekt naar een synthese van de wetenschappen en het religieuze bewustzijn. Voor Schleiermacher is het uitleggen van teksten ook een kunst, naast het beheersen van de techniek.

Het verstaan van de bijbel gaat via de taal en dus kan iedereen hieraan deelnemen. Hij maakt van de bijbel weer een toegankelijk boek. Ook wordt de rol van de lezer bij hem belangrijker. Schleiermacher introduceert de hermeneutische cirkel, waarbij het geheel is te begrijpen door de afzonderlijke onderdelen te kennen en om te afzonderlijke onderdelen te kennen, moet men het geheel kennen.

De taak van de uitlegger is nooit af en geen enkele uitleg heeft het laatste woord. Tekst uitleggen is eigenlijk gewoon een gesprek voeren en  naar de anderen kunnen luisteren. Bijbeluitleg wordt zo een dialogisch model, zonder de zekerheid om het inhoudelijk eens te worden.

Dit was voor mij een verfrissend en inspirerend boek, die mijn kijk op de bijbel, maar vooral op de verschillende manieren van bijbeluitleggen door de eeuwen heen, behoorlijk heeft verrijkt. Zeker voor mensen met een conservatief, evangelische achtergrond (zoals ik), zal dit boek verrijkend en wellicht ook bevrijdend kunnen zijn.

Kritiek is er wel van conservatief reformatorische hoek, die Zwiep’s evangelische postmoderne insteek niet helemaal kunnen waarderen. Maar voor alle andere gelovigen, die meer uit de Bijbel willen halen, is hier een uitstekend boek die veel informatie te bieden heeft.

In dit boeiende boek wil Arie Zwiep, docent aan de CHE en de VU, een historische inleiding geven in de bijbelse hermeneutiek. Dit boek is het eerste deel, dat de periode van de eerste eeuw tot en met Schleiermacher (halverwege de negentiende eeuw) beslaat. Het tweede deel kan elk moment verschijnen en is gewijd aan de twintigste en eenentwintigste eeuw.

Arie Zwiep, Tussen tekst en lezer, Een historische inleiding in de bijbelse hermeneutiek
VU University Press, Amsterdam, 2009
ISBN 978 90 8659 342 2
453 pag. prijs  € 39,95

De echte woorden van Jezus?

Onlangs verscheen op VrijzinnigEvangelisch.nl een artikel over de uitgave van een aantal apocriefe Bijbelboeken. In de reacties werd met name het evangelie van Thomas aangevallen omdat het geen echt evangelie zou zijn. Het enkele feit dat dit evangelie niet in de canon terecht is gekomen is geen reden voor de conclusie dat het niet om een echt evangelie zou gaan.

Mark Peter van der Bijl

Het is goed om een aantal experts op dit gebied te raadplegen om te proberen dichter bij de waarheid te komen of meer nuance aan te kunnen brengen. In het boek(je) Het Evangelie van Thomas geven zes bekende Nederlandse theologen hun mening over de pas rond 1945 bij Nag Hammadi teruggevonden evangelie van Thomas. In dit manuscript staan 114 uitspraken (logia) van Jezus, waarvan de voorstanders zeggen dat dit een ander en beter (en zelfs een vroeger en dus betrouwbaarder) beeld geeft van Jezus en zijn leer.

Sommige tegenstanders noemen het al snel gnostisch van aard en verwerpen om die reden al (te) snel de inhoud. Persoonlijk vind ik elk geschrift wat uit de beginperiode van het christendom stamt de moeite waard om te bestuderen, omdat het iets zegt over de meningen en opvattingen van die tijd die mede het christelijk geloof hebben gevormd.

Het boek bevat niet de volledige tekst van het evangelie van Thomas, maar wel worden door de diverse auteurs een aantal uitspraken van Thomas geciteerd en besproken. Dat is op zich een manco, maar het doel van het boekje is om het belang en waarde van de inhoud te bespreken en tevens vast te stellen of het inderdaad om een gnostisch geschrift gaat, en zo ja hoe je dat kan bepalen.

Historische Jezus
Voormalig VU hoogleraar Tjitze Baarda gaat uitvoerig in op de vragen rond de datering van dit geschrift, of je objectief aan kunt tonen of het om de oorspronkelijke woorden van Jezus gaat of door de gnostische opvattingen uit die tijd in de mond van Jezus zijn gelegd. Ook bestrijdt Baarda diverse opvattingen van Jakob Slavenburg die als een van de grootste aanhangers van dit evangelie (en vergelijkbare literatuur) mag worden beschouwd. Baarda doet dit in mijn ogen op een objectieve en deskundige wijze.

Uiteindelijk komt Baarda op literaire en historische gronden niet tot een vroege datering, maar zegt dat zijn voorkeur (140-150 jaar na Christus) ook niet te bewijzen valt. Hij vindt het evangelie “een belangrijk historisch document, dat met grote zorg moet worden bestudeerd.” Baarda ziet in ‘Thomas’ een christelijke auteur die geboeid is door de gnosis en daarom een collectie van spreuken van Jezus aanlegde, die uit oudere bronnen afkomstig zouden kunnen zijn geweest. Hij verwerpt het idee dat we door dit geschrift dichter bij de historische Jezus zouden komen.

Gnostiek
Roelof van den Broek, voormalig hoogleraar Kerkgeschiedenis aan de Universiteit van Utrecht (UvA) gaat in op de vraag hoe gnostisch het evangelie van Thomas is. Het lastigste is om een goede definitie van gnostiek te geven of om dit in een tekst te herkennen. Van den Broek zou het liever een esoterisch geschrift noemen, een genre dat sommige kerkvaders zoals Origines en Clemens ook gebruikten. Esoterisch heeft voor Van den Broek te maken met geheime (diepere) kennis die alleen aan ingewijden bekend mocht worden gemaakt.

Deze stroming maakte deel uit van de vroege kerk, maar later zijn de accenten in de kerk verlegt naar een meer universeel toegankelijk boodschap. De conclusie van Van den Broek is dat we in het Evangelie van Thomas een van de varianten van het christendom van de tweede eeuw aantreffen. Daarin speelde de gnosis een grote rol, maar het was geen gnostiek in de strikte zin van het woord.”

Jan Helderman en Kees van der Kooi, beiden (emeritus) hoogleraar aan de VU, gaan nog wat dieper in op de vragen rondom de gnostiek en de relatie met het christelijk geloof en het ontstaan van de canon. Beiden zijn van orthodoxe achtergrond en kiezen mede om die reden voor de accentuering van de verschillen van dit evangelie met de traditionele christelijk leer met name waar het gaat om de verlossingsleer door Jezus. De gnosticus verlost zichzelf, terwijl de christen door Jezus verlost wordt. Dat is voor beide auteurs het belangrijkste verschil.

De woorden van Jezus
Ten slotte komt ook Jakob Slavenburg aan het woord. Hij is een groot kenner van de gnostiek en een belangrijk promotor van het evangelie van Thomas, welke hij ook in het Nederlands heeft vertaald. Slavenburg ziet niet de moderne esoterie als sektarisch, maar het christendom. Deze visie maakt hem ook niet objectief, zoals Baarda maar ook een aantal auteurs aangeven.

Slavenburg verwijt de christelijke kerk dat zij vanaf de vierde eeuw alle documenten heeft vernietigd die een niet-orthodoxe visie verkondigde. Dat zit natuurlijk een kern van waarheid in, maar de kerk zag het ook als haar taak om wat zij beschouwde als dwaalleraren te bestrijden. Dat deed ze vaak met grondigheid en gedrevenheid, zoals bijvoorbeeld ook de Montanisten hebben ervaren. Slavenburg erkent ook dat gnostiek en orthodoxie op het gebied van de verlossing een tegengestelde visie hebben.

Slavenburg is blij dat diverse geschriften de vernietigingsdrang van de kerk overleefd hebben. Hij ziet in het evangelie van Thomas een geschrift wat door zijn eenvoud dichter zit bij de echte woorden van Jezus dan de complexiteit van de latere theologie. Zijn argument is dat de synoptische evangeliën ook terug gaan op oudere bronnen zoals Q en afkomstig is van een onafhankelijke traditie. Uit dit geschrift komt een ander godsbeeld naar voren dat wat de klassieke theologie leert. Duidelijk is dat Slavenburg niet veel op heeft met het traditionele orthodoxe geloof, wat volgens hem ook ver weg staat van de eenvoud van de uitspraken van Jezus. De bijdrage van Slavenburg is eigenlijk te kort om zijn mening helemaal recht te doen.

Positief vindt ik in dit boek dat het Evangelie van Thomas van diverse kanten en standpunten wordt bekeken. Er wordt nadrukkelijk voor gewaakt om het om de verkeerde redenen af te kraken. Waar auteurs kritisch zijn, wordt dit duidelijk en zorgvuldig beargumenteerd. Dit boekje geeft daarmee een goed instappunt voor de vraagstukken die voor alle apocriefe documenten geldt.

evangelie van thomasHet Evangelie van Thomas
Red. J.H. de Wit
Uitgeverij Meinema 1999, ISBN 902113929
Prijs €19,90