‘Geen enkele uitleg heeft laatste woord’

Hoe lees je de bijbel? Na verschillende artikelen over kerkvernieuwing gaat Mark Peter van der Bijl in op de manier waarop de bijbel gelezen wordt. Dat doet hij aan de hand van het boek van Arie Zwiep, dat voor hem ook een eye-opener was.

Mark Peter van der Bijl

Het vertrekpunt van theoloog Arie Zwiep in Tussen tekst en lezer is de bijbel in zijn concreet-historische gegevenheid: De bijbel is dus niet een boek voor nu, maar geschreven in een tijd en een context van die tijd. En daarbinnen moet deze ook begrepen worden. De wereld van toen is een andere dan de wereld van nu, tussen beide is een diepe kloof.

Hermeneutiek, waar dit boek over gaat, heeft te maken met het overbruggen van deze kloof van de wereld van de tekst en de wereld van de lezer. In de theologie was hermeneutiek in eerste instantie dan ook de hulpwetenschap die de bijbelse exegeet (uitlegger van de bijbel) de regels van tekstuitleg aanlevert. In principe is deze wetenschap objectief en staat ze in dienst van de bijbeluitleg.

Voor de meeste mensen is inmiddels wel duidelijk dat een eenvoudig beroep op de bijbel (De bijbel zegt..) tegenwoordig niet meer voldoende is, omdat een tekst lezers nodig heeft, maar ook is een model noodzakelijk voor het begrijpen van de factoren die een rol spelen bij het interpretatieproces.

Manieren van bijbeluitleg
De bekendste van deze modellen is de Wesleyaanse Quadrilareral, een term die je direct mag vergeten. Deze bestaat uit vier componenten: de ‘Schrift’ (bijbel), de traditie, de rede en de ervaring. Over het algemeen ligt bij de meeste manieren van uitleg de nadruk op één van deze componenten, maar dat zal dan wel ten koste gaan van de objectiviteit. Als je dit door de eeuwen heen gaat bestuderen, wat Zwiep uitgebreid en deskundig heeft doet, krijg je een boeiend beeld van de bijbeluitleg en herken je ook vaak de kerkelijke belangen die een rol hebben gespeeld in de bijbeluitleg.

De rode draad die ik uit de geschiedenis van de hermeneutiek haal, is enerzijds de strijd tussen de wetenschap en de kerk en anderzijds de strijd tussen de kerk en het individu. Wie heeft het laatste woord over de juiste uitleg? Welke methode of principes kunnen daarbij een hulp zijn?

Allegorie en letterlijk
In meer dan vierhonderd pagina’s beschrijft Zwiep hoe in de eerste eeuwen van het christendom de allegorische methode van bijbeluitleg aan populariteit wint. In deze methode gaat het niet om de letterlijke, woordelijke betekenis, maar om de dieper liggende geestelijke of mystieke betekenis ervan. Bij deze methode hing ook een sterk geloof van de eenheid van het Oude en Nieuwe Testament ten grondslag en van Gods heilshandelen (de manier waarop God ‘verlossing’ brengt). Deze methode was echter alleen geschikt voor de ingewijden, terwijl de massa nooit verder kwam dan het letterlijke, woordelijke niveau van lezen.

Het voordeel was wel dat de kloof tussen de tekst en de lezer overbrugd kon worden en de tekst als gezaghebbend werd beschouwd. Diverse mensen die later als ketter (mensen die een verkeerde leer aanhingen) werden veroordeeld, zoals Marcion, verwierpen de allegorische methode en kozen voor de letterlijke, historische uitleg.

De allegorische  methode komt tot grote bloei in Alexandrië, wat tevens een belangrijk centrum voor theologie wordt met kerkvaders als Clemens en Origines. Bij Origines vindt de openbaring van God wel plaats in de woorden van de Schrift, maar valt zij er niet mee samen en gaat er niet in op. Dit voorkomt een krampachtig omgaan met de bijbel.

Tot ver in de Middeleeuwen blijft de allegorische uitleg de belangrijkste kerkelijke methode van bijbelinterpretatie. Vanaf Tertullianus (200 n. Chr.) groeit de opvatting dat de bijbel het boek is van de orthodoxe kerk en niet van de ketters en dwaalleraren. Dit heeft er toe geleid dat de correcte uitleg van de bijbel in handen kwam te liggen van de kerkelijke elite. In de kloosterordes echter, zien we wel een terugkeer naar de letterlijke en historische uitleg van de bijbel, maar bleef zij wel in overeenstemming met de leer van de kerk.

Kennismonopolie
Met het humanisme en de reformatie kom er een belangrijk omslagpunt in de geschiedenis van de bijbelse hermeneutiek. Dit komt door de volgende factoren, ten eerste de grote toename van uitvindingen en ontdekkingen en en ten tweede door de de boekdrukkunst en de overstap van het Latijn naar de volkstaal, waardoor het kennismonopolie van de kerk onder druk kwam te staan. Door de ontwikkelingen in de natuurwetenschappen veranderde ook het wereldbeeld van de mensen.

Door het verminderen van de machtspositie van de kerk, kwamen ook de waarheidsaanspraken van de bijbel onder druk te staan. Erasmus zorgde met zijn uitgave van het Griekse Nieuwe Testament dat de mensen de bijbel weer gingen bestuderen in de taal waarin het geschreven was. Erasmus streefde naar een theologie die van de bijbel uitging en zou bijdragen aan de vernieuwing van kerk en samenleving. Studie van de bijbel in de grondtalen had bij Luther tot een geloofsvernieuwing geleid en hij was tot de overtuiging gekomen dat de Schrift alleen de grondslag was voor het geloof. Dit leidde tot behoorlijke kritiek op de leer en praktijken van de Rooms Katholiek Kerk van die tijd.

Uiteraard leidde dit tot een breuk, omdat voor Luther het gezag van de Schrift hoger was dan dat van de kerk of traditie. Maar ook bij Luther vallen ‘Woord van God’ en ‘Heilige Schrift’ niet samen en ook komt hij nog niet helemaal los van het allegoriseren. Ook bij de reformatoren zien we ondanks hun pleidooi voor Sola Scriptura (Latijn: alleen de schrift, alleen de bijbel dus) en de nadruk op de letterlijke betekenis, ze geen garantie kunnen geven voor een eenduidige uitleg.

Calvijn gaat op een systematische wijze verder met een methode van bijbeluitleg, waarbij het Sola Scriptura de basis vormt voor zijn uitleg. Voor Calvijn was het belangrijk wat de auteur te zeggen had en niet wat de uitlegger dacht dat hij te zeggen had. De exegese mag niet beïnvloed worden door de eigen dogmatische vooringenomenheid. Voor Calvijn berustte het gezag van de bijbel niet op het leergezag van de kerk, maar wordt bewerkt door Gods Geest. Het beroep op de Geest is geen garantie voor de juiste uitleg en sluit ook de wetenschappelijke bestudering van de tekst niet uit.

De Schrift
Andere nieuwe bewegingen zijn de opkomst van het piëtisme en de ontwikkeling van de mechanische inspiratieleer. De leer van de Schrift wint aan belang en de Schrift zelf is de exclusieve norm voor de theologie. Het gevolg is dat God praktisch gezien alleen nog maar te kennen is via een tekst. De bijbel bevat niet alleen het Woord van God, zij is het Woord van God.

Het gezag van God wordt daarmee het gezag van de bijbel, waardoor de bijbel opnieuw weer een boek wordt voor ingewijden, namelijk de christenen die dit gezag ervaren en erkennen. Deze tendens zie je ook nog sterk in evangelische kring, de uitkomst van de exegese staat eigenlijk al vast, want de bijbel heeft altijd gelijk en spreekt zichzelf nooit tegen. Geloven in God heeft eigenlijk plaats gemaakt voor geloven in de bijbel, of zelfs een bepaalde interpretatie ervan.

De Verlichting zorgt voor een nog grotere verandering dan de reformatie heeft gedaan. Het wereldbeeld verandert opnieuw door nieuwe ontdekkingen en de toenemende wetenschappelijke revolutie. Het gebruik van de ratio wordt steeds belangrijker en de bijbel moet worden uitgelegd in overeenstemming met de menselijke rede.

Tijdens de verlichting ontstaat wat wij tegenwoordig vrijzinnigheid zouden noemen, het idee dat taal een projectie is van het menselijk denken en dat de bijbel ook zo gelezen moet worden. De bijbel bevat geen woorden meer van God, maar over God. De afstand tussen tekst en lezer, de hermeneutische kloof, wordt als een steeds groter probleem ervaren. Het kerkelijk leergezag werd nu vervangen door het leergezag van de wetenschappers, die nu alleen in staat zijn om de bijbel uit te leggen met hun wetenschappelijke methodes.

Tenslotte wordt Schleiermacher behandeld, die een grote rol wordt toegedicht door het feit dat hij de bijbelse hermeneutiek uit haar isolement heeft gehaald. Schleiermacher had een actieve en creatieve rol toebedacht aan de lezer. Schleiermacher neemt sterk afstand van het verlichtingsdenken en zoekt naar een synthese van de wetenschappen en het religieuze bewustzijn. Voor Schleiermacher is het uitleggen van teksten ook een kunst, naast het beheersen van de techniek.

Het verstaan van de bijbel gaat via de taal en dus kan iedereen hieraan deelnemen. Hij maakt van de bijbel weer een toegankelijk boek. Ook wordt de rol van de lezer bij hem belangrijker. Schleiermacher introduceert de hermeneutische cirkel, waarbij het geheel is te begrijpen door de afzonderlijke onderdelen te kennen en om te afzonderlijke onderdelen te kennen, moet men het geheel kennen.

De taak van de uitlegger is nooit af en geen enkele uitleg heeft het laatste woord. Tekst uitleggen is eigenlijk gewoon een gesprek voeren en  naar de anderen kunnen luisteren. Bijbeluitleg wordt zo een dialogisch model, zonder de zekerheid om het inhoudelijk eens te worden.

Dit was voor mij een verfrissend en inspirerend boek, die mijn kijk op de bijbel, maar vooral op de verschillende manieren van bijbeluitleggen door de eeuwen heen, behoorlijk heeft verrijkt. Zeker voor mensen met een conservatief, evangelische achtergrond (zoals ik), zal dit boek verrijkend en wellicht ook bevrijdend kunnen zijn.

Kritiek is er wel van conservatief reformatorische hoek, die Zwiep’s evangelische postmoderne insteek niet helemaal kunnen waarderen. Maar voor alle andere gelovigen, die meer uit de Bijbel willen halen, is hier een uitstekend boek die veel informatie te bieden heeft.

In dit boeiende boek wil Arie Zwiep, docent aan de CHE en de VU, een historische inleiding geven in de bijbelse hermeneutiek. Dit boek is het eerste deel, dat de periode van de eerste eeuw tot en met Schleiermacher (halverwege de negentiende eeuw) beslaat. Het tweede deel kan elk moment verschijnen en is gewijd aan de twintigste en eenentwintigste eeuw.

Arie Zwiep, Tussen tekst en lezer, Een historische inleiding in de bijbelse hermeneutiek
VU University Press, Amsterdam, 2009
ISBN 978 90 8659 342 2
453 pag. prijs  € 39,95

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s